Hoe overleven lezers op de thuiswerkplek? Met rituelen – en niet in pyjama

Thuiswerken Hoe gaan we om met een gebrek aan concentratie, missen van collega’s, de oorverdovende stilte of juist het gejengel van kinderen? Veel lezers reageerden op die vraag. Zorg voor rituelen, blijkt de belangrijkste remedie.

Foto Stefan Wermuth/Bloomberg

„Maak aan het begin van de dag een lijstje met dingen die gedaan moeten worden, eventueel ook privé, zodat je niet afgeleid raakt van de belangrijkste taken”, schrijft Anne Douqué. En: „Het is niet erg als je niet alles kunt afstrepen aan het eind van de dag. Het biedt gewoon houvast.”

Het lijkt een eenvoudige tip – wie werkt er nu níét met een to-dolijst. En toch lees je tussen de regels door dat Douqué een probleem van veel NRC-lezers verwoordt: nu werknemers zo veel mogelijk thuiswerken, zien we ineens ook die berg wasgoed, die kapotte lamp. En zonder de controlerende blikken van collega’s, zijn we toch wel heel gemakkelijk afgeleid door onze smartphone. Thuis aan de keukentafel blijken we zelf onze grootste stoorzender.

Tussen de 55 en 70 procent van alle ‘thuiswerkers’ heeft positieve ervaringen met het thuiswerken, meldde het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) begin deze maand. Het instituut deed een analyse van verschillende recente studies naar thuiswerken, en zag dat ongeveer 40 tot 60 procent van de thuiswerkers verwacht dat ook na de coronacrisis te blijven doen. Maar, zeiden die tevreden thuiswerkers ook, bij voorkeur maar één tot drie dagen per week. Want nadelen zijn er ook.

Hoe gaan we bijvoorbeeld om met dat gebrek aan concentratie, het missen van collega’s, de dagelijkse oorverdovende stilte, of juist het gejengel van de kinderen tijdens een belangrijk telefoontje? Hoe maken we het thuiswerken zo aangenaam mogelijk? Een hoop NRC-lezers reageerden op die vraag. Wat overheerst in de antwoorden is proberen regie te houden. Voor de meeste lezers verloopt de dag volgens een vast stramien. Dat geeft houvast, nu ze leven en werken op dezelfde plek.

Dag inluiden

Zo valt het woord ‘ritueel’ opvallend vaak. Veel lezers beginnen de dag met een ommetje, een uurtje sporten, een kop koffie op het balkon. Een terugkerende handeling die de dag inluidt, en waar lezers bovendien naar uit kunnen kijken – dan begint de werkdag in ieder geval goed.

Sommige lezers houden zichzelf tijdens dat ochtendritueel zelfs ronduit voor de gek. „Voorheen fietste ik altijd drie kwartier van en naar mijn werk”, schrijft David van Coevorden bijvoorbeeld. Sinds hij thuiswerkt, is hij dat blijven doen. „Iedere ochtend fiets ik een rondje van drie kwartier en kom dan thuis aan op mijn ‘werk’.” Het bakent de periode tussen privé en werk goed af, schrijft Van Coevorden.

Ruim je werkspullen op om je ‘thuis’ in ere te herstellen

Afbakenen is sowieso belangrijk, schrijven vrijwel alle lezers. De werkplek is het liefst een aparte werkkamer met zo min mogelijk afleidingen, zoals een berg wasgoed. Eén lezer ging daarin heel ver: een saaie plek met uitzicht op het behang, om afleiding te vermijden.

Als het om wat voor reden dan ook toch de keukentafel wordt, volgt voor veel lezers een – daar is-ie weer – afsluitingsritueel. Zo schrijft Anton Roestenberg dat hij aan het einde van elke doordeweekse dag zijn laptop, laptopstandaard en alle andere werkspullen uit het zicht ruimt en zich gaat opfrissen. „Als ik dezelfde kamer even later dan weer inkom, is de functie ‘thuis’ in ere hersteld.” Aan het einde van de week gaan alle spullen zelfs naar zolder, waar ze pas op maandagochtend weer vandaan komen.

Een aantal lezers hecht om die reden overigens ook waarde aan een „normale” kantooroutfit. Want werken in je pyjama, dat voelt toch alsof je maar wat aan het doen bent.

Kopje thee met koek

Zo zijn er ook de regelmatige pauzes. En hoe logisch dat ook klinkt, veel lezers blijken toch een vast tijdstip of een terugkerende handeling nodig te hebben om zich daaraan te houden. Een gereserveerd blok in de agenda, een goed boek, een uurtje „knallen op de racefiets”.

„Ik heb een baan die voornamelijk bestaat uit hoofdwerk”, schrijft een lezer bijvoorbeeld. „Een onderbreking waarin ik iets maak, zoals een warme lunch, die mijn denken even ‘uitzet’, geeft nieuwe energie.”

Een stukje lopen is bij de meeste mensen favoriet. Al moet het geen „lopend nadenken” worden, merkt een lezer op. En wees vooral niet te streng voor jezelf, voegt een ander toe. „Je hoeft ook weer niet elke dag de mentale kracht op te brengen om te wandelen en te fietsen.”

Nu alles online verloopt, is er heel „weinig adempauze” schrijft Amarinske van der Goot over pauzes nemen. De ontspanningsmomenten die je anders bij de koffieautomaat hebt, het ommetje naar de wc – het is er allemaal niet. „En alle online overleggen zijn zeer effectief en efficiënt, maar vragen daarom ook meer concentratie en focus”, schrijft ze. De remedie: een vaste middagpauze van minstens veertig minuten, waarin ook zij gaat lopen. Meerdere collega’s doen het nu, zegt Van der Goot, en dat maakt het makkelijker om de gewoonte „vast te houden”.

In het gezin van Dominique Colen werd het „ouderwetse kopje thee met koek” om half vier in ere hersteld. „Samen de ervaringen van de dag delen, relativeren, ergens om lachen – en weer door”, schrijft ze. Een bijkomend voordeel van al die pauzes met fysieke bezigheden, zeggen veel lezers: je bent weer fris, en kunt je erna beter concentreren.

Alleenstaanden

Een van de belangrijkste redenen om na de coronacrisis niet volledig thuis te willen werken, is het missen van collega’s, bleek uit het onderzoek van het KiM. Statistische analyses suggereren zelfs een direct verband tussen collega’s missen en het negatiever ervaren van thuiswerken. Zo’n 50 tot 70 procent van de werkenden geeft aan mensen te missen. Alleenstaanden hebben om die reden ook meer moeite met thuiswerken dan thuiswerkers met een gezin, zag het Werkgeluk Instituut Nederland.

Niet gek dus dat een hoop lezers over de eenzaamheid van thuiswerken beginnen. „Maak dagelijks een bel- of Facetime-ronde”, schrijft een lezer. „Als je anderen spreekt, voel je je minder geïsoleerd en heb je sneller antwoord.”

Je kunt de koffieautomaat en de wandelgangen op kantoor ook imiteren door af en toe zomaar eens een collega op te bellen, schrijft Paul Ansems. Liefst zónder werkgerelateerde aanleiding. „Tot nu toe is mijn ervaring dat mensen dit echt waarderen. Zonder uitzondering eigenlijk.”

Ruth Sajet en haar man appen elkaar – ze hebben de luxe van twee studeerkamers – om te vragen of de ander zin heeft om even te kletsen over werk. Komt het uit, dan drinken ze samen een kop thee. Gesprekken die níét over werk gaan, bewaren ze bewust tot de avond. „Zo blijft de werkdag een werkdag.”

Waar de een zijn best doet de stilte te verdrijven, is het voor de ander juist een uitdaging zich te concentreren te midden van gekrakeel in huis. „Schaf een paar goede oordoppen aan”, schrijft een lezer daarover. „Ideaal wanneer je kinderen thuis zijn of je lawaaiige buren hebt.”

Een ander is zelfs nog iets strikter: doe alsof je op kantoor bent. „Op werkdagen werk je, en dat betekent geen bezoek van vrienden. Je bent niet thuis, ook niet voor de kinderen.” Tenzij de nood hoog is natuurlijk.

En wat te doen aan een lamlendig gevoel? Dat de meeste thuiswerkers het thuiswerken overwegend positief ervaren, komt doordat ze zich productief genoeg voelen. Soms zelfs productiever dan op kantoor, zag het KiM. Slechts een enkele lezer begint dan ook over productiviteit. Maar die heeft wel meteen een hele goede tip: „Het beginnen met makkelijke taken en uitstellen van moeilijke taken werkt contraproductief.” Moeilijker, vaak ook belangrijker taken blijven dan namelijk liggen, waardoor ze vaak onder tijdsdruk afgemaakt moeten worden. Bovendien ben je aan het einde juist vaak lamlendiger. Draai die gewoonte dus eens om.