Hoe NRC graag modern en liberaal wilde zijn

Beginselen In de eerste editie van NRC Handelsblad verscheen het artikel ‘Onze beginselen’, waarin de koers van de nieuwe krant werd uitgelegd. De latere hoofdredacteur Folkert Jensma annoteert dat commentaar en de ‘herziene versie’ die in 2006 in het eerste nummer van nrc.next verscheen.

De hoofdingang van het NRC gebouw aan de Witte de Withstraat in Rotterdam.
De hoofdingang van het NRC gebouw aan de Witte de Withstraat in Rotterdam. Foto Vincent Mentzel

Onze beginselen

het commentaar in NRC Handelsblad, donderdag 1 oktober 1970

‘Een begin vraagt om een beginselverklaring. De krant waarvan de lezer vandaag het eerste nummer in handen krijgt, is ontstaan uit het samengaan van twee kranten – de een in Amsterdam, de ander in Rotterdam uitgegeven – die in wezen dezelfde beginselen beleden. Die overeenstemming maakte, na een onafhankelijk bestaan van respectievelijk 142 en 126 jaar, hun samengaan in laatste aanleg mogelijk; zij betekent ook dat de lezer niet behoeft te verwachten – of te vrezen – dat die nieuwe krant nu andere beginselen zal zijn toegedaan. Maar het ogenblik is aangewezen om die beginselen opnieuw te bepalen. De lezer heeft er recht op.

Dit commentaar wortelt in de verzuiling – de tijd dat burgers in ‘bubbels’ leefden van gelijke opvattingen over geloof, politiek, levensstijl, smaak. Daar hoorde een krant bij. De eerste alinea is defensief en geruststellend. De Handelsblad- en NRC-lezers moesten niet het idee krijgen dat hun vertrouwde liberale dagblad opeens van kleur of karakter zou veranderen. Ofwel: zeg alstublieft uw abonnement niet op. We doen niet meer dan de beginselen ‘opnieuw bepalen’.

Beide kranten liepen allebei zachtjes leeg. De fusie was uit nood geboren. Het herijken van beide kranten gebeurde door te ontzuilen en tegelijk het concept van een Angelsaksische quality newspaper te omarmen, een neutrale term waar de yellow press tegenover stond, de schandaalpers.

Liberaal zijn de Nieuwe Rotterdamse Courant en het Algemeen Handelsblad genoemd. Het is niet een naam waarvoor de nieuwe krant zich geneert. Want in dit woord ligt het vrijheidsbeginsel besloten, dat ons vóór alles dierbaar is. Dat is gemakkelijk gezegd, en velen die zich niet liberaal noemen, zeggen ons het met evenveel recht na. Een nadere definitie is dus nodig.

„Liberaal zijn”, het wordt hier ironisch weggezet als „dierbaar”. En dus ook als een beetje verouderd. Is niet ‘iedereen’ in 1970 min of meer liberaal?

De vrijheidsgedachte die wij voorstaan, verdraagt zich niet met geloof in enig dogma, aanvaardt niet bij voorbaat enig gezag. Dat betekent een niet-aflatende waakzaamheid, voortdurend onderzoek. Ook waakzaamheid jegens onszelf, ook zelfonderzoek, want de mens is een gewenningsdier, dat moeilijk afstand doet van vertrouwde gewoontes en denkpatronen – en niets menselijks is ons vreemd. De vrijheidsgedachte die wij voorstaan, betekent ook verdraagzaamheid tegenover andersdenkenden, want de vrijheid die wij voor onszelf opeisen, kunnen wij, krachtens die gedachte, anderen niet ontzeggen. De grens van die verdraagzaamheid ligt evenwel daar waar anderen onze vrijheid dreigen aan te tasten.

In deze alinea klinkt het rumoer van het anti-establishment uit de jaren zestig door. Deze „nieuwe” liberale krant verklaart zich ondogmatisch, kritisch, onderzoekend, waakzaam, vernieuwend (hoe moeilijk ook), verdraagzaam en strijdbaar. Namelijk zodra „anderen” onze vrijheid aantasten. In de Tweede Wereldoorlog was dat de krant namelijk niet zo goed gelukt. Ook wordt hier subtiel afstand genomen van de ‘oude’ kranten, die nogal gezagsgetrouw en burgerlijk werden gevonden. Vooral voor NRC – het Handelsblad leek voor de fusie al wat moderner.

De nieuwe combinatiekrant omarmt hier de protestgeneratie, die sit-ins hield, op bestuurlijke hervormingen aandrong, in onderwijs, cultuur en man-vrouwverhoudingen, en die lastige vragen over de oorlog begon te stellen. De nieuwe krant wilde hierin mee, ook om dit nieuwe publiek aan zich te kunnen binden. Dat door redacteuren van de Handelsblad-redactie het destijds vernieuwende D66 mede was opgericht, is hierin ook voelbaar.

Wat stijl en inhoud van deze krant betreft: wij komen er eerlijk voor uit dat wij ons richten tot een publiek dat bereid is na te denken

Nog steeds zien wij in de vrije ontplooiing van de gaven die in de individuele mens verborgen liggen, het hoogst bereikbare ideaal. Alles wat die vrije ontplooiing remt of verkrampt, stuit op ons wantrouwen. Zeker wordt die ontplooiing bevorderd door een harmonieus gemeenschapsleven, maar we hebben deze eeuw gezien – en zien nog steeds – tot welke waanzin de mens als onderdeel van een collectiviteit kan komen. Daarom geldt ons wantrouwen in beginsel iedere collectiviteit: hetzij staat, partij of voetbalclub.

In deze alinea wordt daar nog een schep bovenop gedaan. De „vrije ontplooiing” van de individuele mens wordt gezien als niets minder dan het „hoogst bereikbare ideaal”. Ofwel: het gaat om jouw maximale potentieel als burger. Het naoorlogse calvinisme van solidariteit, dienstbaarheid en soberheid, is hier ver weg. Sterker: de mens „als onderdeel van een collectiviteit” leidt tot niet minder dan „waanzin”. Ongebreideld geloof in het goede individu dus, die in z’n eentje kennelijk niet tot het slechte in staat was. De verwijzing naar „deze eeuw” refereert aan fascisme en communisme in China en de Sovjet-Unie. Stevige taal uit de Koude Oorlog. Het grote graaien op de vrije markt van de jaren tachtig is dan nog achter de horizon.

Het zou in strijd zijn met de vrijheidsgedachte indien wij haar tot dogma zouden verheffen. De tegenwoordige maatschappij kan niet zonder talloze collectieve voorzieningen; de economie niet zonder een uiterst verfijnd en daarom uitgebreid besturingsapparaat. Deze noodzaak te aanvaarden, betekent echter niet haar tot ideaal te verheffen. In iedere machtsconcentratie zit een mogelijk gevaar – ook in die concentraties die welvaart en welzijn van de mens beogen. Als niet langer aanvaard wordt dat de mens geacht moet worden zelf te weten wat het beste voor hem is, zijn wij op het hellend vlak.Ook het paternalisme zal in deze krant een kritische volger hebben.

Lippendienst aan de opkomende vrouwenemancipatie. En dan ook niet erg van harte. De krant, gedomineerd door mannen, zal het paternalisme „kritisch volgen”. Voor bestrijden ervan was het nog te vroeg.

Uit de eerbied die wij jegens onze lezers koesteren, vloeit de plicht voort hun de informatie zo onversneden mogelijk te geven

Noemt men dit modern liberalisme – het is ons wel. Het zijn niet wij die dit mooie woord schuwen. En modern is het liberalisme, zoals wij dit opvatten, per definitie: steeds bereid tot vernieuwing, open voor de geest der eeuw. Dit behoedt ons voor verstarring; dit belet ons ook ons te binden aan enigerlei partij of fractie.

Hier wordt vrij terloops een poging gedaan de krant als „modern liberaal” te ijken. Niet dogmatisch, ook niet tegen een verzorgingsstaat, zolang de mens maar zelf mag beslissen wat goed voor hem is. Een zinnetje als „het is ons wel…”. Het hele commentaar is nogal onderkoeld plechtig geschreven.

De tijd van stemadviezen is dus voorbij. De krant is daarmee vrij van partij-affiliaties. Destijds was dat nieuw en opvallend. NRC Handelsblad had zich herijkt en ontzuild. Het woord “verstarring” was handig gekozen. Precies het verwijt van de protestgeneratie aan het establishment.

Deze krant wordt in Nederland uitgegeven, wordt door Nederlanders geschreven, die zich in het Nederlands – en goed Nederlands, hopen we – tot Nederlanders richten. Nationalisme is ons vreemd, maar evenmin maken we onszelf wijs dat wij ons ontworsteld hebben aan de eigenschappen van ons Nederlanderschap. Voor zover dit goede eigenschappen zijn, is er geen reden om zich ervoor te schamen. In elk geval is het onvermijdelijk dat ons oordeel vaak gegeven zal worden van een Nederlandse gezichtshoek uit.

Nu het verleden is behandeld en het individu op de troon zit, wordt het tijd voor nieuwe ankers. Dan is „Nederland” voor de nieuwe combinatiekrant een makkelijk beginpunt. Nationalisme stond in een kwalijke reuk, dus dat werd buiten de deur gehouden. Hooguit geeft Nederland „geen reden om zich ervoor te schamen”. Dat klinkt nu nogal dunnetjes.

Daarbij zal evenwel zin voor betrekkelijkheid ons niet in de steek laten. Wat Nederland in de wereld wil bereiken, kan het eerder via de internationale samenwerkingsverbanden, waartoe het behoort, dan alléén. Niemand zal Nederland om zijn mooie ogen volgen. Vandaar het nut van die samenwerkingsverbanden, zolang zij zich tenminste niet van de rest van de wereld gaan afzonderen en een eigen nationalisme kweken.

De krant wilde vooral de blik op de wereld richten. Correspondenten, buitenlands nieuws, belangstelling voor „internationale samenwerkingsverbanden”, zolang die ook weer niet „nationalistisch” worden. Een verwijzing naar het Warschaupact dat niet alleen militair was, maar ook politiek-ideologisch. NRC wil een nuchter, prowesters internationalisme, maar had geen zendingsdrang. Als de onvrijheid elders „geleidelijk” wordt „verzacht” is dat ook al mooi. Daarmee wordt afstand gehouden van het linkse Nederland van toen, dat graag bevrijdingsbewegingen mocht steunen.

Ook zal de veiligheid van de wereld niet bevorderd worden door een Nederlands neutralisme. Vandaar dat wij de grondslag van het Atlantisch bondgenootschap aanvaarden – niet om ideologische redenen, maar omdat vrede en veiligheid in Europa, bij gebreke van een betrouwbaar veiligheidsstelsel, niet gediend zijn met het ontstaan van machtsvacua.

Het niet-ideologisch buitenlands beleid dat wij voorstaan, houdt de bereidheid in, contacten op allerlei gebied met andersdenkenden te onderhouden en, zo mogelijk, te verstevigen. Ter wille van de vrede, maar ook in de hoop dat de onvrijheid die in vele landen heerst, er geleidelijk door zal worden verzacht. Ook hier verloochenen wij het vrijheidsbeginsel niet.

Wat de stijl en inhoud van deze krant betreft: wij komen er eerlijk voor uit dat wij ons richten tot een publiek dat bereid is na te denken. Wij weten dat wij daardoor, vooral in een tijd waarin de aandacht van de lezer toch al door zoveel zaken in beslag wordt genomen, onszelf beperkingen qua lezerstal opleggen. Maar het is ons streven niet om aan een populariteitswedstrijd mee te doen.

Tweede kernalinea. NRC Handelsblad is niet voor iedereen en al helemaal niet voor de massa. Het is „wat stijl en inhoud betreft” voor mensen met hersens. Althans „voor wie bereid is na te denken”. Dit zinnetje heeft nog jaren succes gehad in reclamecampagnes. En mensen met hersens vormen nog steeds de belangrijkste doelgroep van NRC. Het is tevens een opmerkelijk staaltje zelf-ballotage, waarmee ook prompt een nieuwe zuil werd uitgevonden. Die van de hogeropgeleiden. Precies op tijd, want het hoger onderwijs stond aan het begin van een grote bloei. Elite, intellectuelen, kwaliteit, bovenlaag – ‘typisch NRC’. Het is allemaal hiervan afgeleid.

Bovendien: wij respecteren onze lezers te zeer dan dat wij hen als onvolwassenen willen behandelen. Daarom zullen wij hun ook geen meningen opdringen. Het is ons doel hun in de eerste plaats de ruimst mogelijke informatie te geven, op grond waarvan zij dan zelf hun eigen mening kunnen vormen. Willen zij daarnaast nog kennis nemen van onze mening, die gescheiden van die informatie gegeven wordt, dan is dat meegenomen. En zelfs dan zullen wij hen weleens met wat vraagtekens confronteren, die hen, hopen we, tot nadenken zullen prikkelen. Want op alwetendheid maken wij geen aanspraak .

Lees ook: het essay van hoofdredacteur René Moerland over 50 jaar NRC-journalistiek

Dit is de definitie van de Angelsaksische kwaliteitskrant aangepast aan de Lage Landen. Volwassen van toon, terughoudend, respect voor het niveau van de lezer, scheiding van feiten en meningen. De missie is: prikkelen tot nadenken. In de nadrukkelijke wens feiten van meningen te scheiden ligt de ambitie besloten om vooral een betrouwbare krant te zijn. Een krant waarmee je het niet eens hoeft te zijn om die toch te kunnen lezen zonder je te ergeren.

Uit de eerbied die wij jegens onze lezers koesteren, vloeit de plicht voort hun de informatie zo onversneden mogelijk te geven. Dat wil zeggen: niet-partijdig, niet met een of andere ideologische opzet. Maar het betekent ook dat wij hen zullen laten kennismaken met maatschappelijke stromingen en gebeurtenissen waarmee zij – of wijzelf – het misschien helemaal niet eens zijn. Wij voelen ons echter niet geroepen om onze lezers hetzij te indoctrineren, hetzij te helpen de ogen gesloten te houden. Wie dat niet zint, neme een andere krant .

Typische zelfbewuste NRC-toon, die ook arrogant kon zijn. Past ook in het enerzijds-anderzijds-ritme van dit commentaar. Eerst is NRC respectvol, dienstbaar en terughoudend. Maar pas op. Als het u niet bevalt dan is daar de deur.

Wie zich richt tot een publiek dat bereid is na te denken, doet een beroep op de rede , die hijzelf ook hanteert. In een tijd dat allerlei irrationele verschijnselen weer de kop opsteken en vaak op modieus applaus kunnen rekenen, menen wij hiermee een functie te verrichten die nog zin heeft. Het antwoord is evenwel aan de lezer.”

De krant is niet van religie, bijgeloof of andere oppervlakkige spirituele trends. Een verwijzing naar de communes, oosterse filosofieën en sektes, van hare krisjna tot zen, waarmee destijds enthousiast werd geëxperimenteerd. De krant hoopt hier dat scepsis „nog zin heeft”, maar is daar niet gerust op.

Krant in liberale traditie

het commentaar in nrc.next, woensdag 15 maart 2006

‘De krant waarvan de lezer vandaag het eerste nummer van jaargang 1 in handen houdt, is ontstaan uit NRC Handelsblad. nrc.next staat in dezelfde liberale traditie als NRC Handelsblad. Het is een genuanceerde krant die opkomt voor de democratische rechtsstaat en de ontplooiingskansen van het individu.

Was het ‘beginselen’-commentaar uit 1970 ruim duizend woorden, dat van nrc.next telt er 450. Nieuwe tijden, een nieuw medium – in 2006 is alles beknopter en in een directere stijl. Nrc.next is het antwoord van NRC op de nieuwe digitale burger die online is opgegroeid in een omgeving waar informatie alom is en ook (nog) gratis, wat toen een grote bedreiging leek. Journalistiek was van en voor iedereen – het concept krant met vaste abonnees leek daar totaal niet bij te passen. Nrc.next is een herijking en tevens ‘relaunch’ van NRC Handelsblad op tabloidformaat met nog altijd kwaliteit en betrouwbaarheid als ambitie. In de jaren die volgen zal dankzij nrc.next en nrc.nl het begrip Handelsblad vervagen. Het wordt ‘NRC’. Het merk wordt door de merkextensies breder en minder elitair. Het wapen met ‘lux et libertas’ in de masthead wordt in next en online vervangen door de ‘guillemet’, een gestileerd aanhalingsteken. Daar groeide het uit tot algemeen beeldmerk.

„Genuanceerd”, al in de derde zin wordt de krant zo genoemd. In 1970 zei de redactie omslachtig dat „wij geen aanspraak maken op alwetendheid”. Sindsdien is dat veranderd in „NRC, voor wie de nuance zoekt”. Een begrip afkomstig uit een reclamecampagne voor de krant die (wel) is aangeslagen. Anders dan het te pretentieuze „NRC, slijpsteen voor de geest”.

Tweede, nieuwe begrip. In 1970 was vrijheid een individuele ambitie, dan wel een thema uit de Koude Oorlog. Nu heeft de „democratische rechtsstaat” prioriteit, als politiek contragewicht tegen populisme dat met Fortuyn en de LPF zijn opgekomen. De PVV is in 2006 één maand ouder dan nrc.next.

Een krant die het verantwoordelijke burgerschap als maatstaf heeft. Die de democratische samenleving verdedigt waarin rechten en plichten met elkaar in evenwicht zijn. nrc.next komt op voor vrijheid – het recht ongemoeid te worden gelaten, onbelemmerd te kunnen spreken, denken en geloven, te kunnen gaan en staan waar men wil. De taak van de overheid houden wij voor beperkt. De krant vraagt het zelfstandig denkende individu om rekenschap, van zijn eigen handelen, of als deel van een collectief. nrc.next onderschrijft de beginselen van NRC Handelsblad die in 1970, bij het samengaan van de Nieuwe Rotterdamsche Courant en het Algemeen Handelsblad, zijn geformuleerd.

Ook nieuw: de verantwoordelijke burger. Langs deze lat legt de krant voortaan het nieuws – dus niet steeds eisen stellen aan overheden, bedrijfsleven of instanties. Maar de vraag stellen: wat moet of kan de burger zelf doen? Moest in 1970 nog vrij baan worden gemaakt voor het individu op zoek naar zelfontplooiing, in 2006 mag er ook iets gevraagd worden van dat individu.

Hier noteert de krant de belangrijkste grondrechten voor zichzelf en ‘de vrije burger’.

„De vrijheidsgedachte die wij voorstaan, verdraagt zich niet met geloof in enig dogma, aanvaardt niet bij voorbaat enig gezag”, zo schreven wij toen. Deze beginselen gelden in deze nieuwe krant evenzeer. nrc.next wil onderzoek doen, gaat niet bij voorbaat uit van vertrouwde gewoonten of gegroeide opvattingen en staat kritisch tegenover de macht.

Nrc.next is dus uit hetzelfde hout gesneden als NRC Handelsblad. Kritisch, onderzoekend en open. De redactie kiest voor continuïteit, wat ook moeilijk anders kan als je de naam NRC (her)gebruikt.

Onze journalistiek wil de lezer dienen door te informeren, te duiden waar nuttig en te onthullen waar nodig. Dit zal steeds zo objectief en zo volledig mogelijk worden gedaan. De rede is hierbij het uitgangspunt.

Wij nemen onze taak in de democratie serieus. In een tijd waarin grenzen vervagen, moet de blik naar buiten zijn gericht

Onderzoeksjournalistiek is belangrijk geworden, waarbij de redactie ondervond dat daar verantwoording achteraf bij hoort. Vandaar de maatstaven „objectief en volledig”. Dat „de rede uitgangspunt is” is een bedekt antwoord aan critici die onderzoek doen ervaren als subjectieve campagne- of actiejournalistiek.

Wij nemen onze taak in de democratie serieus op. In een tijd waarin grenzen vervagen, moet de blik naar buiten zijn gericht. De verantwoordelijkheden van overheden en bedrijven zijn niet meer tot het eigen taal- of afzetgebied beperkt. Internationale spanningen zijn ook binnenlands-politieke kwesties. Of het nu over sociaal-culturele kwesties in de grote steden gaat, of over internationale missies van Nederlandse troepen. De wereld is een dorp geworden, waarin iedereen met elkaar permanent in verbinding staat. Een wereld die door beelden wordt geregeerd, en vaak door emoties. Deze krant wil daarin nuchter en redelijk zijn.

Globalisering, Europese Unie, internet, beeldcultuur, de connected world. De rol van „emoties” wordt al gesignaleerd – sociale media stonden nog in de kinderschoenen. Hyves was het populairste kanaal. Twitter werd in dezelfde maand opgericht als nrc.next.

‘Nederland & Europa’ is in deze krant een terugkerend thema. Integratie met de buurlanden is een onafwendbaar proces , dat tegelijk legitieme vragen oproept over nationale identiteit, verdeling van welvaart en democratisch gehalte. nrc.next is voorstander van een verenigd Europa, van integere transatlantische banden en internationale vrijhandel. Als waarborgen van voorspoed en veiligheid.

Europese integratie is „onafwendbaar”. Nrc.next toont zich hier principieel Europees gezind, nazinderend van de Val van de Muur, de eenwording van Europa met één munt en één markt en de integratie van het Oostblok. Euroscepsis was toen slechts een stip aan de horizon, Brexit was ondenkbaar, de bankencrisis brak pas twee jaar later uit.

Tegelijk stellen we ons teweer tegen een wereld waarin mensenrechten worden geschonden, minderheden niet worden gerespecteerd en natuurlijke hulpbronnen worden uitgeput . Een wereld waarin verdraagzaamheid jegens andersdenkenden niet meer vanzelfsprekend is. Waarin militaire macht belangrijker is dan internationale rechtsorde. Net als voor NRC Handelsblad zijn ‘licht en vrijheid’, lux et libertas, blijvende waarden voor nrc.next .”

Mensenrechten, minderheden en milieu: in 1970 kwamen ze niet aan bod, nu worden ze voor wel genoemd. Daarin toont nrc.next meer idealisme dan NRC Handelsblad destijds.

Opvallend: in 2006 wordt het begrip (modern) liberalisme niet behandeld, behalve door de „verantwoordelijke burger” te introduceren. En door op de valreep nog met het motto ‘lux en libertas’ in te stemmen. Dat overigens verwijst naar de liberale voorman Thorbecke. Next is eerder een krant van de „verbonden” digitale wereld met rechtsstatelijke ambities, die de EU als toekomst ziet, de burger op z’n plichten aanspreekt en zich zorgen maakt over milieu, mensenrechten en minderheden. Het liberale etiket lijkt vervaagd. Het ‘wapentje’ staat bij nrc.next en op nrc.nl alleen nog bij het dagelijkse commentaar.

was hoofdredacteur van NRC van 1996 tot 2007 en is sindsdien juridisch commentator.