Opinie

Feiten zijn niet gehoorzaam

Lux et Libertas Vijftig jaar geleden verscheen de allereerste editie van NRC Handelsblad. Hoofdredacteur onderschrijft de tradities, maar ‘zijn’ krant omhelst ook het weerbarstige heden.
Illustratie: Cyprian Koscielniak

Op 1 oktober 1970 begon NRC Handelsblad zijn bestaan met een waarschuwing aan de lezer. De nieuwe krant zou niet hengelen naar instemming, meldde zij in haar beginselen. Journalistiek was geen populariteitswedstrijd, en de redactie had zichzelf nu eenmaal de opdracht gegeven „onversneden” verslag te doen van de wereld.

De lezer hoefde dus geen „indoctrinatie” te vrezen. Dat betekende wel dat er ook stromingen en gebeurtenissen aan bod zouden komen die de lezer – en de redactie – niet bevielen. „Wie dat niet zint, neme een andere krant”, stond er zelfbewust.

Vijftig jaar later is de krant digitaal een veelvoud aan verschijningsvormen, maar alle NRC-journalistiek deelt nog altijd de signatuur uit 1970.

Toen de krant vorig jaar een nieuwe hoofdredacteur zocht, stond bovenaan de profielschets dat NRC staat voor kritische, diepgravende en onafhankelijke journalistiek „met een open, liberale geesteshouding”.

Dat was mij uit het hart gegrepen. Sinds ik in 2000 bij de krant was begonnen op de buitenlandredactie, had ik niet anders meegemaakt dan dat ‘liberaal’ bij NRC werd opgevat als een eis aan onszelf: kritisch en fair zijn, transparant over onze werkwijze. Betrouwbaar, terwijl we feiten van commentaar scheiden. Voor mij betekent het óók meerstemmigheid in duiding en debat.

Inmiddels weten we dat mensen de krant om die benadering niet opzeggen. Integendeel. Kwaliteitsjournalistiek is precies de reden dat lezers vertrouwen stellen in NRC. Dat vertrouwen is onze levensader. Het is essentieel voor onze manier van journalistiek. Ik beschouw het als onze eerste opdracht dat vertrouwen te verdienen.

De sleutel voor dit vertrouwenspact ligt in de liberale signatuur van de krant. Lux et Libertas. Licht en Vrijheid. Het plechtige Latijn, ingebed in een wapen ook nog, kan je gemakkelijk op het verkeerde been zetten. Lang zag ik het, min of meer terloops, vooral als een mooie verwijzing naar een ver verleden. Het devies stond al op de voorpagina van het Algemeen Handelsblad in 1828.

Maar Lux et Libertas is de oerkreet van onze journalistiek. Licht verwijst naar de rede – waarmee je de werkelijkheid onderzoekt. Vrijheid is de individuele vrijheid – om te oordelen en te handelen. Daarbij denk ik ook meteen aan de democratische vrijheid, gewaarborgd door grondrechten die een open, pluralistische samenleving behoeden voor dictatuur van de meerderheid.

Hoe zit het precies?

De wereld is de afgelopen vijftig jaar veranderd. Liberale waarden staan onder druk. Het onderscheid tussen mening en feit spreekt niet meer vanzelf. Vooral de feiten verliezen aan status. De meningen maken het uitstekend, al gaan ze al te vaak gepaard met schelden en dreigen.

Lees ook: Hoe NRC graag modern en liberaal wilde zijn: de beginselen geannoteerd door Folkert Jensma, hoofdredacteur nummer vier

Van media, ook NRC, en individuele journalisten wordt vaker geëist dat zij zich uitspreken over hun agenda – die per definitie geldt als bewijs van bevooroordeeldheid. Gevraagd wordt dan niet om ‘onversneden’ verslaggeving, maar om authenticiteit en identiteit. Wie ben je en wat vínd je er eigenlijk van?

Van dergelijke vragen word ik, net als veel journalisten, al snel ongedurig. Elk onderwerp begint voor mij met één vraag: hoe zit het precies? Onze lezers betalen ons om met die vraag op pad te gaan. De oogst is nooit alwetendheid. Waarheidsvinding is het tegenovergestelde van de waarheid in pacht hebben. Er is altijd weer een volgende vraag.

Het ís ook ingewikkeld geworden. Niet alleen om te bepalen wie en welke informatie je vertrouwt – want er is veel, het komt snel en het blijft nooit lang onweersproken. De werkelijkheid zelf is ook eindeloos complex, en dat pepert ze ons dagelijks in.

Hoe meer informatie, hoe meer onzekerheid. Neem het coronavirus. De mensheid kon waarschijnlijk nog nooit zo snel een nieuwe ziekte in kaart brengen. Maar wie er iets stelligs over wil beweren, moet het voorlopig van zijn mening hebben. De expert herken je aan zijn vragen.

Daar komt nog een ontregelende factor bij. Algoritmes maken het mogelijk meer informatie dan ooit in een oogwenk voor iedereen te ontsluiten. Maar vooral op sociale media zijn die algoritmes zo ingericht dat informatie die de meeste emotie oproept, het beste wordt verspreid.

Kortom, de technologische infrastructuur van de informatiesamenleving is – vooralsnog – niet erg ingericht op Lux et Libertas en op journalistieke waarden zoals onafhankelijkheid, distantie en transparantie. Feiten gaan meestal niet viral – tenzij ze rampen aankondigen.

Hoe kan Lux et Libertas in die wereld zijn kracht behouden?  Behalve van regels is dat ook een kwestie van een mentale instelling, denk ik.

Waarheidsvinding

Feiten zijn niet altijd prettig, schrijft de Brits-Russische journalist Peter Pomerantsev in Dit is geen propaganda (2019), zijn boek over ‘de oorlog tegen de waarheid’. Feiten zijn immers niet gehoorzaam. Ze kunnen je wijzen op fouten en je dwingen meningen en percepties te herzien. Ik las het deze zomer – op vakantie van het nieuws, maar niet van het rijke debat in onze tijd óver het nieuws en de informatiesamenleving.

Pomerantsev kwam in zijn boek met een inzicht dat prikkelt. Waarheidsvinding vraagt wel om een objectiverende benadering, maar ze is niet neutraal. Ze is namelijk nauw verbonden met klassieke liberale waarden als vooruitgang en vrijheid.

Pomerantsev demonstreert dat met een voorbeeld uit de fysieke wereld. Als je een brug bouwt, schrijft hij, zijn er „geen postwaarheidsmomenten”. Anders gezegd: als de feiten niet kloppen, stort de brug in – of komt simpelweg nooit tot stand.

Op feiten kun je dus bouwen om je bestaan te verbeteren. Ander voorbeeld: je kunt gelóven dat corona niets ergs is, maar het gáát om wat je doet om het te voorkomen. Handen wassen is belangrijker dan je mening.

Als je niet meer van feiten uitgaat, verandert alles. Overtuigingen brengen je bescherming noch vooruitgang. Je kunt er hooguit een identiteit aan ontlenen.

De feiten verliezen aan status. De meningen maken het uitstekend

Ik herken deze houding in de beginselen van NRC Handelsblad van 1970. Daarin was ‘liberaal’ een benaming waarvoor de nieuwe krant zich „niet geneerde”. Daarin lag namelijk „het vrijheidsbeginsel besloten, dat ons voor alles dierbaar is”. De sleutelzin is deze: „De vrijheidsgedachte die wij voorstaan, verdraagt zich niet met geloof in enig dogma, aanvaardt niet bij voorbaat enig gezag.” Liberaal zijn is voor mij dan ook geen identiteitskwestie. Het gaat om de individuele ruimte om een mening te vormen gebaseerd op feiten.

Omdat smaken, achtergronden en levensbeschouwelijke overtuigingen altijd zullen verschillen, begint het feest daarna pas: er zal altijd politieke strijd zijn.

Precies om die reden staat de liberale democratie voor NRC bovenaan, en is de rechtsstaat onontbeerlijk. Dit is het systeem dat een vredig en respectvol pluralisme mogelijk maakt – vrijheid en debat.

Het individu vol zwaktes

In 1970 was het geloof in het individu bijna romantisch. Kwaad kon de mens eigenlijk alleen in collectief verband. In 2006 stuurde een nieuwe verwoording van de NRC-beginselen, opgetekend bij de oprichting van nrc.next, dat bij. Burgers hebben behalve rechten ook plichten, stond er nu. Ze moeten zich verantwoord gedragen. Ook was er meer aandacht voor de gevaren van emotie: NRC beloofde nuchter en redelijk te zijn.

Anno 2020 lijken rede en emotie allebei verdacht. Het individu staat nu te boek als een vat vol zwaktes. Het wil een oneindig gelaagd, persoonlijk kunstwerk zijn dat zich niets gelegen wil laten liggen aan collectieve toetsing en controle. Tegelijk zien we op internet, en niet alleen daar, hoe makkelijk we te sturen zijn. De mens is gecertificeerd irrationeel.

Dat biedt nieuwe kansen aan mensen die louter macht en geld najagen. Voor hun doel is fake news zelfs beter dan de feiten. Haat en andere negatieve emoties werken het beste, volgens onderzoek.

Illustratie: Cyprian Koscielniak

Dit maakt dat het individu zich teweer moet stellen – en daarmee de democratische samenleving. Feiten volstaan niet om het denken te beschermen tegen manipulatie. Vereist is het vermogen om emoties om te zetten in gefundeerde meningen en om open te staan voor inzicht in de beleving van anderen.

Lux et Libertas moet daarom meer dan ooit ook een techniek zijn om jezelf een adempauze te gunnen. Journalistiek die je helpt om de eerste emoties en prikkels voorbij te komen: het is je licht opsteken, je inleven, kritisch toetsen en dan pas oordelen en handelen. Dat is vaak ook… aangenaam.

Het beginsel van individuele vrijheid om op basis van feiten te oordelen leidt rechtstreeks naar de journalistieke kernwaarden van NRC: de scheiding van feit en commentaar, transparantie over de werkwijze, met integriteit en onafhankelijkheid als basis.

Tegelijk bepalen liberale uitgangspunten ook veel níet. Ze vertellen je niet hoe je dan precies moet leven; daar is iedereen immers vrij in. Of hoe de gemeenschap er dan tot in detail uit moet zien. NRC houdt zich daar niet afzijdig van, de krant staat nu eenmaal in de samenleving. Maar anders dan de beginselen, veranderen onze keuzes met de tijd.

Dat zie je bijvoorbeeld in de opstelling tegenover de wereld. De internationale oriëntatie van de krant berust op realisme: een autarkisch nationaal leven is ondenkbaar. Onze correspondenten berichten allang niet meer over landen die bevolkt worden door Exotische Anderen. Hun verhalen laten juist steeds weer nauwe onderlinge verwevenheid zien.

Westerse en Europese samenwerking vraagt evenzeer om een kritische benadering als bijvoorbeeld de nieuwe macht van China – al zal liberaal-democratische verwantschap onmiskenbaar blijven.

Ook is moeilijk vol te houden dat liberale tradities alleen vooruitgang hebben gebracht. Ga maar na: het kapitalisme dat gebaseerd is op liberaal economisch denken heeft miljarden mensen meer welvaart gebracht, maar ook geleid tot almaar groeiende ongelijkheid. Die valt moeilijk te rijmen met liberale uitgangspunten.

Lang was het liberalisme in de praktijk ook niet meer dan een voorrecht van sommige groepen – eerst alleen mannen – in het machtige Westen. Een vorm van wat je tegenwoordig white privilege zou noemen: prachtige universele waarden als vrijheid, gelijkheid en broederschap die mogelijk werden doordat er anderen werden uitgebuit.

Het duurde eeuwen voordat iedereen zich – eindelijk – kon beroepen op dezelfde liberale waarden – vrijheid, gelijkwaardigheid.

Hoeveel rampspoed

We zien het als onze opdracht om deze ontwikkelingen in de eerste plaats te onderzoeken en te beschrijven. NRC besteedt nadrukkelijk veel aandacht aan thema’s als identiteit, de rechtsstaat en sociale ongelijkheid.

Hoe onafhankelijk en niet-partijgebonden ook, in haar commentaren kiest NRC wel degelijk positie. Zo keert daar geregeld een pleidooi terug voor „verbindend leiderschap”. In de coronacrisis deden we dat bijvoorbeeld, en ook toen botsende belangen in de stikstofcrisis moesten worden gerijmd met een onontkoombare conclusie: de grenzen van de belasting van de natuur waren bereikt. In de klimaatcrisis riepen we al eens op tot een andere manier van leven, en tot „compassie met toekomstige generaties”.

Als ik al eens twijfel aan de kracht van Lux et Libertas, dan gaat het hierover: hoeveel rampspoed op aarde kan onze vrije samenleving aan? De klimaatcrisis is de crisis die alleen maar erger zal worden. De opwarming van de aarde zal, volgens de beschikbare kennis, leiden tot meer van de uitschieters zoals we ze al een aantal jaren meemaken. Meer droogtes, heviger branden, grotere overstromingen, extremer weer, meer smeltend ijs, een hogere zeespiegel. Te verwachten zijn nieuwe oorlogen, meer migratie en meer strijd om migratie, en toenemende spanningen binnen samenlevingen die grote aanpassingen moeten doorvoeren.

Het is zo ingrijpend en de opdracht eigenlijk zo onvoorstelbaar. Zal de individuele vrijheid wel overeind blijven in de strijd om de kwaliteit van leven op aarde?

Toch geloof ik daarin. De menselijke natuur wordt gekenmerkt door de aandrang om te handelen en om zich een toekomst te verschaffen. Dat laat zich niet om zeep helpen.

Ik zie het als de opdracht voor onze liberale journalistiek om onvermoeibaar te onderzoeken hoe de vrijheid van komende generaties kan worden behouden om het leven naar eigen inzicht in te richten.

Als de liberale beginselen uitbreiding behoeven, dan gaat dat over de vrijheid en gelijkwaardigheid van toekomstige generaties.

Madame de Pompadours après nous le déluge is geen liberaal motto. NRC’s „steeds bereid tot vernieuwing, open voor de geest der eeuw” wél.