Opinie

Begin met een hoger minimumloon

Marike Stellinga

Het blijft een van de grootste onopgeloste mysteries: waarom groeien de lonen in het Westen zo magertjes? Sinds de crisis van 2008 is er iets geks aan de hand. Natuurlijk zijn er vele aanwijzingen en allerhande vermoedens: globalisering, nieuwe technologie, flexwerk. Maar een definitieve dader, à la ‘het was de butler in de slaapkamer met de kandelaar’, is nog niet gevonden.

Vandaar dat je westerse politici de laatste jaren een appèl hoort doen op bedrijven om de lonen te verhogen. En vandaar dat Nederland veranderd is van een land waar de elite sinds de jaren tachtig loonmatiging predikte (goed voor onze export!), in een land waar een VVD-premier én de president van De Nederlandsche Bank, blijven herhalen dat het nu toch echt eens moet gebeuren met die lonen. Zelfs tot dreigementen aan toe: anders gaat de winstbelasting niet omlaag, hoor! De coronacrisis zal die pleidooien waarschijnlijk hoogstens tijdelijk onderbreken.

Een relatief nieuwe en populaire verklaring van economen voor de achterblijvende lonen is toegenomen marktmacht. Als een klein aantal bedrijven een groter deel van de markt in handen heeft, kunnen ze niet alleen de prijzen verhogen en kleine concurrenten de markt uitdrukken, maar óók lagere lonen betalen. De economen van het IMF hebben al indringend op het bestaan van dit mechanisme gewezen. In de Verenigde Staten zijn er onderzoeken die het aantonen. En de opkomst van machtige techbedrijven (Google, Apple, Amazon) maken dat iedereen zich wat kan voorstellen bij marktmacht.

Vandaar dat ik donderdag gretig een studie van het Centraal Planbureau doorploegde naar marktmacht en lonen in Nederland. Teleurstellende samenvatting: marktmacht als oorzaak voor achterblijvende lonen is makkelijk geopperd, maar zeer moeilijk aan te tonen. Wat in de VS opgaat, is niet zomaar te zien in Nederland met zijn specifieke arbeidsrecht zoals cao’s. Ja, er zijn sectoren waar marktmacht bestaat, maar of dat leidt tot lagere lonen? De onderzoekers vinden gekke en zelfs omgekeerde effecten. Ze trekken daar geen conclusies uit, er is meer onderzoek nodig. Dat is niet vreemd; het onderzoek staat in de kinderschoenen. Maar de reden voor onderzoek is kraakhelder: er is iets geks aan de hand. In juli concludeerden DNB en CPB nog dat de lonen achterblijven.

Dus ook hier stuurt een politicus die wat wil doen in de mist. Maar in die mist valt prima de weg te zien. Want wat de precieze oorzaak ook is, het allergrootste probleem met lonen en met onderhandelingsmacht zit aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Daar waar de laagste lonen worden betaald, en de meeste flexcontracten worden uitgedeeld en waar nu ook de crisis het allerhardst toeslaat.

Dààr moet de overheid de macht van werknemers sterk stutten. Bijvoorbeeld door flexwerk fors duurder te maken dan een vast contract. En door het minimumloon te verhogen, zoals D66 én SP in hun verkiezingsprogramma’s schrijven. Dat is minder schadelijk voor de werkgelegenheid dan economen lang dachten - misschien wel juist door die marktmacht van bedrijven. In deze mist geldt de wijsheid die VVD-minister Eric Wiebes donderdag debiteerde in de Tweede Kamer. Ja, misschien zorgen de tientallen miljarden aan noodsteun wel voor zombiebedrijven, zei Wiebes. Maar: we vinden fouten van de ene soort (bedrijven die onnodig omvallen) erger dan fouten van de andere soort (zombiebedrijven). Pas die ook toe op de onderkant van de arbeidsmarkt: liever te veel bescherming dan te weinig.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.