Opinie

Nadat onbekende mannen aanbelden sloeg ze alarm bij westerse diplomaten

Michel Krielaars

Sinds vorige week zondag probeer ik de Wit-Russische schrijfster Svetlana Aleksijevitsj te bereiken. Ik voel me enigszins verantwoordelijk voor haar, nu het geweld in haar land toeneemt. Nog voordat ze in 2015 de Nobelprijs voor Literatuur kreeg, had ik al haar boeken gelezen. Daardoor meende ik haar te kennen, zonder haar ooit te hebben ontmoet. Daar kwam verandering in toen ik haar een half jaar later in Amsterdam voor een uitverkochte zaal mocht interviewen. Twee dagen lang trok ik met haar op om diep onder de indruk van haar te raken.

Begin augustus trad Aleksijevitsj toe tot de Wit-Russische Coördinatie Raad, die de protesten tegen de stembusfraude van president Loekasjenko leidt. Sindsdien besef ik opnieuw hoe dapper ze is. Als enig lid van die Raad is ze nog niet gearresteerd of het land uitgegooid. Wel werd ze eind augustus bij de Wit-Russische autoriteiten op het matje geroepen, waar ze zich beriep op haar grondwettelijke zwijgrecht. Haar ondervrager wist daarna niet meer wat hij verder nog met haar moest aanvangen en liet haar gaan.

Op 9 september belden onbekende mannen bij haar aan. Politie waarschijnlijk. Ze sloeg alarm. Meteen kwamen westerse diplomaten naar haar toe. Sinds die dag houden ze afwisselend de wacht bij haar om te voorkomen dat ze alsnog wordt gearresteerd of erger. Duitsland heeft haar inmiddels asiel aangeboden, maar ze weigert haar land en volk te verlaten.

Nog diezelfde dag richtte ze zich in een open brief tot de intelligentsia in Rusland. Waarom keken ze zwijgend toe hoe hun broedervolk werd onderdrukt, wilde ze weten.

De Russische schrijfster Ljoedmila Oelitskaja reageerde meteen op haar blog bij Radio Echo Moskvy. Daarin vertelde ze onder meer dat haar landgenoten de gebeurtenissen in Wit-Rusland op de voet volgen. Verder meende ze dat iets vergelijkbaars in de toekomst ook in Rusland zal plaatsvinden. Of het Aleksijevitsj moed gaf, weet ik niet, want ze heeft Oelitskaja niet geantwoord.

Ineens besefte ik hoe moeilijk het is om je in moreel opzicht in een dictatuur te handhaven. Nu Loekasjenko woensdag onverwacht als president is geïnaugureerd, herlees ik De gek van de tsaar (1978) van de Est Jaan Kross. Deze indringende roman, die op een waargebeurde geschiedenis is gebaseerd, werd onlangs opnieuw in het Nederlands uitgegeven. En aangezien Kross in zijn boeken altijd laat zien hoe het individu tussen de raderen van een dictatuur vermalen wordt, kon het tijdstip van verschijnen niet beter zijn.

Hoofdpersoon is de 19de-eeuwse Baltisch-Duitse edelman Timo von Bock, die zijn vriend, tsaar Alexander I, heeft beloofd hem altijd de waarheid te zeggen, hoe onaangenaam die ook is. Als Von Bock hem in maart 1818 een lange aanklacht tegen het corrupte tsaristische regime presenteert – met zinnen als ‘Waarom houdt de tsaar zo van parades? Omdat parades de zegepraal van het onbeduidende zijn!’ – verandert de aardige Alexander I in een bedreigde potentaat, die zijn vriend laat opsluiten en voor gek verklaren.

Zijn opvolger Nicolaas I laat Von Bock vrij, maar geeft hem levenslang huisarrest. Als hij de kans krijgt om naar het buitenland te ontsnappen, weigert hij met de woorden: ‘Naar het buitenland gaan alleen zij die zich willen wreken. Wie iets wezenlijkers wil blijft thuis.’ Meteen moest ik weer aan die dappere Aleksijevitsj denken.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.