Reportage

Terreur in Parijse supermarkt laat diepe littekens na

Proces aanslag Parijs 2015 Een Parijse rechtbank buigt zich over de bloedige gijzelneming in een joodse supermarkt in januari 2015. Een proces over terreur én antisemitisme.

Winkelbediende Lassana Bathily die veel klanten van de supermarkt hielp redden, getuigde voor de rechtbank in Parijs.
Winkelbediende Lassana Bathily die veel klanten van de supermarkt hielp redden, getuigde voor de rechtbank in Parijs. Foto Alain Jocard / AFP

Voor iedereen die erbij was die 9 januari 2015 zal de sjabbat nooit meer hetzelfde zijn. Veel slachtoffers waren in de Hyper Cacher, de joodse supermarkt nabij de Porte de Vincennes in Parijs, om inkopen te doen voor de wekelijkse joodse rustdag toen Amedy Coulibaly er binnenstormde met twee kalasjnikovs en twee pistolen.

„Elke vrijdag sinds vijf jaar – en het zijn er 297 geweest – speelt dezelfde film zich voor mij af,” getuigde deze week Laurence Saada, de weduwe van François-Michel Saada, een van de vier dodelijke slachtoffers.

Saada getuigde via een brief die haar broer Bruno Lévy voorlas. Na de eerste zittingsdag was het haar te veel geworden. „Vijf jaar lang heb ik niet willen weten hoe mijn man is gestorven. Nu is het overal, het is alsof ik zijn dood een tweede keer moet meemaken. Ik ben te gronde gericht.”

Op het moment dat Coulibaly de Hyper Cacher binnenvalt, is Frankrijk nog in de ban van de aanslag tegen het satirische weekblad Charlie Hebdo, waarbij de broers Saïd en Chérif Kouachi twee dagen eerder acht redactieleden en vier omstanders hadden doodgeschoten. De twee aanslagen waren „gesynchroniseerd” zou Coulibaly zelf zeggen tijdens de gijzelneming, ook al beweerde hijzelf in naam van IS te handelen terwijl de broers Kouachi aanhangers van Al-Qaida in Jemen waren.

Gelijktijdige aanval

De Kouachi’s hadden zich die dag verschanst in een drukkerij in Dammartin-en-Goële, en Coulibaly had ermee gedreigd alle gijzelaars in de Hyper Cacher te doden als de ordediensten de drukkerij zouden binnenvallen. President François Hollande gaf daarom het bevel om gelijktijdig in de drukkerij en de Hyper Cacher binnen te vallen.

De aanslagen van 9 januari 2015 hebben altijd een beetje in de schaduw gestaan van de aanslag tegen Charlie Hebdo. Maar in dit megaproces mag iedereen zijn verhaal doen, en de Franse media berichten er uitvoerig over. De nabestaanden krijgen van het hof alle tijd, niet alleen om te getuigen over wat er is gebeurd, maar ook om het portret te schetsen van wie de slachtoffers bij leven waren.

Bijzonder is dat drie van de vier doden een Tunesische achtergrond hebben. Yoav Hattab (21) was de zoon van de opperrabijn van Tunis. „De hele moslimgemeenschap in Tunesië heeft met mij meegehuild. De moslims van Tunesië zijn mijn broeders”, getuigde zijn vader Benjamin.

Yoav Hattab greep op een bepaald moment de tweede kalasjnikov van Coulibaly. Maar het machinegeweer blokkeerde en Hattab kreeg een kogel in het hoofd. „Het lag in zijn aard,” getuigde zijn zus Odia. „Hij is naar het front getrokken met zijn moed als enige wapen. Hij heeft mij nog een bericht geschreven, een je t’aime, maar hij heeft het niet kunnen versturen.”

Naar de kelder

Sophie Goldenberg zegt dat zij nooit zal vergeten hoe zij over Hattabs zieltogende lichaam moest stappen nadat Coulibaly haar had bevolen om naar de kelder te gaan om de mensen die zich daar hadden verstopt te bevelen naar boven te komen.

„Ik heb gezegd dat zij naar boven moesten komen omdat hij anders iedereen boven zou doodschieten”, getuigde Goldenberg vanuit de Verenigde Staten waar zij nu woont.

De mensen die naar de kelder waren gevlucht kwamen daar Lassana Bathily tegen, de andere held van de Hyper Cacher. Bathily is zoals Coulibaly afkomstig uit Mali. Omwille van zijn rol heeft hij de Franse nationaliteit gekregen.

Bathily opende de deuren van de koelkamer en schakelde de elektriciteit van de diepvrieskamer uit zodat mensen zich ook daar konden verstoppen. Zelf is hij vervolgens gevlucht via de goederenlift. De politie hield hem eerst anderhalf uur vast als verdachte voordat zij een beroep deden op zijn kennis van de supermarkt om de inval te plannen.

Lees ook dit interview met Lassana Bathily

Als praktiserend moslim werken in een joodse supermarkt was nooit een probleem, getuigde Bathily deze week. Yohan Cohen, de 20-jarige winkelbediende die als eerste werd doodgeschoten, was een vriend.

„Ik herinner mij dat Yohan de tassen van de Hyper Cacher altijd binnenstebuiten keerde wanneer hij boodschappen mee naar huis nam. Hij legde uit dat hij op weg naar huis niet herkend wilde worden als jood.”

Pijn

Dat zijn vriend is gedood door iemand uit Mali doet pijn, zegt Bathily. „Ik begrijp het niet. Hij is geboren in Frankrijk en ik in Mali. Frankrijk heeft mij juist alles gegeven.” Bathily werkt nu voor de stad Parijs; hij praat op scholen over het antisemitisme. „De terroristen willen ons verdelen. Het is aan ons te bewijzen dat wij sterker zijn dan zij,” zei hij deze week.

Omdat de drie daders door de politie zijn doodgeschoten — in de beklaagdenbank zitten veertien personen die de Kouachi’s en Coulibaly op verschillende manieren hebben geholpen — is dit proces in grote mate een verwerkingsproces. En het valt op hoe groot de impact is geweest van de aanslag op de nabestaanden en overlevenden.

„Ik wilde meteen weer aan het werk gaan maar het ging niet”, getuigde Rudy Haddad, een overlevende. „Ik heb vier jaar lang elke week een psycholoog gezien. Ik ben drieëneenhalf jaar met ziekteverlof geweest. Ik heb niet te klagen maar ik woon wel vlak bij de plek waar mensen zijn gedood alleen omdat zij jood waren.”

Lees ook: Naar Israël of toch maar blijven?

Uit de getuigenissen klinkt vaak een ingetogen woede over wat wordt ervaren als een stilzwijgen over het toenemende antisemitisme in Frankrijk voor de aanslagen van januari 2015. „Sinds 2000 zijn in Frankrijk twaalf Franse joden vermoord alleen omdat zij jood waren”, getuigde Francis Khalifa van het CRIF, een joodse vereniging. „Dit is ook het proces van het antisemitisme.”

Noemie Madar van de joodse studentenvereniging van Frankrijk bracht in herinnering dat in de vijf maanden na de aanslag de antisemitische daden met 84 procent zijn gestegen in Frankrijk. „Voor veel mensen is de consequentie daarvan geweest dat zij Frankrijk hebben ingeruild voor Israël.”

Naar Israël verhuisd

In het jaar van de aanslagen is inderdaad een recordaantal Franse joden naar Israël verhuisd, zo’n achtduizend. Sindsdien is de emigratie naar Israël teruggevallen tot zo’n tweeduizend per jaar. Maar het valt op dat veel overlevenden nu in Israël wonen, zoals de caissière Zarie Sibony, nu 28 jaar, die speciaal voor het proces is teruggekeerd.

Het is Sibony die als eerste met Coulibaly wordt geconfronteerd. Eerst denkt zij dat het hem om het geld in de kassa te doen is. Coulibaly lacht: „Denk jij dat ik dit voor het geld doe? Jullie joden, jullie houden te veel van het leven. Ik ben hier om te sterven. Jullie zijn joods én Frans, dat zijn de twee zaken die ik het meest haat.”

François-Michel en Laurence Saada waren van plan om na hun pensioen naar Israël te verhuizen – hun kinderen hadden de stap al gezet. Ook Laurence Saada woont nu in Israël, waar haar man is begraven.

„Hij hield zielsveel van Frankrijk,” getuigde zijn zus Annie-Laure, „maar hij was tot de conclusie gekomen dat het niet langer mogelijk was voor ons joden om in Frankrijk te wonen. Jij zou het ook moeten doen, zei hij.”