Recensie

Recensie Boeken

De bloedigste veldslag uit de 18de eeuw

Veertigjarige oorlog De oorlog tussen Frankrijk en de Republiek, en andere Europese machten, was eigenlijk een wereldoorlog. Net als in 1914-1918 hing Europa aan elkaar van ingewikkelde, instabiele bondgenootschappen.

Schilderij van Louis Laguerre: de slag bij Malplaquet op 11 september 1709
Schilderij van Louis Laguerre: de slag bij Malplaquet op 11 september 1709 Foto National Army Museum

Eind 1708 voerden Frankrijk en de Republiek al 36 jaar oorlog, en het ergste moest nog komen. Omstreeks de jaarwisseling begon het gruwelijk hard te vriezen, en dat deed het twee maanden later nog. Graanoogsten mislukten, hongersnood was onafwendbaar, intussen wankelden in Frankrijk de grootste banken, omdat de staat finaal door zijn geld was. Lodewijk XIV, de belangrijkste aanstichter van het jarenlange oorlogsgeweld, dacht nu zelfs aan het staken van de strijd. Er werd in Den Haag serieus onderhandeld over vrede. Het lukte niet. Het ging hier niet alleen over de plek waar de nieuwe grenspaaltjes moesten komen te staan; het ging vooral over de machtsbalans in Europa. Frankrijk dreigde er te goed, te sterk uit te komen. Dat was een recept voor nieuwe oorlogen. Dan kon er beter meteen doorgevochten worden.

Aan het einde van het voorjaar van 1709 waren het de Nederlanders en hun bondgenoten (met name Engelsen en Pruisen, ook wel de ‘geallieerden’ genoemd) die een offensief begonnen rond de versterkte steden Doornik en Bergen en erin slaagden de Franse bezettingsmacht in de verdediging te drukken. Wilden de Fransen dit stoppen, dan was een alles-of-niets-veldslag onvermijdelijk.

Die werd bekend als de slag bij Malplaquet, op 11 september van datzelfde jaar. De geallieerden waren stevig in de meerderheid, wat nog niet zo vaak was voorgekomen. Om acht uur ’s morgens losten ze het eerste schot, en om half drie ’s middags was de slag voorbij. Het slagveld lag bezaaid met lijken ‘als was het een kudde schapen’, zo schreef een Engelse officier: hij hoopte nooit meer zoiets mee te maken. Het aantal doden en gewonden was niet meer te tellen; aan beide zijden mogelijk wel 20.000.

Volgens Olaf van Nimwegen (1967) in De Veertigjarige Oorlog 1672-1712 was ‘Malplaquet’ de bloedigste veldslag uit de hele achttiende eeuw. Wie was de overwinnaar? De Fransen hadden enorme klappen gekregen, maar de geallieerden konden niet doordrukken. Nieuwe veldslagen en belegeringen waren onvermijdelijk. Lodewijk XIV, inmiddels een vermoeide vorst van over de zeventig, kreeg daardoor geen tijd meer om zijn gelederen op orde te brengen.

Kinderloos

In 1713 werd in Utrecht alsnog de vrede getekend. Het voornaamste dat de Republiek daar wist binnen te halen was dat de Zuidelijke Nederlanden niet langer bezit van Spanje waren, maar van Oostenrijk, en dat ze als een bufferstaat zouden gaan dienen voor de Republiek. De belangrijkste vestingen, zoals Namen en Doornik, kregen een Noord-Nederlandse bezetting.

Dit laatste deel van de strijd tussen het Frankrijk van Lodewijk XIV en de Republiek staat wel bekend als de Spaanse Successieoorlog (1701-1713), die op gang kwam toen de laatste Spaanse Habsburger Karel II kinderloos dreigde te sterven, en een Franse prins tot zijn erfgenaam bleek te hebben gemaakt. Wanneer dit zijn beslag kreeg zou Frankrijk oppermachtig worden in Europa. Stadhouder Willem III maakte het verhinderen van deze alliantie tot zijn levensdoel. Met een hele reeks bloedige veldslagen, vooral in het stroomgebied van de Schelde en de Maas, tot gevolg.

Willem zou de afloop niet meer kennen – hij stierf in 1702 – en zou waarschijnlijk maar matig tevreden zijn geweest met de uiteindelijke uitkomst. Frankrijk zong weliswaar een flink toontje lager, maar Spanje had toch zijn Franse vorst gekregen. En zo was er meer. De Republiek bleef intussen met een enorme berg schulden achter.

Rampjaar’

Olaf van Nimwegen beschrijft de Spaanse Successieoorlog als onderdeel van de ‘Veertigjarige oorlog’, een niet zo heel gangbare benaming voor een reeks conflicten waar zo goed als heel Europa van de Bosporus tot Gibraltar tot Scandinavië bij betrokken raakte. Het begon allemaal in 1672, het welbekende Rampjaar, toen de Republiek in enkele weken tijd onder de voet werd gelopen door een gelegenheidscoalitie onder aanvoering van Frankrijk. Een en ander kostte de briljante bestuurder Johan de Witt de kop en het bracht de door velen gevreesde Oranjes weer aan de macht.

De nieuwe stadhouder Willem III bleek een tactisch meesterbrein die in een paar jaar tijd vanuit een bijna verloren positie de Franse bezettingsmacht in 1678 weer de Republiek uit wist te drijven. Er werd in Nijmegen een vrede gesloten die niet meer dan een korte wapenstilstand bleek te zijn. In de decennia die volgden zou Lodewijk XIV blijven proberen zijn territoria uit te breiden en mooi af te grenzen, en steeds weer een bonte coalitie van Europese vorsten onder aanvoering van de Republiek tegenover zich vinden.

De Veertigjarige Oorlog 1672-1712 is een nauwkeurige kroniek van opeenvolgende veldslagen, belegeringen en verrassingsaanvallen die in een bijna continue stroom bleven doorgaan. Van Nimwegen kijkt vooral naar het militaire krachtenveld, de logistiek, technologische ontwikkelingen en ook het leed dat op en om de slagvelden hing. Minder naar de politiek, en ook minder naar hoe het thuisfront over de gruwelijke reeks slachtingen oordeelde. De grote lijn lijdt daar nogal onder; van Nimwegen inventariseert, ordent, evalueert, en levert vooral een duizelingwekkende hoeveelheid feiten. Dat maakt de lectuur gaandeweg nogal vermoeiend.

We komen bij iedere veldslag veel te weten over de sterkte van de legers, de tactische manoeuvres, de verliezen aan beide zijden. De lezer krijgt daardoor wel mee hoe zinloos repeterend al die veldslagen waren. De legers werden steeds maar groter en de aanvoerlijnen kwetsbaarder. Mooi zichtbaar wordt hoe de voedselvoorziening hopeloos in de knel raakte wanneer er twee keer honderdduizend soldaten in een landstreek slag komen leveren. Die moeten iedere dag eten, en hun paarden ook. Het leidt vaak tot totale chaos, hongersnood en sterfte.

Territoriumdrift

Als de oorlog van 1914-18 een wereldoorlog was, dan was de oorlog die van 1672 tot 1712 honderdduizenden jonge mannen de dood injoeg dat ook. Beide conflicten hebben wel iets van elkaar weg. Aan het einde van zeventiende eeuw was het de tomeloze territoriumdrift van de Zonnekoning die Europa in brand zette, zoals twee eeuwen later het ambitieuze Duitsland van Kaiser Wilhelm het delicate Europese machtsevenwicht liet wankelen.

Een veelheid aan lokale en dynastieke conflicten klitten aan het einde van de zeventiende eeuw in elkaar, in ingewikkelde en instabiele bondgenootschappen, in 1914 ging dat niet veel anders. Al snel wist de lijdende bevolking nauwelijks nog waarom de strijd geleverd werd. Beide conflicten liepen uiteindelijk hopeloos vast in de modder van Noord-Frankrijk en Vlaanderen. Groot verschil is dat er over de Eerste Wereldoorlog aanzienlijk meer geschreven wordt. Mooi dat dit boek er nu is.