‘Content’, ‘input’ en ‘learnings’ – lieve lezers, ik heb jullie nodig

Japke-d. denkt mee Zonder lezers zou columniste zonder onderwerpen zitten én zich eenzaam voelen. „Bij jullie kan ik uithuilen.”
Illustratie Tomas Schats

Toen ik vroeger, eind twintigste, begin eenentwintigste eeuw – want zo lang werk ik al bij NRC – een artikel schreef voor de krant, verdween het na publicatie in een groot zwart gat en hoorde ik er nooit meer iets over. Heel af en toe kreeg ik wel eens een reactie van een lezer, maar die zat dan in een envelop, met op de voorkant een postzegel en een handschrift dat een degelijke lagereschooltijd verraadde – die brieven heb ik allemaal bewaard.

Tegenwoordig kan ik alle reacties op mijn stukken niet meer bewaren, zoveel zijn het er via Twitter, Facebook, mail, nrc.nl en LinkedIn, soms honderden per dag. Dat is overigens ook de bedoeling, ik vraag erom, letterlijk, en ik zeg het maar meteen: ik zou niet meer zonder kunnen.

Want de reacties die ik van jullie krijg, lieve lezers, doen me lachen, ontroeren me, maken me boos op jullie bazen, zetten me aan het denken en brengen me op nieuwe ideeën – ik leer ervan.

Natuurlijk, er zijn ook negatieve reacties. Zoals die ene keer toen ik een column had geschreven dat vrouwen meer rechten zouden moeten krijgen in het voetbal. Een lezer vond toen dat ik moest worden verkracht en op de brandstapel gegooid – ik hoop wel in die volgorde, anders zou het ziek zijn. Maar verder zijn de reacties hartverwarmend, vriendelijk, grappig, beleefd kritisch en kwetsbaar.

Bijvoorbeeld die over alle onnodige managementhypes waar jullie op het werk door getergd worden. Jullie weten hoe erg het is daar dagelijks mee te maken te krijgen.

‘Agile werken’ bijvoorbeeld, de hype uit 2017 om bedrijven ‘wendbaarder’ te maken. Een lezer schreef me dat dat echt niet meer is dan „boerenverstand gemixt met een luisterend oor”; een ander dat de dagelijkse ‘scrum’-vergadering niet meer is dan „een groepje pastelkleurige overhemden dat elkaar van het werk staat te houden”.

Maar ook in mijn strijd tegen het nodeloze jargon op het werk zijn jullie mijn bondgenoot. Als ik bijvoorbeeld vraag welke vergaderingen jullie overbodig vinden sturen jullie me ‘townhalls’, ‘waslijnsessies’, ‘huddles’, ‘doorbraaktafels’ en ‘cactusgesprekken’; maar geven jullie ook je ongezouten mening over curieuze kantooruitdrukkingen als ‘warme groet’ onderaan een mail, wat volgens een lezer „in een kantoorsetting toch een beetje voelt als op een bureaustoel gaan zitten waar net iemand anders een uur heeft zitten broeden”.

Maar we kunnen ook heerlijk bij elkaar uithuilen, vind ik. Als ik om tips vraag hoe het verder moet met mijn carrière nu ik (zelf) vijftig ben geworden. Als ik vraag naar vreselijke bedrijfsuitjes zoals de „workshop geblinddoekt neuriën en dan andere mensen met dezelfde toonhoogte zoeken”. Als ik om hulp vraag hoe ik sinds corona mijn ‘thuiswerkdip’ kan bestrijden („af en toe huilen mag”).

We helpen elkaar sowieso in de coronacrisis. Toen alle kantoorwerkers met het hele gezin samen moesten thuiswerken schreef een lezer dat „samen thuiswerken in het rijtje hoort van ‘samen een Ikea-kast in elkaar zetten’, ‘samen met de boot door de sluis’ en ‘samen naar een vakantie-adres navigeren’”.

Halleluja.

Maar we delen ook de mooie dingen van het werk met elkaar. „Samen heel hard lachen met je collega’s” bijvoorbeeld, „en dat de buren dan komen vragen of het zachter mag” zoals een lezer schreef. „Samen met de leuningen van onze bureaustoelen het ritme van ‘we will rock you’ laten klinken.” „Samen mooie dingen maken – het besef dat je nergens anders met zulke gelijkgestemde gekkies kunt communiceren.”

Dat ontroert me.

Maar de grootste medestrijders zijn jullie natuurlijk in mijn strijd tegen het onnodige Engels dat onze taal binnensluipt. ‘Invites’, ‘calls’, ‘content’, ‘input’, ‘learnings’, en ‘goals’ die moeten worden ‘aligned’ voordat je ze kunt ‘submitten’ voor ‘approval’ – jullie ergeren je er net zo grenzeloos aan als ik.

Een lezer stuurde me daarvan ooit het toppunt, twee collega’s die in de lift tegen elkaar zeggen: „Waarom heb je dat niet in de meeting gementioned?”

Man man man.

Lieve lezer, wat ik eigenlijk bedoel: wat is het heerlijk dat jullie er zijn. Zonder jullie was de krant nergens. Natuurlijk, ook omdat jullie de salarissen hier op de redactie mogelijk maken. Maar voor mij gaat het zoveel verder.

Want door jullie voel ik me minder eenzaam in mijn strijd tegen de managementprietpraat. Door jullie durf ik te blijven zeggen dat de keizer geen kleren aan heeft. Door jullie blijf ik geloven dat prettig werken met leuke collega’s het mooiste is dat er is.

Ik ga hier geen tranentrekkend verhaal ophangen dat ik zonder jullie niet zou kunnen leven, dat jullie mijn geestverwanten zijn, mijn wapenbroeders en de enige reden waarom ik schrijf, maar potverdikkie hé.

Het vóélt soms wel zo.

Hoe was jouw week? Japke-d. Bouma wil het graag weten. Tips via @Japked op Twitter.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.