Opinie

Wachten op tram 3 met wat poëzie

Is Joyce Roodnat talloze malen blind over een prachtig gedicht heen gelopen? In Amsterdam blijken bij alle haltes van tramlijn 3 gedichten op de grond aangebracht. Sommige bekend, andere speciaal geschreven voor het project Poëzie op de Stoep.

Joyce Roodnat

Sinds wanneer staat dat gedicht op de stoep voor de ingang van het Oosterpark? Ik ben in Amsterdam-Oost geboren, ik ken dit park, ik kom er vaak. Ik houd van de zware bomen, van de platgetreden paden. Van de skaters, de sierfietsers en de bodybouwers op het asfalt voor de muziektent. Van de sculpturen – Jan Wolkers’ ‘Monument voor de Tachtigers’, Jeroen Hennemans ‘Schreeuw’ voor Theo van Gogh, het slavernijmonument van Erwin de Vries, de Titaantjes van Hans Bayens: drie aardige jongens van brons op een bankje, net een maatje kleiner dan levensgroot. En nu zie ik dichtregels in witte verf op de stoeptegels gecalligrafeerd: ‘Toen jij ontstond was ik / nog te druk met niet-bestaan...’. Het is een kleine liefdesverklaring aan Amsterdam met daarin verstopt een liefdesverklaring aan het leven. En dat in vijf regels.

Hoe vaak ben ik daar blind overheen gelopen? Vast nog niet lang, dit is mooi, zoiets zie ik niet over het hoofd. Ik weet het al, ik was de afgelopen anderhalve week in Vlissingen voor Film by the Sea, een goedbewaard geheim dat wel eens ontdekt mag worden, want het is een prachtig filmfestival in permanente vakantiestemming. (En kom me niet aan met ‘Zeeland is zo ver weg’, in Nederland is niks ver weg.)

Ik bel met Nicole Kaandorp, die dit gedicht schreef. Ze zegt dat het in juni al aangebracht is, ik moet er dus al vele malen gedachtenloos overheen gelopen zijn.

Amsterdam, hoek Oosterpark/Linnaeusstraat: gedicht van Nicole Kaandorp Foto Erik van Zuylen

Haar vers schreef ze op uitnodiging van project Poëzie op de Stoep, met gedichten voor alle negenentwintig haltes van tramlijn 3. Soms zijn ze bekend: op de halte Museumplein lees ik de evergreen van buurtbewoner K. Schippers: ‘Als je goed om / je heen kijkt / zie je dat alles / gekleurd is’. Maar veel poëzie ontstond speciaal voor lijn 3. Halte Camperstraat, van Méland Langeveld: ‘Blijmoedig fluit de merel terwijl / lijn 3 de bocht door knerpt…’ – wat lijn 3 daar inderdaad doet. Bij de cafeetjes van halte Hugo de Grootplein: ‘Een kopje gezelligheid / een lepeltje liefde…’ van Nafiss Nia, het snoer tramhalte-gedichten was haar idee.

Lees ook Linnen, het verhaal waarmee Nicole Kaandorp in 2019 de Grote Lowlands Schrijfwedstrijd won.

Nicole Kaandorp komt uit Amsterdam-Oost, vertelt ze, haar gedicht is bij het park op zijn plaats. Bovendien houdt ze van de tram: „Weet je de strippenkaart nog? Die hangt bij mij in een lijstje.” Ik ga via haar gedicht het park in. Er glijdt een tram voorbij, niet lijn 3, maar lijn 19. Die heette vroeger lijn 9, hij werd bezongen door Willeke Alberti: „Bij de halte van lijn 9 / Stond ’k te wachten in de regen….” Ook al was ik klein toen dat op de radio was, ik ken het uit mijn hoofd. „Je zei iets gewoons over ’t slechte weer / Maar ’t klonk als een prachtig gedicht…” Mijn moeder zong het mee en wij ook. Met meezingen begint de liefde voor het dichterswoord.