Nú winkelen? De druktemeter moet burgers helpen beslissen

Mensenmassa Steden en provincies proberen met nieuwe technieken voor burgers lokale drukte aan te geven. Zo kunnen die beter beslissen of een bezoekje aan een bepaalde plek verstandig is.

Illustratie Midas van Son

Hoe zorgen we ervoor dat Nederlanders ondanks het coronavirus toch veilig gebruik kunnen maken van de openbare ruimte? Een aantal grote gemeenten probeert met nieuwe technologie de drukte in steden en recreatiegebieden meetbaar te maken.

Onder meer Amsterdam, Rotterdam, Breda, Alkmaar en de provincies Utrecht en Gelderland hebben een druktemeter gelanceerd. Het idee: tel en rapporteer het aantal mensen in een bepaald gebied. Dan kunnen anderen die erheen willen zelf beslissen of ze zich veilig kunnen aansluiten of beter ergens anders heen kunnen gaan. Zo zou je de drukte beter kunnen spreiden. Een blik op de lokale druktemeter kan mensen helpen beslissen of ze nog even wachten met een bezoek aan het winkelcentrum.

Hoe de drukte gemeten wordt, verschilt per monitor. In Breda werkt de druktemonitor op basis van vijftig wifi-sensoren in de stad. In Alkmaar wordt, naast observaties van de drukte, ook informatie over bijvoorbeeld de bezetting van parkeergarages en fietsvakken meegenomen. En de provincies leunen bijvoorbeeld ook op inschattingen van mensen die een gebied goed kennen, zoals boswachters en boa’s.

De gemeente Rotterdam zocht samenwerking met het Nederlandse IT-bedrijf Resono, dat over de actuele locatiegegevens van bijna een miljoen Nederlandse smartphonegebruikers beschikt. SpotR, zoals de Rotterdamse druktemonitor heet, rapporteert op basis van hun gps-data hoe druk het is op zo’n vijfhonderd locaties in de stad – van winkelcentra en horecagelegenheden tot parken.

Frank Vieveen, programmamanager smart city en digitale economie bij de gemeente, vertelt telefonisch dat de SpotR-app moet bijdragen aan een veiliger leven met het coronavirus. „Het idee voor de druktemeter komt bij het coronacrisisteam vandaan. Zij zeiden: de stad moet weer open, hoe gaan we dat aanpakken? Zijn daar slimme technieken voor?”

Een grote groep Rotterdammers heeft behoefte aan informatie over de drukte, zegt Vieveen. „Zodat zij op het juiste moment naar buiten kunnen om boodschappen te doen of naar het park te gaan.”

Lees ook: Drukte in parken: ‘Ik heb sociaal contact nodig, anders word ik depressief’

Testfase

SpotR wordt in oktober gelanceerd, maar de app is tijdens de testfase al volledig operationeel. De gemeente probeert alleen de algoritmes nog wat scherper af te stellen op basis van de observaties van ambtenaren, vertelt Vieveen. „Drukte is subjectief. Wat voor de een rustig is, is voor de ander druk – en andersom. De ene ruimte leent zich ook voor meer drukte dan de andere.”

Resono telt mensen, zegt oprichter en directeur Remco Bron aan de telefoon. „Wij meten drukte. Onze focus ligt van origine op het vaststellen van drukte in retailomgeving: hoe druk het is in een winkelgebied en in de winkel.”

Met die informatie vergelijken winkeliers zichzelf met hun concurrenten. „Een Blokker weet niet alleen hoe druk het in hun winkel is, maar ook hoe druk het is bij de Action. Zo kunnen ze zien hoe ze het doen in vergelijking met de concurrent.”

Voor exploitanten van buitenreclame kan Resono ook berekenen hoeveel mensen daar langs trekken. Op basis daarvan wordt bepaald hoeveel een advertentie mag kosten.

SpotR rapporteert op basis van hun gps-data hoe druk het is op zo’n vijfhonderd locaties in Rotterdam, van horeca tot parken

De gps-gegevens die Resono gebruikt om drukte te meten, worden doorgegeven via populaire apps. Namen noemt Bron niet, maar denk aan „nieuws-, weer- en verkeersapps” van Nederlandse bodem.

De ontwikkelaars van die apps hebben software van Resono ingebouwd die de locatiegegevens doorgeeft aan dit bedrijf. Gebruikers geven daar zelf toestemming voor, al zal niet iedereen zich daarvan bewust zijn. Na installatie van zo’n populaire app geven zij namelijk toestemming om de locatiegegevens te gebruiken voor „marketing- en analytische doeleinden”. Wat Resono doet, valt in de laatste categorie.

Apps die de software van Resono hebben geïntegreerd, krijgen een deel van de opbrengsten. Bron: „Het is een businessmodel voor die apps. De advertentie-inkomsten nemen af en ze zoeken naar andere modellen.”

Voor SpotR verkortte Resono de verwerkingstijd van al die data. Normaliter krijgen klanten een dag later de jongste druktecijfers. SpotR loopt nog slechts een kwartier achter op de werkelijkheid.

Privacy

De privacy van mensen wier data worden gebruikt is gewaarborgd, zegt Bron. Rotterdam weet alleen hoeveel mensen waar zijn, niet wie. „Wij leveren ook nooit identificerende of persoonsgegevens. Dat mogen we ook niet, contractueel gezien.”

Ook Rotterdam heeft goed op de privacy-aspecten gelet, zegt Vieveen. „De privacy officer van de gemeente is vanaf het begin hierbij betrokken. We hebben getoetst of dit systeem enig privacy-aspect raakt, maar dat bleek niet het geval.”

Directeur Bron zegt dat Resono aan de wettelijke privacyregels voldoet. Zo geven mensen expliciet toestemming voor verwerking van hun locatiegegevens, en kunnen ze die toestemming op ieder moment ook intrekken. Verder is er nog zoiets als „statistische anonimiteit”; de cijfers die Resono aanlevert, kun je niet koppelen aan individuen. „Onze klanten kunnen data op geen enkele manier herleiden naar een persoon.”

Voor handhaving van anderhalve meter afstand zal Rotterdam SpotR niet gebruiken. Daarvoor heeft de stad genoeg andere middelen. Vieveen: „Er hangen meer dan vierhonderd camera’s. Toezicht en handhaving baseert zich op harde data, van camera’s die in de centrale meldkamer in de gaten worden gehouden.”

De programmamanager denkt dat SpotR ook na de coronacrisis nuttig blijft. Als er bijvoorbeeld grote evenementen zijn, kunnen bezoekers met de app hun plan trekken.

Lees ook deze analyse van de drukte op het wegennet tijdens de lockdown: De spits bestaat niet meer sinds corona – op die ene stranddag na