Nederland schaalt IS-missie af, overweegt nieuwe inzet Mali

Defensie Het kabinet schaalt de strijd tegen IS af, maar overweegt nieuwe militaire betrokkenheid in Mali.

Toenmalig minister van Defensie Jeanine Hennis (VVD) en de toenmalig commandant der strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, bezochten de Nederlandse trainingsmissie in Irak in 2016.
Toenmalig minister van Defensie Jeanine Hennis (VVD) en de toenmalig commandant der strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, bezochten de Nederlandse trainingsmissie in Irak in 2016. Foto Evert-Jan Daniels/ANP

Nederland schaalt de bijdrage aan de internationale strijd tegen Islamitische Staat af. Zo stuurt Nederland geen nieuwe trainers naar Irak, maar neemt een meer adviserende rol aan. Vanwege de coronacrisis keerden deze trainers dit voorjaar al terug naar Nederland. Ook andere landen trekken langzaam hun troepen terug uit Irak. De Iraakse veiligheidssector is volgens de anti-IS-coalitie, waar Nederland ook deel van uitmaakt, steeds beter in staat IS zelf te bestrijden.

Dat schrijven de ministers Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) en Ank Bijleveld (Defensie, CDA) in een brief aan de Tweede Kamer. Wel ontving Nederland in de strijd tegen IS twee nieuwe verzoeken. De internationale coalitie heeft alle deelnemers gevraagd om de inzet van 100 tot 150 personen om het internationale vliegveld van de Iraakse stad Erbil te beschermen voor een periode van zes maanden, te beginnen in dit najaar.

Het kabinet onderzoekt verder een verzoek van de Belgische minister van Defensie om een bijdrage te leveren aan de bescherming van een Belgisch F-17-detachement, dat vanaf oktober vanuit Jordanië wordt ingezet in de strijd tegen IS. Dat gaat in de praktijk om het bewaken van de F-16’s op de basis in Jordanië, door een eenheid van 30 tot 35 mensen. Het Nederlandse mandaat voor bijdragen aan de anti-IS-coalitie loopt tot eind volgend jaar.

Mogelijk nieuwe Mali-bijdrage

Het kabinet gaat volgens de brief bovendien de mogelijkheden onderzoeken om een militair transportvliegtuig te leveren aan de VN-missie Minusma, in Mali. Daarmee zou Nederland gaan deelnemen aan een groepje landen die deze militaire bijdrage om beurten leveren namens de VN. Het gaat om een periode van zes maanden, de eerstvolgende periode die vrijkomt begint in november 2021.

Het is opmerkelijk dat Nederland opnieuw onderzoekt of het militair gaat bijdragen in Mali: na een missie van vijf jaar waarbij voortdurend zo’n vierhonderd Nederlandse militairen aanwezig waren, vertrok Nederland in mei vorig jaar juist uit het Afrikaanse land.

Het verzoek om bijstand in Mali komt van de Verenigde Naties. Sinds 2013 is de VN actief in het land. Het zou gaan om de inzet van een C130, een transportvliegtuig dat personen en materieel kan vervoeren. En zaken als voedsel, levensmiddelen en wapens.

Het is de gewoonte van het kabinet om de Tweede Kamer te informeren over verzoeken om militaire inzet of bijstand die het ontvangt. In het Nederlandse systeem hoeft de regering vooraf geen toestemming te vragen aan het parlement om militaire deelname, maar voldoende draagvlak in de Tweede Kamer is wel gebruikelijk.

Op maandag 5 oktober praat de Tweede Kamer over militaire inzet in het buitenland.

Lees ook deze reportage: Moegestreden krijgsmacht verlaat Mali