De Max Havelaar in lockdown

Schrijven Voegt het overschrijven van een boek iets toe aan de beleving ervan? Jazeker, hoort van de mensen die zich een passage uit de Max Havelaar eigen maakten.
Jasmijn Vervloet conservator archieven VU
Jasmijn Vervloet conservator archieven VU

Strafregels – een voor de hand liggende associatie bij het ‘overschrijven’ van een tekst. „Er is inderdaad veel gezucht en gekreund”, zegt neerlandica Jacqueline Bel. „Maar dat was vooral omdat niemand meer gewend is met de hand te schrijven.”

Bel vroeg meer en minder bekende Nederlanders, onder wie schrijvers en wetenschappers, plus een Amsterdamse en Tilburgse groep scholieren een passage over te schrijven uit Multatuli’s Max Havelaar. Samen zouden die 170 bladzijden een ludiek en uniek ‘lockdown-manuscript’ vormen van die fonkelende, controversiële roman uit 1860. Een passend idee ook voor het jaar waarin Multatuli, pseudoniem van Eduard Douwes Dekker, tweehonderd jaar geleden werd geboren.

Bijdrage: Saskia de Bodt, kunsthistorica en Tom Eyzenbach, tekenaar

Behalve een aanklacht tegen het koloniale bestuur in Nederlands-Indië kan Max Havelaar met zijn ingenieuze Russische poppetjes-constructie bovendien gelden als beginpunt van de moderne Nederlandse letterkunde, het vak dat Bel als hoogleraar doceert aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Briefpapier van Des Indes

Elsbeth Etty, voorzitter van het Multatuli Genootschap, mocht aftrappen met Batavus Droogstoppel („Ik ben makelaar in koffij, en woon op de Lauriergracht, No 37.”). Adriaan van Dis kreeg de parabel van de ‘Japanse Steenhouwer’; Dieuwertje Blok was een van degenen die ‘Saïdjah en Adinda’, waarschijnlijk het bekendste deel, kreeg; Maxim Februari schreef iets uit ‘De toespraak tot de hoofden van Lebak’ over. En Dick Matena en Fokke & Sukke kozen voor de stripvorm. Sijbolt Noorda, theoloog aan de UvA, schreef op briefpapier van hotel Des Indes. En UvA-letterkundige Marita Mathijsen schreef in bruine inkt; zoals Multatuli.

Handgeschreven fragment van Marita Mathijsen, neerlandica

Laurentien, prinses der Nederlanden en ambassadeur van de leesbevordering, schreef de brief aan „koning Willem den Derde” na waarmee de roman besluit. Met de vraag die bitter in de lucht blijft hangen, of „het uw keizerlijke wil is […] dat daar ginds Uwe meer dan dertig miljoen onderdanen worden mishandeld en uitgezogen in Uwen naam?”

Intussen zijn alle bijdragen binnen: ze worden gedigitaliseerd en ingebonden. Later dit jaar is dit tweede manuscript van de Max Havelaar te zien, tastbaar in de Universiteitsbibliotheek en virtueel online.

Lees ook: Multatuli, of het belang van literatuurlezen

Sympathieke gimmick

Een collage van een nieuw-oud boek en een website, is dat wat er op de zeef blijft liggen? Veel auteurs vonden het aanvankelijk vooral een sympathieke gimmick, zegt Jacqueline Bel. Maar het overschrijven zelf – „ingespannen als een klein kind” – bleek een intense nieuwe kennismaking te zijn met schrijver en boek. „Ik had dit niet graag willen missen”, kreeg ze steeds weer te horen.

Door tekenaar Dick Matena

De deelnemers vertellen over hun ‘leeservaring’ op film (deels al op YouTube te zien) en in tekst. Volksaardkenner Herman Pleij, die een beetje mopperend aan zijn schrijfwerk begon, ontdekte bij nader inzien een sprankelende tekst die zijn wetenschappelijk nieuwsgierigheid opnieuw prikkelde.

Elsbeth Etty ziet een parallel met de recente ‘beeldenstorm’, vertelt ze aan de telefoon. „Batavus Droogstoppel, het symbool van de benepen Hollander, richt voor zichzelf een standbeeld op, dat Multatuli aan het slot omverhaalt – ‘stik in koffij, en verdwijn’.”

Tekenaar Jean Marc van Tol

Veel deelnemers dachten opnieuw aan hun leraar Nederlands die hen met boeken in aanraking bracht. Adriaan van Dis beschrijft hoe hij een „stille wens” deed toen hij op zijn vijftiende de Max Havelaar las: „Ik wil ook door het alang alang [hoog gras] lopen [...] en ik wil een vlaggetje planten in de drol van een olifant en wachten tot de mestkever er een bolletje uit rolt. Allemaal uitgekomen.”

Verbindingen in de hersenen

Margriet Sitskoorn, hoogleraar klinische neuropsychologie, schrijft opgetogen hoe lezen en schrijven je hersenen fysiek veranderen: ze leggen nieuwe verbindingen die maken dat je anders denkt, voelt en doet. „Terwijl je leest of schrijft ben je en word je op hetzelfde moment.” En omdat elke lezer zijn eigen wereld meebrengt kun je zeggen dat elke lezer een eigen Max Havelaar leest en „medeauteur” is. „Ze vormen elkaar in wederkerigheid. Het is bijna niet te bevatten. Lezen en schrijven zijn magisch.”

Illustrator Cleo Berenbroek schilderde een bloedende karbouw

Iedereen weet wel dat dat boek cultureel erfgoed is, zegt Jacqueline Bel, maar het staat ook steeds verder van ons af. „Als je er wat moeite voor doet ontdekt iedereen op zijn manier dat die tekst leeft.”