We zijn écht geen racisten hoor, zeggen ze in de rechtbank

Discriminatiezaak De afgelopen dagen stonden 25 verdachten terecht die zich gewelddadig en racistisch uitlieten op Facebook na een anti-Zwarte Piet-demonstratie. Wie zijn zij? „Ik baal van de buitenlanders die hier komen en de boel verstieren.”

De anti-Zwarte Piet-demonstratie in 2018 in Amstelveen, waarvan Clarice Gargard een livestream plaatste. Daaronder verschenen duizenden grove reacties.
De anti-Zwarte Piet-demonstratie in 2018 in Amstelveen, waarvan Clarice Gargard een livestream plaatste. Daaronder verschenen duizenden grove reacties. Screenshot YouTube

De dertigjarige fabrieksarbeider uit Exloo woont bij zijn ouders. Hij heeft een autistische stoornis, laat zich makkelijk meeslepen. „Als ik te veel prikkels krijg, kan ik boos worden.” Op Facebook heeft hij in kapitalen geschreven: „Zwarten zijn slecht” en: „Der uit met die zwarten!!! Was gezellig, maar nu echt wegwezen!!! Alleen nog maar blanke mensen in Nederland, b.v.d.”

Nu hij hierdoor in Amsterdam terechtstaat wegens aanzetten tot discriminatie, verklaart hij dat hij geen racist is: „Ik heb zwarte collega’s, daar heb ik veel lol mee.”

Op 17 november 2018 plaatste NRC-columnist Clarice Gargard een livestream op Facebook van een demonstratie tegen Zwarte Piet in Amstelveen. Daaronder verschenen duizenden reacties; de meeste waren zo grof, dat Gargard aangifte deed.

Uit de reageerders koos het Openbaar Ministerie vier vrouwen en eenentwintig mannen die de afgelopen dagen in een megaproces terechtstonden in Amsterdam, verdacht van opruiing, groepsbelediging of haatzaaien. Ze hadden in hun berichten opgeroepen tot het vermoorden dan wel het land uitzetten van de demonstranten, doorgaans vergezeld van grove racistische kwalificaties.

Wie zijn die mensen die terechtstonden? Na de vijf zittingsdagen rijst een redelijk consistent beeld op van de doorsnee verdachte.

Hoofdzakelijk witte mannen

Zo zijn het hoofdzakelijk witte mannen tussen de twintig en veertig jaar, vooral van buiten de Randstad. Er waren fabrieksarbeiders, een metselaar, een automonteur, een glazenwasser, tegelzetter, winkelmedewerker, overblijfmoeder, grondsaneerder, chauffeur en diverse anderen met modale of submodale inkomens. Eén verdachte zei te zijn ontslagen als direct gevolg van de commotie.

Maar er zijn ook diverse verdachten die geen werk hebben, die arbeidsongeschikt zijn, die een psychische stoornis hebben, hoge schulden en andere sociale problemen. Een deel heeft een strafblad.

Waarom hebben ze de berichten geschreven? Ze zeggen dat ze zich hebben laten meeslepen door hun boosheid en frustratie. Ze zijn doorgaans berouwvol – het was fout, onacceptabel, ik schaam me diep. Ja, achteraf „schaam je je rot, ik had het nooit moeten sturen”. Maar tegelijkertijd blijken velen nog steeds verontwaardigd over de „aanval op de kinderen” bij Sinterklaas-intochten – de witte kinderen dan.

„Je probeert voor de kinderen iets moois te maken, en een ander probeert dat af te pakken”, zegt een fabrieksarbeider uit Vaassen. Wat hen allen verbond, was een hekel aan de demonstranten. „Ik ben er helemaal klaar mee”, zegt de enige zwarte verdachte, die eraan herinnert dat op Curaçao Piet ‘gewoon’ zwart is. En dat het „ons feestje is”, dat echt niet hoeft te veranderen.

Eigenlijk, vinden sommigen, hebben de demonstranten het uitgelokt. „Als je dat doet, krijg je dit.” De officier van justitie noemt dat „blaming the victim”.

Op Facebook hebben ze zich racistisch geuit: zwarte mensen zijn ‘slecht’, ‘onderontwikkeld’, en ze horen thuis ‘op de Apenheul’. Maar in de rechtszaal zeggen ze stellig dat ze geen racist zijn. Het ging hen zuiver om de demonstranten, „wit of zwart”.

Wel uiten verschillende van hen het gevoel ‘onze cultuur’ te moeten beschermen. „Ik baal van de buitenlanders die hier komen en de boel verstieren”, zei een heftruckchauffeur uit Assen eerder tijdens zijn verhoor. Een 25-jarige werkloze uit Veenendaal zei tegen de politie: „Ik ben geen racist, ik ben nationalist. Ik kom op voor mijn eigen volk.”

Verbale agressie

Met dit proces wil het OM een einde maken aan de wijdverspreide gedachte dat op sociale media alles mag, en dat de woorden die je daar plaatst geen consequenties hebben. Het OM wil duidelijk maken waar de grens ligt van de vrijheid van meningsuiting op sociale media. Als je die grens overgaat met verbale agressie, redeneert het OM, snoer je de mond van anderen, en belemmer je juist de vrije meningsuiting. Deze gedachte leek niet erg te landen bij de verdachten.

Nogal wat verdachten zeggen zich niet te hebben gerealiseerd dat hun vaak zeer agressieve reacties ook echt openbaar waren. Sommigen dachten dat reacties op filmpjes die Facebookvrienden met hen delen, alleen door die vrienden gelezen kunnen worden. Of alleen door medestanders, waardoor zij zich weer aangemoedigd voelden, of gelegitimeerd. Een advocaat noemt dat „groepsveiligheid”.

Verder is „een woord nog geen daad”, zoals een van de verdachten het uitdrukt. Voor velen lijkt Facebook geen onderdeel van het echte, fysieke leven, maar een subwereld zonder beperkingen. „Ik zou dit nooit op straat zeggen, maar wel op Facebook”, zegt een verdachte.

Luister ook naar deze aflevering van de podcast NRC Vandaag: Hoe het OM zijn eigen discriminatiezaak aan het wankelen bracht

Oproepen tot terreurdaden

Volgens een van de advocaten moet je de berichten niet letterlijk nemen, het is beeldspraak, het zijn hyperbolen. Ook al riepen de verdachten op Facebook op tot allerhande terreurdaden tegen de demonstranten („Bom gooien gelijk vanaf. Dan zijn ze nog zwarter als roet”), niemand, betoogt de advocaat, zou de activisten werkelijk dood wensen.

Niemand wist ook dat opruiing of groepsbelediging iets strafbaars is. Op internet „praten velen zo, dus dat zal wel mogen”. Geen enkele verdachte zei zich te hebben gerealiseerd dat de agressieve, beledigende teksten ook persoonlijk konden worden opgevat. Niemand had, voordat ze door de politie werden verhoord, ooit van Clarice Gargard gehoord.

De columnist die deze zaak aan het rollen bracht, was zelf niet aanwezig, waardoor ze heel wat excuses misliep, die vaak gemeend waren, maar soms nogal pragmatisch leken. Bedoeld om een betere indruk te wekken.

De officier van justitie eist taakstraffen van 30 tot 60 uur en geldboetes van 350 tot 500 euro. Uitspraak op 2 november.