Uithaal Rutte naar juichende voetbalfans staat voor meer

Supporters Hoe om te gaan met juichende sportfans in deze coronacrisis? Premier Rutte is niet de enige die ermee worstelt. „Het is een duivels dilemma.”

Supporters in de Kuip zondag tijdens de wedstrijd Feyenoord - FC Twente (1-1).
Supporters in de Kuip zondag tijdens de wedstrijd Feyenoord - FC Twente (1-1). Foto ANP

Ga zitten, kijk en hou je bek. Die boodschap had premier Rutte voor de voetbalfans die afgelopen weekend, tegen de Covid-19-protocollen in, in groepsverband juichten op de tribunes. Met name tijdens de duels Feyenoord - FC Twente, PSV - FC Emmen en ADO Den Haag - FC Groningen gingen supporters in de fout, en de premier was not amused. „Je moet het gewoon niet doen”, zei hij op de dag dat het RIVM 2.223 nieuwe coronabesmettingen meldde. „Het is heel dom, want hiermee krijgen we het virus niet onder controle.”

Later kwam hij terug op de term „bek houden”. Hij had het beter netter kunnen verwoorden, maar de boodschap was onveranderd.

Dat nieuwsmedia over de hele wereld zijn uitspraak oppikten – van Frankrijk tot India en de Verenigde Staten – zegt iets over het dilemma waarmee politici en sportbestuurders worstelen: hoe om te gaan met enthousiaste sportfans?

Verschillen per land

De regels verschillen van land tot land – soms van stad tot stad – en worden afgestemd op de ontwikkeling van het virus en het gedrag van supporters. De Belgische minister van Sport Ben Weyts nam bijvoorbeeld extra maatregelen nadat een aantal fans bij de thuiswedstrijd van Racing Genk tegen KV Mechelen, afgelopen weekend, de regels voor mondmaskers en social distancing aan hun laars had gelapt. Voor de volgende thuiswedstrijd tegen Oostende moet Genk het aantal toeschouwers halveren, naar 2.500.

„Het spijt me zeer dat ik van ‘mijn hart een steen’ moet maken”, aldus de minister. „Maar ik had aangekondigd dat we sancties zouden treffen wanneer de afspraken niet zouden worden nagekomen. Ik heb mijn nek ver uitgestoken om competities te kunnen laten plaatsvinden met publiek. Als iedereen vanuit de huiskamer zelf kan zien dat het misgaat, houdt het op.”

In de Duitse Bundesliga werd dit weekend in grote stadions gespeeld met 9.300 fans, met driehonderd fans en met nul fans. En in de Britse Premier League spelen ze deze maand in lege stadions, in de hoop volgende maand te kunnen opschalen. Maar minister van Kabinetszaken Michael Gove liet dinsdagochtend bij de BBC weten dat, vanwege het verhoogde waarschuwingsniveau in het Verenigd Koninkrijk, plannen voor de terugkeer van fans bij sportwedstrijden zullen worden „gepauzeerd”.

Burgemeesters

Net als Rutte had burgemeester Aboutaleb van Rotterdam zich waarschijnlijk geërgerd aan de voetbalfans in zijn stad. Hij dreigde Feyenoord met consequenties als fans de coronaregels nog een keer negeerden. Zelfs een leeg stadion bij ernstige overtredingen sloot hij niet uit.

„Een duivels dilemma”, noemt burgemeester John Jorritsma van Eindhoven het. „Aan de ene kant mensen hun ontspanning laten beleven en tegelijkertijd te weten dat de tweede golf eraan zit te komen, en dat we die alleen met zijn allen kunnen indammen”.

Zei Jorritsma drie maanden geleden nog op NPO Radio 1 dat hij het stadion van PSV niet zou laten ontruimen als supporters zich niet aan de anderhalve meter maatregel houden, juichen of spreekkoren aanheffen – want „dat wordt burgeroorlog” – nu klinkt hij een stuk voorzichtiger. Jorritsma „snapt dat fans moeite hebben om hun enthousiasme in stilte te uiten”, maar hij volgt de ontwikkelingen nauwlettend. „Ik bespreek dit ook met PSV, politie en binnen de veiligheidsregio.”

Tegennatuurlijk

„Sport is emotie”, zegt Nico van Yperen, hoogleraar sportpsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Je kunt voetbalfans theoretisch dwingen hun mond te houden, of hen daarvoor belonen, maar dat is tegennatuurlijk. Wat de politiek nu doet is negative reinforcement: jullie mogen er in, mits je je mond houdt. Zo niet, dan wordt er in lege stadions gespeeld. De vraag is of dat werkt. Beter is het als clubs het supporters makkelijker maken zich aan de regels te houden, door bijvoorbeeld stoeltjes verder uit elkaar te plaatsen. In schouwburgen zie je dat dat werkt.”

In supporterskringen vallen de uitspraken van Rutte slecht. „Ach ja, we moeten onze bek houden”, zegt voorzitter Jacco van Leeuwen van de ADO-supportersvereniging. „Maar kan Rutte dan ook het verschil uitleggen tussen demonstranten of mensen die zingen bij religieuze bijeenkomsten, en voetbalsupporters? Waarom vormen de eerste twee groepen geen probleem en veroorzaken voetbalsupporters spreading events?”

Bij ADO werden supporters van 13 tot 17 jaar afgelopen weekend bij elkaar in één uitvak gezet, „omdat ze qua verspreiding van het virus vrijwel geen bijdrage leveren”. Van Leeuwen: „Ze zijn officieel geen besmettingsbron, maar mogen níét zingen? Leg dat maar eens uit.”

Ook Matthijs Keuning, voorzitter van Supporterscollectief Nederland, vindt de uitspraken van Rutte „ongepast”, al begrijpt hij diens frustratie nu het aantal coronagevallen oploopt. Keuning erkent dat het afgelopen weekend niet overal even vlekkeloos verliep in de stadions, maar „we zijn pas net begonnen in de Eredivisie, en ons beeld is dat het over het algemeen goed gaat”. Er circuleren foto’s en filmpjes van momenten dat het „even fout ging”, maar de meeste stadions komen niet aan een kwart van de bezetting toe, zegt hij, en nemen strenge hygiënemaatregelen in acht. „Daar hoor je dan weer niemand over.”

KNVB

Bij de KNVB worstelen ze ook met die juichende supporters, maar naar buiten toe houdt de voetbalbond het gezicht in de plooi. „Wij onderschrijven wat Rutte zegt”, aldus een woordvoerder. „Dit is de taal die bij het onderwerp past, ik hoop dat Rutte indruk maakt.”

Enige hoop wordt geput uit de alliantie van evenementenbouwers, waaronder ook de voetbalbranche valt. Die bespreken met de overheid niet alleen financiële noodplannen, maar ook maatregelen om, heel geleidelijk, terug te keren naar wat ooit als normaal werd beschouwd.

Beperk je de risico’s in voetbalstadions bijvoorbeeld met sneltesten, kuchschermen of gezichtsmaskers? En bij welk gedrag is de kans op besmetting het grootst? Een groep wetenschappers, onder wie virologen, wiskundigen, statistici en gedragsdeskundigen, wil zich daar de komende tijd over buigen, in de hoop dat we ooit weer onze emoties kunnen tonen wanneer we dat willen.