Analyse

Ook coalitie is nu kritisch over coronabeleid van het kabinet

Coronavirus in Nederland De publieke steun voor het coronabeleid lijkt af te nemen, en ook politiek gezien is alles anders geworden.

Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (CDA) en Premier Mark Rutte tijdens het Kamerdebat over het coronavirus.
Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (CDA) en Premier Mark Rutte tijdens het Kamerdebat over het coronavirus. Foto Bart Maat/ANP

De tweede coronagolf in Nederland is met meer dan tweeduizend positieve testen per dag volop aan de gang, precies een half jaar na de eerste. En in het eerste grote debat in de Tweede Kamer in die nieuwe omstandigheden werd voor het kabinet-Rutte III op dinsdagavond pijnlijk duidelijk: nu de publieke steun voor het coronabeleid lijkt af te nemen, is ook politiek gezien alles anders.

Zelfs bij de coalitiepartijen groeit de twijfel over de aanpak van het kabinet. Snappen mensen het allemaal nog wel? Leidt de onduidelijkheid niet juist tot acties op sociale media als #ikdoenietmeermee? Die hashtag werd maandagavond door tientallen artiesten en influencers op sociale media geplaatst, uit protest tegen de coronamaatregelen.

Ook de coalitiepartijen zien dat afnemende steun te maken heeft met de manier waarop het kabinet de crisis aanpakt. D66-fractievoorzitter Rob Jetten zei: „We moeten met zorg naar het kabinetsbeleid kijken.” De ChristenUnie vroeg om „het eerlijke verhaal” in plaats van „stoere taal”. Fractievoorzitter Pieter Heerma van het CDA, de partij van minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid), vond ook dat er nu „genoeg testcapaciteit” had moeten zijn. Fractievoorzitter Klaas Dijkhoff van premier Mark Ruttes eigen VVD kan zich voorstellen, zei hij, dat medewerkers in de verpleeghuiszorg „zich tekortgedaan voelen”. Die hadden van het RIVM eerst niet en daarna ineens wel te horen gekregen dat ze tijdens hun werk mondkapjes moesten gebruiken, zoals Nieuwsuur vorige week onthulde.

„Als je het over kon doen”, zei Dijkhoff ook, „had je die beschermingsmiddelen eerder breed beschikbaar willen stellen.” SGP-leider Kees van der Staaij, op wie Rutte III bijna altijd kon rekenen voor steun, had het over de „schimmigheid” en een „woordenbrij” van het kabinet over de mondkapjes in de verpleeghuizen. En over de tweede coronagolf zei hij: „Zijn we voldoende voorbereid? Nee, als je kijkt naar de testcapaciteit en de bron- en contactonderzoeken van de GGD’s.”

‘De dijk’ tegen de tweede golf

Het kabinet had het eerder steeds over „de dijk” die er zou komen tegen een tweede „golf”: dat iedereen met klachten zich meteen moest kunnen testen en de GGD snel en zorgvuldig zou nagaan met wie een positief getest persoon de dagen ervoor was omgegaan. Maar op de dag van de meteorologische herfst, stroomden de teststraten over: de GGD maakte dinsdag bekend dat nu 10.000 mensen per dag zich niet kunnen laten testen. En in 17 van de 25 GGD-regio’s kan het bron- en contactonderzoek niet meer volledig worden uitgevoerd, zieke mensen moeten zelf de mensen uit hun omgeving gaan vertellen over het besmettingsrisico.

GroenLinks-leider Jesse Klaver noemde de acties op sociale media tegen de coronaregels „het topje van de ijsberg”. „We gaan rechtstreeks op een volgende lockdown af en de samenleving is niet klaar voor de offers die dan weer worden gevraagd.” Hij zei ook dat hij nog steeds „voor de volle 100 procent” achter het RIVM staat. „En ik geloof in het kabinet.” Maar dan moesten Rutte en De Jonge van hem wel toegeven dat er fouten waren gemaakt met de mondkapjes. Hij noemde het „ronduit onbehoorlijk” dat het kabinet deed alsof de schaarste aan beschermingsmiddelen niets te maken had met de RIVM-richtlijn om die voor de verpleeghuizen niet „medisch noodzakelijk” te noemen.

Hevige irritatie

De oppositiepartijen waren vooral fel over De Jonge. Volgens PvdA-fractieleider Lodewijk Asscher beloofde die steeds dat er van alles „binnenkort” kwam, zoals een goed functionerende corona-app, sneltesten. „Hij zegt: morgen doe ik de afwas, echt waar. En dan heb je een minister-president die zegt: kijk mij niet aan, Hugo doet de afwas.”

Rutte had De Jonge de afgelopen tijd met veel nadruk ‘de coronaminister’ genoemd en bij kritische of moeilijke vragen doorverwezen naar hem. In het Kamerdebat op dinsdag deed hij dat niet. De Jonge gaat als minister over het RIVM, dat in de zomer de richtlijn voor mondkapjes in verpleeghuizen had veranderd, maar Rutte beantwoordde de vragen daarover. En raakte soms hevig geïrriteerd. Hij vond dat Klaver van GroenLinks de RIVM-adviezen „in twijfel” trok. Klaver zelf riep daarna uit: „Potverdorie, wij hebben de hele crisis lang de adviezen van het RIVM verdedigd.”

Rutte zelf, die in het voorjaar steeds had benadrukt hoe belangrijk de RIVM-adviezen waren voor het kabinet, zei nu: „Wij, noch de Jonge, noch het ministerie van VWS, hebben betrokkenheid bij het opstellen van de richtlijnen.” Hij was ook begripvol voor CDA’er Heerma die zich erover opwond dat het RIVM de mondkapjesregel in stilte had veranderd. Rutte beloofde dat het kabinet zo’n verandering vanaf nu meteen zou laten weten.

Maar hoe het nu verder zou gaan? Rutte zei dat hij „heel erg bezorgd” was en dat de kans groot was dat er „aanvullende maatregelen” nodig waren, maar niet voor het hele land. Lodewijk Asscher van de PvdA sneerde: „De tweede golf is er en de premier gaat aan de gereedschapskist werken. Die had er allang moeten zijn.”

Viruswaarheid bracht BN’ers bij elkaar tegen coronabeleid 4-5

Correctie (23 september 2020): In een eerdere versie van dit artikel werd abusievelijk gesproken van een meteorologische herfst in plaats van een astronomische herfst. Dat is hierboven aangepast.