Opinie

Europa moet snel positie bepalen in rivaliteit China – VS

wereldmachten

Commentaar

Op basis van een adembenemende economische ontwikkeling is China tussen 2000 en 2020 uitgegroeid tot een wereldmacht. Beijing steekt Washington nog net niet naar de kroon, maar de zittende hegemoniale macht wordt – terecht – steeds zenuwachtiger van de nieuwe concurrent. De twee wereldmachten zijn in een tweestrijd verwikkeld en op zoek naar medestanders. Europa moet daarom snel een zelfstandige positie bepalen.

China is overal. De Amerikaanse president Trump spreekt dagelijks over China. De NAVO denkt na over een China-strategie. En in de Verenigde Naties, die deze week de 75ste verjaardag viert, zijn de verhoudingen verschoven. China steekt geld en energie in de organisatie en eist zeggenschap op.

Om aandacht te vragen voor de grootste geopolitieke verschuiving van deze tijd publiceerde NRC een week lang verhalen over China. Eén dag vulden dertig opmerkelijke Chinezen de voorpagina. Een analyse toonde aan dat China op alle strategisch belangrijke terreinen met sprongen vooruitgaat. Interviews met jonge Chinezen wekten de indruk dat jongeren in China meer lijken op jongeren elders dan op hun ouders.

Het wordt hoog tijd dat Nederland zich net zo intensief met China gaat bezighouden als met de Verenigde Staten. De Amerikaanse presidentsverkiezingen worden door velen in de komende weken intensiever gevolgd dan de Haagse politiek, terwijl het voor krantenlezers én journalisten nog niet meevalt om een tiental belangrijke Chinezen te noemen.

Kennis is onontbeerlijk omdat China Europa uitdaagt. China is niet zomaar een economische krachtpatser. China zet die economische macht politiek in. Wie kritiek heeft, riskeert straf. Australische vragen over de omgang met corona werden beantwoord met een importverbod op rundvlees.

De economische verwevenheid van Europa met China is groot. Een toekomst zonder handel met China is een absurde gedachte. De globalisering is daarvoor te ver voortgeschreden. Daar staat tegenover dat de pandemie heeft geleerd dat het niet slim is om in hoge mate afhankelijk te zijn van China. De run op Chinese mondkapjes illustreerde dat. Handel is goed, afhankelijkheid niet.

China propageert bovendien een wereldbeeld dat haaks staat op de liberale, democratische orde. Het opbergen van 1 miljoen Oeigoeren in heropvoedingskampen is een schending van mensenrechten. De verstevigde greep op Hongkong is niet-democratisch. De sfeer in China wordt repressiever, de ruimte voor een afwijkend geluid wordt kleiner. Wie China daarop aanspreekt stuit snel op een muur. Toen Europese leiders mensenrechten ter sprake brachten tijdens een top met president Xi Jinping kaatste deze terug dat China op dit vlak geen externe scheidsrechter duldt. Toch mag de kritiek niet verstommen. Dat is Europa verschuldigd aan de slachtoffers én aan zichzelf.

De tijd van naïeve laissez-faire is voorbij. Kapitalisme maakt China niet democratisch, zoals het Westen lang hoopte. De Chinese uitdaging vraagt om een strategisch antwoord. Den Haag en Brussel hebben daarmee vorig jaar een begin gemaakt. De pandemie heeft de noodzaak nog eens onderstreept. De VS zijn al verder en dreigen met ontkoppeling en confrontatie. Europa moet eerst een eigen koers bepalen op basis van eigen normen en eigen belangen. Daarna kan, van geval tot geval, bezien worden of samenwerking met de VS haalbaar en raadzaam is. Doet Europa dat niet, dan dreigt het speelbal te worden in andermans spel.