Opinie

Veel innige omhelzingen

Frits Abrahams

Soms denk ik terug aan de beelden van minister Grapperhaus, fietsend door het Vondelpark met enkele politieagenten. „Daar, drie chick-ies”, zegt de minister terwijl hij het gras oprijdt en tegen drie jonge vrouwen zegt: „Goed hoor, lekker picknicken jongens, maar wel die anderhalve meter …”

Zou hij zoveel paternalisme nog durven demonstreren na alles wat er de afgelopen weken met hem gebeurd is? Of durft hij het nu weer omdat hij alsnog een boete heeft gekregen en een aantekening op zijn zogenaamde strafblad? Die laatste ontwikkeling zal hem zijn geloofwaardigheid vermoedelijk niet teruggeven. Meewarigheid en scepsis bij het publiek zullen zijn deel blijven; daarom had hij beter kunnen opstappen.

Jammer, want juist nu een ‘tweede golf’ begint, heeft Nederland behoefte aan een minister met gezag. In Amsterdam zag ik de afgelopen dagen heel wat plekken waar de minister had kunnen afremmen op zijn fiets. Die kroeg op de Prinsengracht bijvoorbeeld, waar tientallen vooral oudere mannen op zaterdag – de dag na de persconferentie van een bezorgde premier en minister - zowel binnen als buiten bij elkaar klitten.

Ik hoorde de minister al minzaam naar de mannen roepen: „Lekker biertje, jongens, maar wel die anderhalve meter …” Hoe hard zouden ze hem uitgelachen hebben?

Ik noem dit voorbeeld omdat het zeker niet alleen de jongeren zijn die de waarschuwingen van regering en RIVM schouderophalend in de wind slaan. Ik zie op terrassen innige omhelzingen van oudere mensen die elkaar lang niet meer hebben gezien. Op de schaars gevulde voetbaltribunes vallen jong én oud elkaar na een doelpunt alweer juichend in de armen.

Zullen de nieuwe, vrijdag afgekondigde, maatregelen helpen? Niet voldoende, verwacht ik. De horeca die vervroegd dichtgaat, een park dat wordt afgesloten, bijeenkomsten van honderd naar vijftig mensen – het zal wel enig verschil maken, maar het virus (ik ken hem, zoals bekend, persoonlijk) zal er niet van onder de indruk zijn. Roel Coutinho, oud-directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding en pionier van de aidsbestrijding, zei zondag in Buitenhof: „Ik ben voor strengere maatregelen […], je moet duidelijk maken dat het niet voorbij is.”

Amsterdam is van plan ‘speciale uurtjes’ voor ouderen in te stellen in de bibliotheek, stadsdeelkantoren en zwembaden. Ook supermarkten en musea krijgen dit verzoek. Dergelijke voornemens hebben een vruchtbaar effect op mijn fantasie. De vraag is vooral: waar ligt de grens tussen deze speciale uurtjes en een volledige isolatie van de ouderen?

Het kan beginnen met een apart, verloren uurtje voor de ouderen, zoals Albert Heijn al had tussen zeven en acht ’s morgens, en het zou kunnen eindigen met een scheiding tussen overdag (voor de jongeren) en de avonduren (voor de ouderen); zeg maar een dagploeg en een nachtploeg. Overdag werken de jongeren en slapen de bejaarden en in de nachtelijke uren is het andersom (tenzij de oudjes doorslapen). Om beide groepen uit elkaar te houden geven theaters dubbele voorstellingen in een etmaal; ook bioscopen kunnen zoiets regelen.

Lastiger wordt het pas als er bij stellen een groot leeftijdsverschil bestaat, maar met een wetswijziging zou zulk verschil verboden kunnen worden. We zullen eraan moeten wennen: hoe meer corona, hoe meer verboden.