Opinie

Nepdinosaurussen

Marcel van Roosmalen

Met de tweede golf in het zicht wilde ik zaterdag nog een laatste keer iets doen en dus kocht ik kaartjes voor World of Dinos in de Jaarbeurs in Utrecht. We parkeerden ter hoogte van Holland Casino, trap op, trap af: Jaarbeurs. De vlaggen hingen er nog net niet halfstok. Bijna alle ingangen waren dicht, we moesten stencils met pijlen volgen en begonnen aan een enorme rechthoek. Dan World of Dinos, ik hoefde de mobiel niet eens tevoorschijn te trekken, de mondkap tegenover ons geloofde het wel. We waren de enigen, pas een uur later kwam er een grotere pluk.

Ik denk dat het voor elke groep of elk gezin goed is om eens met elkaar door een verder verlaten, verduisterde loods met nepdinosaurussen te lopen die grommend met hun hoofden schudden. Leah van Roosmalen (3) panikeerde bij de eerste nepdinosaurus, en toen moesten we er nog 76.

Lucie van Roosmalen (5) was juist erg enthousiast.

Ik hoor het mezelf nog zeggen: „Ik ga met Leah wel ergens een kopje koffiedrinken.” Een survival volgde, we liepen ons steeds dieper vast in World of Dinos. Ik liep met een huilend kind tegen mijn borst tussen nepdinosaurussen, geen mens te bekennen. Opeens, eindelijk, vier plastic tafels met wat stoelen: een uitgiftepunt. De chocomelk was op, de Fristi was op, er was geen aanmaaklimonade en de koffie was nog niet warm.

‘Cola Zero”, zei de mondkap. „Ik zou gaan voor Cola Zero.”

Leah van Roosmalen huilde dat ze geen Cola Zero wilde.

Iets eten dan? Hij somde op: „halve rookworst, frikandel, friet, appelgebak …”

Het was tien uur ’s morgens.

„Die halve rookworst, is die van Unox?”, vroeg ik.

Hij moest het navragen. Antwoord: „Geen idee, ze lagen al in het water toen wij kwamen.”

In de souvenirwinkel kochten we twee dino-eieren.

Toen ik om een tasje vroeg kwam ze met een vuilniszak, de verkoopster moest er zelf ook om lachen.

Met een vuilniszak met twee dino-eieren in de ene en een bange dochter in de andere hand liep ik nog een klein rondje langs grommende rubberbeesten. We gingen maar weer zitten aan een plastic tafel. Doodse stilte, alleen het gegrom van nepdinosaurussen en in de verte een vrouwenstem die in vettig Vlaams een documentaire over dino-eieren had ingesproken. Ik voelde me nietig, Leah van Roosmalen had ook zo haar gedachten.

„Leven mama en Lucie nog?”, vroeg ze de hele tijd.

„Is er iemand?”, riep ik voor de lol.

„Ja wij!”, hoorde ik opeens, even later vielen mijn dochters elkaar in de armen, de emotie was dezelfde als in films waarin de hoofdpersonages van alles hebben doorstaan.

In de auto terug dacht ik hardop dat het toch een nuttige ochtend was, alsof wij al wel hebben getraind voor na de tweede golf.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.