Hoe ze in de auto belandden, weten de drinkmatties niet meer

Wie: Patrick (25)

Kwestie: ongeluk veroorzaken onder invloed

Waar: rechtbank in Zwolle

De Zitting

Pikkedonker was de polder toen op een vroege novemberavond, nu bijna twee jaar geleden, een onverlichte Opel Agila op de verkeerde weghelft belandde en zonder te remmen frontaal een tegemoetkomende Renault Clio ramde. Politie, brandweer en ambulances rukten uit en slaagden erin met kettingzagen de twee inzittenden uit de brokstukken van de blauwe Opel te bevrijden.

Achter het stuur zat Patrick, de 25-jarige verdachte. Hij schreeuwde in de ambulance om ghb en vloog in het ziekenhuis een medewerker aan. Op de bijrijdersstoel hing de eigenaar van de Opel – een dertiger – bewusteloos. Hij werd met bot- en bekkenbreuken en ernstige bloedingen afgevoerd naar het ziekenhuis, terwijl meters verderop de tegenligger op eigen kracht uit zijn autowrak was geklommen.

Patrick en zijn bijrijder waren drinkmatties – ze hadden samen bij de broer van verdachte Beerenburger achterovergeslagen. Maar hoe ze in de auto waren beland en waarom? Tot op de dag van vandaag is dat voor allebei „een groot zwart gat”, verklaren ze – Patrick in het verdachtenbankje, de bijrijder in zijn slachtofferverklaring. De eigenaar van de Opel vermoedt dat hij is gedrogeerd: „Ik leen mijn auto nooit uit. Wat deed ik op de bijrijdersstoel?”

„Nou, ík heb geeneens een rijbewijs!”, slaat Patrick terug. „Dus jij hebt me de sleutels gegeven!” Hij „weet niks” meer. Alleen dat het „chillen” de avond ervoor begon: „Alcohol, wiet en speed.” Ontoelaatbare hoge doses ethanol, amfetamine, thc en ghb, registreerde het Nederlands Forensisch Instituut na bloedonderzoek. „En ik had ghb nodig – ik zat al drie dagen zonder. Dan schreeuwt je lichaam erom.”

De voorzitter: „Dat hebben de hulpverleners geweten. U was onstuimig en moest gesedeerd worden.” Patrick, laconiek: ,,Hadden ze me maar ghb moeten geven.”

De officier van justitie komt ertussen. „U hebt gereden, de bijrijder heeft moeite met lopen en tot mijn verbazing zegt u daar niks over. Wat voelt u als u hem hoort vertellen over zijn pijn en letsel?”

„Vervelend ja. Maar als hij nu zegt dat hij is gedrogeerd, loopt-ie de boel te bedonderen.”

Z’n mattie gaat erbij staan. Roept vanaf de tribune: „Je bent gek.”

De verdachte ontploft: „Jij bent gek! Let op… ik kom je opzoeken...”

Terwijl de raadsman zijn cliënt met een schouderklopje tot bedaren probeert te brengen en de voorzitter het slachtoffer gebiedt zijn mond te houden, verheft nog een vrouw op de tribune haar stem. Waarom heeft de verdachte geen contact opgenomen met de tegenligger, roept ze. Haar zoon, chef-kok, kwam net van z’n werk. Mocht niet van de afkickkliniek, zegt Patrick: „Dat spijt me.”

De advocaat wil de behandeling toespitsen op de strafmaat want „hoe mijn cliënt in de auto achter het stuur is beland, weet niemand. Dat is invulkunde.” Met het oog op de trage behandeling en de persoonlijke omstandigheden dringt hij aan op een taakstraf, zo nodig met een voorwaardelijke gevangenisstraf als stok achter de deur. „Meneer is een zeer beïnvloedbare jongeman met een bak bagage.” Werk heeft hij niet, een diploma nooit gehaald, en hij woont nog thuis bij zijn moeder. Behalve excessieve alcohol- en drugsverslaving noteerden psychologen: adhd, zwakbegaafd, reactieve hechtingsstoornis plus aanpassingsstoornis.

Maar de aanklager eist tien maanden celstraf waarvan de helft voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar voor „zeer onvoorzichtig en onoplettend en onachtzaam” verkeersgedrag. Als „signaal richting maatschappij en genoegdoening jegens slachtoffers”. Verder dringt hij aan op ambulante behandeling in combinatie met een meldingsplicht bij de reclassering. Patricks strafblad staat vol veroordelingen voor diefstal, bedreiging, drugsdelicten en rijden zonder rijbewijs. En voor het slaan van ziekenhuispersoneel bestrafte de politierechter hem met vijf weken celstraf maar daartegen loopt nog hoger beroep.

De rechtbank erkent dat de zaak lang op de plank is blijven liggen maar neemt de eis in zijn geheel over. Voor het onder invloed veroorzaken van een ernstig verkeersongeval krijgt Patrick sowieso vijf maanden gevangenisstraf „om recht te doen aan de aard en ernst” van de bewezen feiten. Ook moet hij zich voor zijn verslaving laten behandelen om te voorkomen dat hij opnieuw de fout in gaat. Die kans is groot, waarschuwt de rechtbank: „De afgelopen jaren is, zonder resultaat, getracht verdachte te motiveren tot gedragsverandering.” Alleen: „Er is geen sprake van zelfinzicht.”