1,4 miljoen Belgen hebben geen werk en zoeken ook niet

Begeleiding naar een baan België doet te weinig om de vele ‘inactieven’ aan werk te helpen, vindt econoom Stijn Baert. Het land moet zich meer richten op mensen die niet actief een baan zoeken, vindt hij.

Nataliya Latushkina, afkomstig uit Oekraïne, zat jaren zonder baan. Inmiddels is ze begeleider bij Elmer, een centrum voor kinderopvang in de Brusselse gemeente Anderlecht.
Nataliya Latushkina, afkomstig uit Oekraïne, zat jaren zonder baan. Inmiddels is ze begeleider bij Elmer, een centrum voor kinderopvang in de Brusselse gemeente Anderlecht. Foto Ivan Put

Mexico, Italië, Korea, Griekenland, Polen: niet bepaald landen waar je mee in een rijtje wil staan, vindt Stijn Baert. Zeker als het gaat om de arbeidsmarkt. Toch was de econoom aan de Universiteit Gent (UGent) niet verbaasd toen België daar wél tussen bleek te staan. Zijn land doet het slecht als het gaat om zogenoemde ‘inactieven’ op de arbeidsmarkt, zette hij onlangs uiteen in een paper voor het Duitse onderzoeksinstituut IZA. Slechts één op de zeven Belgen zonder baan is echt op zoek naar werk, blijkt uit cijfers die hij daarvoor gebruikte van de OESO, de denktank van rijke industrielanden.

Bij het bekijken van arbeidsmarktprestaties, legt Baert telefonisch uit, wordt vaak gefocust op werkloosheid: burgers die ingeschreven staan als werkloos, een uitkering ontvangen en ook actief naar werk zoeken. Wat die cijfers betreft, doet België het beter dan veel andere Europese landen. In 2019 lag de werkloosheidsgraad er volgens cijfers van Eurostat op 5,4 procent, waar het Europees gemiddelde 6,4 was. Sinds 2010 daalde de werkloosheid in België met 3 procentpunt.

Volgens Baert levert dat een misleidend beeld op. Want kijk je naar cijfers over inactiviteit, dan doet België het juist slechter dan het Europees gemiddelde en zit het dicht in de buurt van Griekenland. 23 procent van de 25- tot 64-jarige Belgen, ofwel 1,4 miljoen mensen, werkt niet, en zoekt ook geen werk.

Meer problemen tegelijk

Het gaat om mensen die arbeidsongeschikt zijn, Belgen die vroegtijdig met pensioen gaan, huismannen en -vrouwen, mensen in de bijstand en mensen die ontmoedigd zijn geraakt op zoek naar werk dat ze niet vonden. In absolute cijfers zijn dat er in België bijna evenveel als in Nederland – dat 6 miljoen meer inwoners heeft.

Baert: „En terwijl Vlaanderen zich altijd op de borst klopt dat het zo goed gaat met zijn arbeidsmarkt [de werkloosheid lag er met 3,3 procent in lijn met de Nederlandse], is ook daar het percentage inactieven hoger dan het Europees gemiddelde.”

Lees ook: Herfstvakantie in België? Niet dus!

De zeer diverse groep niet-werkenden aan de slag krijgen, is niet eenvoudig, weet Joke Van Bommel van de Vlaamse arbeidsdienst VDAB. „Het verhaal achter de cijfers is genuanceerder dan het misschien lijkt. Het is vaak niet zo gemakkelijk, geen kwestie van ‘gewoon even werk zoeken’.” Een deel van de inactieven – de dienst noemt ze ‘niet-beroepsactieven’ – wil niet werken, lukt het niet om te werken, of vindt de weg naar instanties niet. Wie wel tot bij de VDAB komt, heeft vaak meer problemen tegelijk, vertelt Van Bommel. Arbeidsongeschikten die willen werken, kunnen soms niet terug naar hun oude branche en hebben daardoor een nieuwe opleiding nodig. Wie langdurig niet heeft gewerkt, ontbreekt het vaak aan zelfvertrouwen. Ook armoede, problemen met huisvesting en kinderopvang of schulden kunnen de gang naar werk bemoeilijken: „Die problemen moeten eerst worden aangepakt, voordat we aan werk kunnen beginnen”, zegt Van Bommel.

Arbeidsmarkt als ijsberg

„Wie ziek is, is ziek”, vindt econoom Baert. Maar de Belgische beleidsmakers hadden best meer kunnen doen om ‘grensgevallen’ onder de inactieven aan het werk te krijgen, betoogt hij in zijn studie. Volgens hem maken meer landen die fout. De econoom vergelijkt de arbeidsmarkt met een ijsberg: „Landen zijn in hun beleid sterk gefocust op de meest zichtbare component van degenen die niet werken, namelijk de werkzoekenden, terwijl een veel grotere fractie, de inactieven, onder de waterlijn blijft.”

De aanpak voor inactieven verschilt per gewest en van gemeente tot gemeente

In België is werkloos blíjven de laatste jaren moeilijker gemaakt: de controle op uitkeringen is strenger, werklozen worden beter naar de arbeidsmarkt begeleid. Maar, zegt Baert, de activering van niet-beroepsactieven op de arbeidsmarkt is tegelijkertijd zwaar onderbelicht gebleven. Zo zijn de toegangspoorten tot arbeidsongeschiktheid en vervroegd pensioen „meer dan elders blijven openstaan” door gebrek aan hervormingen op landelijk niveau, vindt de econoom. „Ook verschilt per gewest en van gemeente tot gemeente of en hoe men inactieven probeert te activeren.”

Werken zou in België meer moeten lonen, beargumenteert Baert, die daarbij naar Nederland kijkt: „Soms gaan mensen er echt maar een paar procent op vooruit door wél te werken.”

Het Vlaams regeerakkoord van vorig jaar stemt Baert daarom hoopvol. Dat besteedt voor het eerst expliciet aandacht aan inactieven: „Het is de bedoeling een aantal sociale voordelen voortaan inkomensafhankelijk te maken en niet afhankelijk van je werkloosheid, zodat je ze niet per definitie verliest wanneer je gaat werken. Ook wil de Vlaamse regering investeren in kinderopvang.” Zo krijgen ouders die werken of een opleiding volgen voorrang, en moet de kinderopvang flexibeler worden voor wie onregelmatig werkt.

Drempels wegwerken

De Vlaamse regering heeft de VDAB tegelijkertijd gemaand zich specifieker te richten op de grote groep mensen die niet bij de arbeidsdienst ingeschreven staat. Waar de dienst eerder een nogal algemene benadering had, richt die zich nu meer op individuen, vertelt Van Bommel, in samenwerking met sociale partners, lokale overheden en andere organisaties. „Zo kunnen we heel gespecialiseerd per geval bekijken wat de drempels zijn en hoe we die kunnen wegwerken.”

Op federaal niveau en het Brusselse en Waalse gewest is nog een hoop werk te verzetten, voorziet Baert. Een gerichte aanpak zou het land veel geld opleveren: „Een exact cijfer erop plakken, is moeilijk, maar het beste kun je wellicht kijken naar het begrotingsverschil tussen Nederland en België. Voor corona had Nederland een overschot van 12 miljard, en België een even groot tekort. Hadden een paar honderdduizend Belgen meer gewerkt, dan hadden we met eenzelfde overschot gezeten als Nederland.”