Opinie

Pogacar heeft het rijk alleen

Wilfried de Jong

Als een solist op het toneel staat en zijn tekst ligt in de coulissen, is de kans op haperen groot. Acteren is ondanks alle zenuwen live op de planken staan en het vertrouwen hebben dat de tekst vanzelf komt na al het stampwerk. Zelf alles doen, zonder hulp.

De adembenemende tijdrit van de Tour eindigde in een tweestrijd tussen twee Slovenen, geletruidrager Primoz Roglic en zijn uitdager Tadej Pogacar. Tegen kopman Roglic was gezegd dat hij ‘gewoon zijn wattages moest trappen’, dan kwam het goed. Onderweg kon hij op zijn fietscomputertje aflezen hoeveel ‘vermogen’ hij doorgaf aan zijn pedalen en in zijn oortje vertelde een ploegleider of hij zijn voorsprong nog had.

Allemaal gebruikelijk, maar het leidt ook af van wat een tijdrit is: een solist op een fiets die de wil moet houden om pijn te lijden, de wil om tegen je lichaam te ‘zeggen’ dat er geen plaats is voor twijfel.

Van te veel informatie onderweg kun je gaan haperen.

De site Cyclingnews.com bracht het nieuws dat Pogacar in de klimtijdrit zonder fietscomputer gereden zou hebben. Hij kon niet zien wat zijn benen presteerden en hoe het hart tikte. Pogacar droeg een oortje maar kon vanwege het geschreeuw langs de kant niet verstaan wat het verschil met zijn rivaal was.

Pogacar wilde 57 seconden inlopen, Roglic wilde die 57 seconden niet verliezen. Na weken van rijden in formatie was de Tour teruggebracht tot één aanvaller en één verdediger.

Wie de ronde goed had gevolgd, kon zien dat de 21-jarige Pogacar de sterkste renner was. Als het kon, viel hij aan en anders hield hij zich schuil achter alle Jumbo-ruggen. De Sloveen zat als een irritante wesp in een nekplooi van Roglic, wachtend op de definitieve doodsteek in de tijdrit.

De losgeschoten aerodynamische helm van Roglic vertelde ongewild het verhaal

Het idee dat Roglic via zijn oordopje zijn voorsprong hoorde vervliegen, dat het computertje niet de gewenste wattages aangaf; om moedeloos van te worden. De losgeschoten aërodynamische helm van Roglic vertelde ongewild het verhaal. Een hoofddeksel hoort anderhalve centimeter boven je wenkbrauwen te zitten; schuin achter op je hoofd maakt zo’n helm een tragische figuur van je.

Nee, dan Pogacar. Hij bracht het wielrennen terug tot een lange krachtsexplosie op een berg. Het lichaam durven teisteren terwijl je smacht naar het einde. In zijn eentje – zonder technische hulpmiddelen – maakte hij korte metten met het idee dat wielrennen een sport voor ploegen is geworden.

Het ongeloof op het bleke jongensgezicht van Pogacar was veelzeggend. De afloop was traumatisch voor de verliezer én de winnaar. Deze historische tijdrit zorgde voor een schok in het wielrennen.

Op internet zag ik een ontroerende foto uit het dorp van Pogacar in Slovenië. Inwoners hadden als eerbetoon het asfalt van een rotonde geel geschilderd. In het midden stond een boom in de zon, met een paar oude racefietsen tegen de stam. Er was niemand te bekennen op de rotonde. Lekker, solo rondjes rijden rond een boom.

Pogacar heeft het rijk alleen.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.