Reportage

In Puchstad Den Haag moet de brommer een vergunning hebben

Luchtvervuiling Een totaalverbod op oude tweetaktbrommers haalde het niet in Den Haag. De stad en Puch zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Bosz de Kler is oprichter van de club Den Haagschen Puch. „De brommer is nu de zondebok.”
Bosz de Kler is oprichter van de club Den Haagschen Puch. „De brommer is nu de zondebok.” Foto’s David van Dam

„Het is een deel van mijn lijf.” Het is het antwoord van Bosz de Kler op wat een Puch – zijn Puch – nu zo bijzonder maakt. De vintage zwarte brommer staat op de stoep voor zijn huis: hoog stuur, lage instap, zweefzadel. In niets te vergelijken met de felgekleurde deelscooters die nu in Den Haag populair zijn en op iedere straathoek staan.

Die zijn elektrisch. De Puch is een tweetaktbrommer op benzine, en volgens de gemeente Den Haag vervuilend. En er is juist afgesproken om de lucht schoner te krijgen door vervuilende auto’s en brommers te weren uit de stad. Om na december nog te mogen rijden, moeten de eigenaren van oldtimers de komende maanden een ontheffing aanvragen. Alleen daarmee mogen ze nog veertig dagdelen (een ochtend of middag) per jaar de weg op.

Dat de oldtimers niet helemaal verboden zijn in Den Haag is de uitkomst van een bijna twee jaar durende strijd. Want voor sommige Hagenaars is de tweetaktbrommer niet zomaar een brommer, maar mobiel erfgoed.

„De Puch en Den Haag horen bij elkaar”, zegt Bosz de Kler. Hij organiseert de Kâhwe Klâhwe, een winterse rit door tweetaktliefhebbers, en is oprichter van de club Den Haagschen Puch. Hij vertelt: „Begin jaren zestig was Den Haag het epicentrum van de jeugdcultuur. Hier gebeurde alles. De Stones traden niet voor niets hier op in 1964.”

Tegendraadsheid

In navolging van Engelse mods op scooters zochten hun Haagse tegenhangers ook naar zo’n vervoermiddel. Ze kwamen uit bij de Puch, volgens de fabrikant een veilig model ‘damesbrommer’ (door die lage instap) die sinds halverwege de jaren vijftig werd verkocht. Met enige aanpassingen, zoals een opgehoogd stuur, werd de brommer een symbool van een tegendraadsheid en rebellie.

Waarmee zij zich ook nog eens afzetten tegen jongeren met vetkuiven uit de arbeiderswijken, veelal van Indische afkomst, die op ‘buikschuivers’ als de Kreidler-brommer reden en naar indorockbands als de Tielman Brothers luisterden. De Puch-jeugd kwam uit de wat rijkere wijken, droeg groene legerparka’s en luisterde naar The Beatles. Tussen de twee groepen, de Kikkers en de Plu genoemd, ontstonden regelmatig gevechten, meestal om meisjes.

Lees ook over de strijd tussen de Kikkers en de Plu: Oude Haagse nozems verzoenen zich

De Kler komt uit de volgende generatie Hagenaars die de Puch ontdekte: „Vanuit de punkcultuur waren we ook op zoek naar iets dat ons zou onderscheiden. Iedereen reed toen op een Honda MT, niemand wilde meer een Puch.”

De Puchs worden sinds 1985 niet meer geproduceerd, maar toch blijven Hagenaars erop rijden. Zo Haags is de brommer dat hij in het lijflied van de stad, ‘O o Den Haag’, voorkomt. Harrie Jekkers zingt dat hij „bes nog wel een keertje net als vroegâh” op z’n Puch „een wijfie” wil ophalen om daarna in discotheek De Marathon te gaan dansen.

„Ik wist dat er een hele generatie op was blijven rijden”, vertelt De Kler. „Vreemde vogels” tot wie hij zich aangetrokken voelde. Hij organiseerde een bijeenkomst in 1990, op de boulevard, waar zeventien brommerrijders op afkwamen. Maar ook honderden belangstellenden, wat ervoor zorgde dat de jaren daarna mensen die nog een Puch (of evenknie Tomos) in de schuur hadden staan ook meereden in wat de Kâhwe Klâhwe zou worden, de grootste Puch-meeting ter wereld.

„Plotseling was de Puch iets waardevols. Dat heeft niet met nostalgie te maken. Het is een soort strijd tegen eenheidsworst”, zegt De Kler. En het zijn niet alleen zestigplussers die erop rijden: Frans van Zoest, beter bekend als Spike uit Di-rect, reed ook mee met de Kâhwe Klâhwe.

Zondebok

De Kler snapt wel dat de gemeente iets aan de luchtvervuiling wil doen, in andere steden worden oude brommers steeds vaker om die reden geweerd. Maar: „De brommer is nu de zondebok. Ik ben met zijspan met mijn zoon via IJmuiden naar Engeland geweest en heb daar rondgereden. Ik heb twaalf liter benzine gebruikt. Waar hebben we het dan over?”

Hoeveel Puchjes en Tomos-brommers er nog in Den Haag zijn, is niet duidelijk. Een inventarisatie van de gemeente, toen het rijverbod zich aandiende, kwam op 1.500 brom- en snorfietsen van dertig jaar of ouder die geregistreerd stonden. Sinds januari zijn 450 bromfietsen die geen oldtimer zijn en niet onder de regeling vallen ingeleverd bij de gemeente.

Op de Kâhwe Klâhwe kwamen vierhonderd brommerrijders af. Er waren genoeg liefhebbers om ervoor te zorgen dat – ook na enig aandringen van de gemeenteraad – wethouder Liesbeth van Tongeren (Milieu, GroenLinks) de ontheffing voor een paar dagdelen per jaar mogelijk maakte.

Bij De Klers buren belt een bezoeker aan. Met een glimlach kijkt ze naar de brommer op de stoep. „Ik had vroeger een vriendje met een Puch”, zegt de vrouw. De Kler: „Ik zou dat eigenlijk op m’n tank moeten spuiten. ‘Zo eentje heb ik er ook gehad.’ Dat is wat iedereen altijd zegt.”