Een Tour om nooit te vergeten

Wielrennen Het was een curieuze Tour de France: verreden in de nazomer, omgeven met coronaregels en met een verrassende winnaar.

Renners van Jumbo-Visma wachten met mondkapjes op de start van de 21ste en laatste etappe, met finish op de Champs-Élysées in Parijs.
Renners van Jumbo-Visma wachten met mondkapjes op de start van de 21ste en laatste etappe, met finish op de Champs-Élysées in Parijs. Foto Marco Bertorello/AFP

De zonnebloemen waren verdroogd, en lieten en masse de koppies hangen, zoals gebruikelijk in deze tijd van het jaar, vlak voor de oogst. Zo ontbraken in 2020 de gezichtsbepalende gele velden van de Tour de France.

Vlak na de finish van de etappes begon het te schemeren, zeker in de Alpen, waar de zon wat eerder achter de bergtoppen verdwijnt. Met de dag iets vroeger, zo laat in september. De werklieden van het Nederlandse bedrijf Movico hadden zaklampen nodig om het mobiele finishdorp weer in te klappen, en te verkassen naar de volgende finishplaats, waar doordeweeks vooral gepensioneerden langs de kant stonden. De meeste mensen waren weer aan het werk, hun kinderen naar school. De zomer zat erop. En toen begon een editie van de Tour die om vele redenen een apart hoofdstuk in de wielerhistorie krijgt.

Een Tour in september is heel anders dan die in juli: een zich verplaatsende vakantiebestemming, waar je heen trekt met familie of vrienden, in de buurt van start of finish een camping opzoekt en op de dag van de wedstrijd met de zon in je gezicht wacht tot de beste wielrenners op aarde in luttele seconden voorbijschieten. In het ‘coronajaar’ 2020 moest je extra vrije dagen opnemen om de Tour met eigen ogen te kunnen zien, als je nog vakantiedagen had.

Lees ook dit profiel van Tadej Pogacar: Bij Tour-winnaar Pogacar druipt het geloof in eigen kunnen van zijn gezicht

En dus stond er vaak een fractie van het gebruikelijke volk langs de kant. Het was, zei een Nederlands stel dat rondreisde door Europa, alsof de festivalsfeer ontbrak. Dat was ook niet gek nu Europa, en ook Frankrijk, door het coronavirus in lichterlaaie werd gezet. En daar moest dan een peloton wielrenners doorheen. Met in hun kielzog nog altijd duizenden volgers, hoewel 30 procent minder dan in andere jaren. Je wilde er niet aan denken wat er zou gebeuren als het virus in de Tour om zich heen zou grijpen. Het evenement zou een superverspreider kunnen worden, vrolijk woekerend in de uithoeken van Frankrijk. Er was genoeg voor te zeggen om de Tour voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog een jaartje over te slaan.

Van levensbelang

Daar was het ook van gekomen als de koers niet van levensbelang was geweest voor een complete tak van sport en de media. Voor heel Frankrijk zelfs, dat de wielerronde gebruikt om de mooiste plekken van het land in de etalage te zetten. Niet voor niets tasten steden diep in de buidel om de La Grande Boucle in de straten te verwelkomen. Er zijn miljoenen mee gemoeid. Meer dan ooit kon de Tour dit jaar een reddingsboei zijn na een rampzalig toeristenseizoen.

De Tour moest doorgaan, koste wat het kost. Dus werden strenge maatregelen ingevoerd. Een systeem van denkbeeldige zeepbellen moest de renners van toeschouwers scheiden. Als het circus door gebieden met code rood trok, werden fans geweerd bij start en finish. Vooral in de etappe naar Lyon was de aankomst surrealistisch. Dagwinnaar Søren Kragh Andersen reed de laatste honderd meter in stilte, terwijl het hoort te wemelen van de mensen. Die stonden nu een paar kilometer terug langs het parcours, waar het samenscholingsverbod niet gold. De maatregel was symboolpolitiek. De organisatie nam filmpjes op met renners die fans ontmoedigden om langs de kant te staan. Dat kon niet voorkomen dat het in de Alpen weer erg druk was, tot afgrijzen van velen. Maar wielrennen blijft een volkssport die juist nu wat troost kon bieden.

Journalisten die naar Frankrijk waren gekomen moesten een coronatest ondergaan: alleen voor aankomst in Nice, daarna niet meer. De contacttijd tussen media en renners werd drastisch ingeperkt. Geen interviews meer bij de teambussen in de buurt van start en finish. Dat kon slechts op aanvraag, met mondkapjes en achter dranghekken, op twee meter afstand. Eerst was de regel één journalist per land, maar in de Alpen verdrongen tientallen zich als vanouds voor een quote.

Toen de Tour een paar dagen onderweg was, verplichtte de Franse regering iedereen om op kantoor een mondmasker te dragen. Het gold ook voor de pers. De Tour verslaan was zelden zo vermoeiend. Daar stond tegenover dat slecht weer uitbleef. Op enkele bewolkte dagen na reed het peloton door een zonovergoten Frankrijk. Met, aanvankelijk, de angst dat het elk moment voorbij kon zijn. Ook dat maakte deze Tour uniek.

Ingehouden adem

Voor de start in Nice was de regel: een ploeg met twee coronagevallen moet de Tour verlaten. Aan de vooravond werd dat ineens versoepeld en na de eerste rit weer aangescherpt. En er werd pas weer getest werd op de eerste rustdag. Zo konden de eerste negen ritten in elk geval verreden worden.

Met ingehouden adem wachtte het peloton in La Charente-Maritime aan de Atlantische kust op de resultaten. Nooit was de rustdag zo van stress omgeven. Je zou de Tour maar moeten verlaten als twee masseurs het virus hadden. Het kon ook de geletruidrager overkomen. Vier ploegen, ook die van titelverdediger Egan Bernal, knepen hem. Achteraf bleek het bij hen om een vals-positieve test te gaan. Ook dat kon dit jaar: uitvallen op basis van een foutieve uitslag. Tourdirecteur Christian Prudhomme moest zelfs in quarantaine, maar kon de laatste week terugkeren.

Bekijk ook de In Beeld: De bijzondere 107de editie van Tour de France

Gek genoeg was er voor de tweede rustdag geen angst om de Tour vroegtijdig te moeten verlaten, alsof iedereen van tevoren wist dat alle 785 coronatests negatief zouden zijn. De Tour ging Parijs halen. De focus kon volledig op de koers. En de renners stelden niet teleur. Want niemand had kunnen voorspellen dat deze curieuze Tour door een dramatisch secondenspel op de allerlaatste klim, in de tijdrit van zaterdag, eeuwigheidswaarde zou krijgen. Met dank aan winnaar Tadej Pogacar en Primoz Roglic, twee jongens uit Slovenië, het wintersportland dat in een wielernatie veranderde.

Profiel Tadej Pogacar S2-3