Recensie

Recensie Muziek

Bugelspeler Ack van Rooyen klinkt helder en indringend

Metropole Orkest Na een lange coronastop vol afzeggingen speelde het Metropole Orkest weer live, met hervonden veerkracht. Boy Edgarprijs-winnaar Ack van Rooyen (90) was speciale gast, in helaas maar weinig nummers.

Ack van Rooyen en het Metropole Orkest.
Ack van Rooyen en het Metropole Orkest. Foto Jelmer de Haas

Het was een maximaal uitgebouwd podium waarop het Metropole Orkest zaterdag de hele vloer van de Grote zaal in Vredenburg innam. „Het lijkt wel een voetbalveld”, merkte dirigent Jörg Achim Keller op, alvorens hij de 300 mensen op de tribune - op ‘1 piano afstand’ van elkaar - dankte dit orkest weer te helpen opstarten.

De opluchting om na een lange coronastop vol afzeggingen weer live voor publiek op te treden was duidelijk voelbaar. Want wat had het orkest dit afgelopen half jaar anders gekund dan het streamen van thuis spelende musici en oudere concerten? Tv-opnames van een speciaal North Sea Jazz-concert waren een lichtpunt.

Gretigheid klonk dus door in het spel van solisten als tenorsaxofonist Leo Janssen en sopraansaxofonist Paul van der Feen. De strijkers veerden net een beetje meer op in de stuwende passages van composities als ‘Esperança’ en Otoño van oud chef-dirigent Vince Mendoza. Het mocht en kón weer.

Dirigent Jörg Achim Keller geeft het orkest minder contrast dan Jules Buckley en Vince Mendoza

Het willen laten horen van veelzijdig Metropole-repertoire als Weather Reports ‘Elegant People’, Al Jarreaus ‘Cold Duck Time’ of het fusionclichématige ‘Divine’ van Mike Stern is begrijpelijk in dit jubileumjaar (75). Maar met een speciale gast als de groots met een Boy Edgar Prijs gelauwerde bugelspeler Ack van Rooyen (90) was de versnippering deze avond toch een raadsel. Vorige maand nam het orkest met Van Rooyen nog een album op met stukken van toen en nu, van hem en zijn broer, vooraanstaand arrangeur Jerry van Rooyen. Waarom de beperking tot slechts vier nummers?

Lees ook dit interview met Ack van Rooyen: ‘Als het blazen niet meer gaat, houdt het vanzelf op’

Dat nam niet weg dat er met hervonden veerkracht gespeeld werd, al geeft dirigent Jörg Achim Keller het orkest veel minder contrast dan dirigenten als Jules Buckley en Vince Mendoza. De gevoelvolle opening van het strijkkwartet in ‘Dear Old Stockholm’ viel op. Van Rooyen voerde in de filmscore ‘Chinatown’ een gesprek aan via tonen. En in een standard als ‘The Things We Did Last Summer’ kwam de jazzveteraan thuis, eerst gedragen door kwintet, daarna dansend op wolken van violen.