‘Te veel óver in plaats van mét vluchtelingen gepraat’

In Mediavreters vertellen mensen wat ze kijken, lezen, luisteren en liken.

Illustratie Anne Caesar van Wieren

Hazem Darwiesh (36) is communicatiemedewerker en columnist bij VluchtelingenWerk Nederland. Hij komt uit Syrië en woont sinds vijf jaar in Nederland. „Als kind wist ik al dat ik schrijver wilde worden. Op de middelbare school in Aleppo schreef ik voor de schoolkrant en ik combineerde mijn studie met werk voor de Arabische krant Al Hayat. Voor mij is het veel meer dan een beroep. Ik kan niet zonder het schrijverschap. Als ik ergens een gevoel bij heb of iets zit me dwars, moet ik het op papier zetten. Pas dan voel ik me weer goed.

„Als columnist kijk ik altijd naar wat er speelt in de wereld. De actualiteit gebruik ik om persoonlijke verhalen te schrijven. Als er nieuws is over een AZC, ga ik erheen om met mensen te praten. Dat vind ik belangrijk, want zo geef ik vluchtelingen een gezicht. Veel van hen beseffen niet hoe belangrijk het voor de beeldvorming is dat zij zich vaker uitspreken. Ik probeer daarin een voorbeeld te zijn.

„Helaas zijn veel vluchtelingen bang om hun verhaal te vertellen in de media. Maar dat is niet zo gek. Ze komen allemaal uit oorlogsgebieden of uit landen waar ze niet in vrijheid leefden en beseffen daarom niet dat ze hun mening in Nederland wel kunnen geven. Ik zie het als belangrijk deel van mijn werk hen duidelijk te maken dat ze zich hier wel kunnen uitspreken. En om zelf een juist beeld over te brengen. Ook omdat in de Nederlandse media te veel óver in plaats van mét vluchtelingen wordt gesproken. De afstand tussen de Nederlandse bevolking en vluchtelingen is heel groot.

Schrijven is voor mij ook een manier om mijn eigen angsten en ervaringen een plek te kunnen geven. En om zelf te beseffen dat ik in een vrij land woon. Elke keer als ik een column schrijf voel ik angst. Maar ik weet ook: ik heb een oorlog, een gevaarlijke vlucht naar Nederland en mijn verblijf in een AZC overleefd, dan overleef ik dit ook wel. Zo zet ik mij er elke keer toe om te zeggen wat ik wil zeggen.

„Ik vind het belangrijk op de hoogte te zijn van wat speelt in Nederland. Daarom volg ik op Twitter veel Nederlandse journalisten, maar ook politieke partijen en Kamerleden. Ik houd me nu bezig met hoe zij discussiëren over de ramp in kamp Moria. Het valt mij op dat politici de situatie gebruiken om met elkaar te discussiëren, in plaats van dat ze er op een menselijke manier naar kijken. Ook media hebben het helaas vooral over de gevolgen voor Nederland. Het zou helpen als er meer journalisten waren met een migratie-achtergrond die zich de problemen en gevoelens van migranten beter kunnen inbeelden. Ik vind het heel bijzonder dat ik die kans krijg bij VluchtelingenWerk Nederland.

„Om mijn gedachten te verzetten bieden boeken en films troost. De Kleine Prins van Antoine de Saint-Exupéry is al sinds mijn jeugd in Aleppo belangrijk voor mij. Daarin besluit een klein jongetje zijn planeet te verlaten om onderweg allerlei nieuwe plekken te ontdekken. Het verhaal gaat over liefde, vriendschap en heimwee. Ook de documentaire Brieven aan Andalusië vond ik prachtig. Stef Biemans verhuist vanwege de politieke onrust in Nicaragua met zijn gezin naar Spanje en probeert daar een nieuw leven op te bouwen. Ik herkende mijzelf daarin. Vooral de warme reacties van de Spaanse burgers vond ik prachtig.”