Horeca op het Stadhuisplein in Rotterdam. Vanaf zondag moeten café’s om één uur ‘s nachts sluiten.

Foto Robin Utrecht / ANP

Interview

‘Een café is vaak een primaire besmettingsbron'

Andreas Voss, hoogleraar infectiepreventie De horeca moet vanaf zondag eerder dicht. Heeft dat zin? Hoogleraar Andreas Voss denkt van wel. „Minder drank en eerder naar huis zorgt voor minder virusoverdracht.”

Terwijl Nederland geniet van het nazomerweekend, maken de zes veiligheidsregio’s met hoog oplopende coronabesmettingen zich op voor de aangescherpte maatregelen. Borrels en feesten van meer dan vijftig personen zijn er vanaf zondagavond weer verboden, en de gezelligheid in het café is om middernacht afgelopen. Dan stopt de muziek en een uur later gaat de kroeg dicht.

Verscherpte maatregelen zijn volgens de veiligheidsregio’s nodig om de ‘tweede golf’ in te dammen. Het aantal positieve tests is sinds 1 september bijna verviervoudigd tot rond 1.900 op vrijdag en zaterdag, en ook in de ziekenhuisopames is een duidelijke stijging te zien.

Wat hoogleraar infectiepreventie Andreas Voss betreft zijn die gerichte, regionale maatregelen echt nodig en waren ze zelfs ook eerder welkom geweest. Om het makkelijker te maken voor andere veiligheidsregio’s die binnenkort mogelijk ook gerichte maatregelen moeten nemen, zou er volgens Voss een ‘toolbox’ beschikbaar moeten komen, dat ze maatregelen kan toereiken op het moment dat de besmettingen er plaatselijk snel oplopen. „Zo kunnen regio’s zelf over hun beleid beslissen, en hoeven ze niet steeds het wiel opnieuw uitvinden en bedenken wat voor regels je zou kunnen toepassen.”

Verreweg de meeste besmettingen vinden plaats binnen huishoudens. Toch krijgt de horeca nu weer een beperking opgelegd, hoe kan dat?

„Het gaat om een verschil tussen primaire en secundaire besmettingsbronnen. De GGD’s die de clusteronderzoeken uitvoeren, zien dat veel secundaire besmettingen in huishoudens plaatsvinden. Van partner op partner, moeder op zoon of student of student, omdat studentenhuizen ook als huishoudens worden geteld. Van maar een klein deel is bekend wat de primaire besmettingsbron is – het is veel moeilijker te achterhalen waar een besmetting buiten de deur plaatsvond dan wanneer het binnenshuis gebeurde. Het aantal clusters in de horeca stijgt nu al een tijd en mensen die in een café besmet raken, kunnen vervolgens thuis allemaal gezinsleden of huisgenoten besmetten.

In studentensteden groeit het aantal besmettingen. Lees ook het artikel ‘Studenten zijn geen enorme aso’s

Is het aantal besmettingen dat in bijvoorbeeld horeca of sportcentra plaatsvindt, dus ook laag omdat we er van heel veel de bron niet kúnnen achterhalen?

„Ja. De GGD’s weten van nog geen 30 procent waar de besmetting precies plaats heeft gevonden.” [Van 9 tot en met 15 september was dit 25 procent, aldus het RIVM]

Maar wat draagt dan het eerder sluiten van horecagelegenheden bij?

„Het gaat erom dat je mensen duidelijk maakt dat ze überhaupt minder lang in de kroeg moeten staan en minder drinken. Dat is ook wat Hugo de Jonge [minister van Volksgezondheid] zei: minder drank en eerder naar huis zorgt voor een kortere tijd waarin overdracht kan plaatsvinden.”

Als er zo veel besmettingen thuis plaatsvinden, is het dan wel verstandig om kinderen tot 13 jaar oud niet meer (verplicht) te laten testen?

„Dat is een lastige, er zijn wel besmettingen van kind naar volwassenen, alleen lijkt het erop dat het in mindere mate is. Het blijft een risico-inschatting en afweging van andere gevolgen voor de kinderen en hun ouders. Maar dit thema laat ik liever over aan kinderartsen, het RIVM en beleidsmakers.”

Zijn er geen andere plekken waar mensen buitenshuis besmet raken, die net als de horeca relatief hard stijgen?

„Mogelijk wel en dat zal zeker per regio bekeken worden. Maar wat ik begreep uit de clusteranalyses, is de horeca wel een gemeenschappelijke noemer die overal naar voren komt.”

Zijn de maatregelen streng genoeg? Gaat een uur eerder sluiten helpen?

„We moeten gaan kijken hoe het uitpakt, misschien komen er nog meer maatregelen. Het hangt denk ik wel erg samen met het draagvlak dat je voor de maatregelen hebt. Ik zie een heel duidelijke gewenning aan het coronavirus en het feit dat mensen er ziek van worden. Terwijl we qua besmettingen weer op het niveau van maart zitten. ”

„Ik vind het overigens heel aardig dat politici steeds zeggen dat we dit ook ter bescherming doen van zorgmedewerkers, maar daar gaat het hen niet om. De focus en het doel van de maatregelen moet dus komen te liggen op al die patiënten die, als het weer misgaat, niet die zorg kunnen krijgen die ze nodig hebben.”

U bedoelt dus dat we bewuster moeten waken voor een situatie waarbij weer veel ‘gewone’ zorg niet mogelijk is?

„Ja, het gaat om mensen die op chemokuren of een niertransplantatie wachten, of van hevige pijn af moeten komen. Kijk, zorgmedewerkers voeren gewoon hun vak uit omdat ze het belangrijk werk vinden. Dat doen ze vaker met een te krappe bezetting, zo zit nou eenmaal het Nederlandse zorgsysteem in elkaar. Maar voor hen is het wel belangrijk dat ze alle zorg kunnen leveren, van chronisch tot acuut. En dat zou ook de reden moeten zijn voor mensen om hun gedrag aan te passen.”