Reportage

De eenling Pogacar verslaat het Tour-collectief van Roglic

Tijdrit Wat de Sloveen Tadej Pogacar (21) deed in de klimtijdrit is even verbijsterend als bijzonder. Zijn derde etappezege deze Tour, de bolletjestrui voor beste klimmer, de witte voor beste jongere, en de gele voor de eindzege.

Tadej Pogacar is veruit de snelste in de beslissende tijdrit. Het levert de 21-jarige Sloveen zijn derde etappezege én de Touroverwinning op.
Tadej Pogacar is veruit de snelste in de beslissende tijdrit. Het levert de 21-jarige Sloveen zijn derde etappezege én de Touroverwinning op. Foto Thibault Camus/AP

Het zou genoeg zijn, 57 seconden. Die voorsprong zou Primoz Roglic nooit meer uit handen geven. Zeker niet in een man-tegen-man-gevecht, in een tijdrit. De discipline die hij als geen ander beheerst en waarmee hij de laatste jaren de basis legde voor succes, bijvoorbeeld in de Vuelta van vorig jaar, die hij won.

In het gevecht met zichzelf was hij zo vaak de winnaar. Het parcours in de Vogezen was hem bovendien op het lijf geschreven. Hobbelige aanloop, en dan een steile klim naar de top van de Planche des Belles Filles. Hij had deze Tour al bewezen bergop de beste te zijn.

Maar in een tijdrit aan het einde van een drieweekse ronde zijn in het verleden wel gekkere dingen gebeurd. Denk aan de thriller tussen de Fransman Laurent Fignon en Greg LeMond, in 1989, met 8 seconden beslist in het voordeel van de Amerikaan, die op 50 tellen achterstand aan de afsluitende tijdrit begon.

Renners zijn met Parijs in zicht aan het einde van hun reserves beland. Mentaal én fysiek. Dan gelden blijkbaar andere wetten. Zeker als ze het karwei zelf moeten afmaken. Zonder ploeggenoten om bij te kunnen schuilen.

Nee, de strijd was gestreden.Tadej Pogacar en Roglic gaven elkaar na afloop van de laatste bergetappe op donderdag al schouderklopjes en high fives. Roglic het geel, Pogacar de witte trui voor beste jongere. Hij was blij met de tweede plaats. Mooi geracet samen, Slovenië trots gemaakt met een bij vlagen boeiend duel.

Eerste meetpunt

Maar bij het eerste meetpunt ontstaat er lichte opwinding in de perszaal van Ronchamp, tien kilometer van de finishlijn. Geroezemoes, en dan de stilte die hoort bij een ingehouden adem. Dit gaat toch niet echt gebeuren? Roglic, in de gele trui als laatste gestart, heeft na 14,5 kilometer al 13 seconden verloren aan Pogacar, die twee minuten voor hem uitrijdt. Feitelijk kan Roglic op Pogacar jagen. Maar de prooi rijdt van hem weg.

Onder in beeld wordt live het verschil aangegeven: 44 seconden in het voordeel van Roglic. Voorlopig is het vakje groen. Maar een paar kilometer verderop zijn er nog maar 29 tellen over. Pogacar is aan de inspanning van zijn leven begonnen. Hij heeft niets te verliezen, won al twee etappes deze Tour, de witte trui kan hem niet meer ontgaan. Het gat met de nummer drie is te groot. Vrij van verwachting kan hij zijn jonge lijf helemaal leegtrekken.

Maar dat geldt niet voor Roglic. Die draagt de druk van moéten met zich mee. Zelfs de koelste kikkers kunnen er bij momenten van doordrongen raken dat ze bezig zijn historie te schrijven. En dat verkrampt. Hij zou de eerste Sloveen worden die de Tour wint.

Primoz Roglic verliest 1.56 minuut op Pogacar en wordt vijfde in de tijdrit. De 30-jarige Sloveen is na elf dagen de gele trui kwijt. Foto Thibault Camus/AP

Fietswissel

Het verschil tussen de twee stabiliseert op een halve minuut, maar dan moet de klim naar La Planche nog beginnen. Cruciaal wordt de fietswissel die er al dan niet aan zit te komen. Onduidelijk is wie van de twee kemphanen de zwaardere tijdritfiets voor een lichtere klimfiets zal omruilen. In de verkenning op zaterdagochtend deed Roglic dat wel.

Maar de tijdwinst die daarmee kan worden geboekt, kan zomaar teniet worden gedaan als de wissel fout loopt. Als de mecanicien struikelt, of de fiets op het dak van de ploegleiderswagen blijft steken. Bovendien is afstappen en opnieuw beginnen bij een hartslag van 190 een hinderlijke onderbreking. Het bewegingsritme wordt onderbroken. Een moment van bezinning ligt op de loer. Daar moet je maar net tegen kunnen.

Pogacar wisselt, en vlak daarna doet Roglic hetzelfde. Bij beiden ziet het er chaotisch uit, maar het gaat goed. Op het lichtste rijwiel mogelijk duiken ze een haag van toeschouwers in. Er klinkt zoveel lawaai dat Pogacar van tijdsverschillen niets meer meekrijgt. Het enige wat hij kan doen is omhoog fietsen alsof zijn leven ervan afhangt.

Ineens gaat het hard met de voorsprong van Roglic. Twintig tellen worden er dertien, elf, acht. Het gaat echt gebeuren. Primoz Roglic (30) gaat de Tour verliezen aan de negen jaar jongere Tadej Pogacar, op de allerlaatste beklimming in drie weken. Op 3,9 kilometer van de finish wordt het groene vakje rood. Roglic is het kwijt. Hij ziet lijkbleek, heeft geen kracht meer in zijn benen. Het wordt een lijdensweg naar de top.

Wat Tadej Pogacar op 19 september 2020 doet is even verbijsterend als bijzonder. Hij rijdt een peloton op een hoop, is bijna anderhalve minuut sneller dan Tom Dumoulin, die tweede wordt. Wint zijn derde etappe deze Tour, pakt de bolletjestrui voor beste klimmer, de witte voor beste jongere, en de gele voor de eindzege. Hij wordt en passant ook nog de jongste Tourwinnaar in het moderne wielrennen. Over twee dagen is hij jarig. Dan wordt hij 22.

Gespeend van hulptroepen

De eenling verslaat het collectief, in het slotweekend van de Tour, en hij kan het zelf niet geloven. Als jochie droomde hij van deelname aan de Tour. Nu heeft hij ineens gewonnen. En hoe. Gespeend van hulptroepen haakte hij drie weken lang zijn wagon aan bij de Jumbo-Visma-trein die over Frankrijk heerste alsof ze nooit anders hadden gedaan. Hij verloor kostbare tijd in de waaierrit naar Lavaur, maar bleef ijzingwekkend kalm, en sloeg toe op het allerlaatste moment, op de flanken van La Planche des Belles Filles.

Beduusd neemt de Tourdebutant plaats in het perscentrum, het geel om zijn schouders, een geel mondkapje voor. Hij heeft nog niet eens de tijd gehad om met zijn ouders te bellen. Alleen zijn vriendin had hij twee minuten aan de lijn. Hij weet niet wat hij moet zeggen, omdat het nog te vroeg is om te doorgronden wat er zojuist is gebeurd. Het geloof dat hij de Tour kon winnen was op de Col de la Loze woensdag vervlogen. Toen moest hij in Roglic zijn meerdere erkennen.

Als Roglic de sportzaal binnenkomt, geven de twee elkaar een knuffel. Ze zijn vrienden. Roglic moet ook naar woorden zoeken. Zijn hoofd is leeg. Daarnet heeft hij moeten huilen. Omdat hij teleurgesteld is. Over de uitslag, niet in zichzelf. Tweede is nog altijd beter dan derde.

Waarom het misging, weet hij niet. Zijn benen wilden niet meer. Het rotste voelt hij zich tegenover zijn teamgenoten. Die hebben drie weken werkelijk alles goed gedaan. Hij kon hun werk deze zaterdag niet belonen. „Ik heb het niet expres gedaan, en zag dit ook graag anders. Maar ik kan er niets meer aan veranderen. Het is zoals het is.”