Opinie

Zó help je de Arabische millennials

Arabische lente Alleen door de Arabische millennials op hun voorwaarden te steunen, kan Europa de dappere jeugd in het Midden-Oosten helpen, schrijft Laila al-Zwaini.

Een Iraakse vrouw staat bij graffiti in het centrum van Bagdad.
Een Iraakse vrouw staat bij graffiti in het centrum van Bagdad. Foto MURTAJA LATEEF / EPA

Riham Yaqoub, voedingsexpert en sportinstructeur, begon in 2018 met massale vrouwenmarsen in de Iraakse stad Basra, waar corrupte lokale leiders de bewoners verstoken hielden van schoon water en elektriciteit. Door krachttrainingen in de sportschool bezorgde ze vrouwen naast spierballen ook mentale kracht en zelfvertrouwen. Zo konden ze als gelijkwaardige burgers opkomen voor een nieuw Irak, een watan, thuisland, en durfden ze nalatige bestuurders ter verantwoording te roepen.

Riham moest haar hoop en daadkracht met de dood bekopen. Ze werd op 19 augustus van dit jaar door gemaskerde mannen op klaarlichte dag omgebracht, alsof ze een gevaarlijke tegenstander van machtige kartels was. En inderdaad. Jong, spontaan en hoopvol als ze zijn, blijken juist jongeren als Riham geduchte tegenstanders van repressieve en onverschillige regimes, ronselende moslimextremisten en moordende milities.

Zo hebben miljoenen Arabische jongeren, in het Midden Oosten en daarbuiten, sinds de Arabische Lente-opstanden in 2011 zichzelf en elkaar telkens overeind geholpen in hun ‘civiele guerrilla’s’ tegen dictatuur en corruptie, sektarisme en extremisme, geweld en straffeloosheid, armoede en uitzichtloosheid. En tegen hun eigen taboes.

Extremistische generatiegenoten

Anders dan hun extremistische generatiegenoten strijden deze onverschrokken jongeren voor een nieuwe vorm van democratie, voor hun unieke identiteit en zelfontplooiing, voor de simpele vrijheid om te mogen zijn wíe ze willen en mét wie ze willen.

Zal het hen lukken om dichter bij deze dromen te komen? Wie weet, maar dan moet het Westen wel zijn Midden-Oostenbeleid radicaal herzien en hen als serieuze bondgenoten beschouwen, ook aan politieke onderhandelingstafels, en hen steunen op hún voorwaarden.

Nu zien we het Midden-Oosten en Noord-Afrika vooral als ‘ring van instabiliteit’ rond Europa en richten we ons beleid vooral op terroristen, vluchtelingen en de islam die ons bestaan en ‘nationale identiteit’ bedreigen. Daartoe sluiten we migratiedeals met dictators, niet om de problemen met migratie op te lossen maar om ze van ons weg te houden. We schrijven speciale antiterrorismewetten, waarmee de dictators deze dappere jeugd als ‘terrorist’ oppakken en martelen of hen tot vluchten dwingen.

Millennials niet de oorzaak

Om dit tij te keren moeten we ons beleid van ‘security first’ onlosmakelijk koppelen aan ‘youth first’. Arabische millennials (60 procent van de bevolking is jonger dan 25) moeten niet langer worden beschouwd als oorzaak van instabiliteit maar als motor voor een positieve cyclus die andere jongeren kan weghouden van de lokroep van terroristen of onze kusten.

In de jarenlange boven- en ondergrondse protesten van deze millennials is een gestage maar onmiskenbare beweging te herkennen naar een ‘civiele staat’, geworteld in de eigen lokale culturen, religies en geschiedenis. Oftewel, in het Arabisch, naar een dawla madaniya.

Lees ook: Iedereen zou een keer een revolutie moeten meemaken

Tijdens de Arabische Lente begon madaniya als een hartenkreet. In 2011 liet zanger Ramy Essam, bijgenaamd de ‘stem van de Egyptische revolutie’, op het Tahrir Plein in Caïro een hoopvolle menigte Egyptische jongeren, van linkse communisten tot islam first– moslimbroeders en salafisten, in de zinderende hitte meezingen: „Kullinâ îd wahda (We zijn allen eensgezind) / Wa-talabnâ hâga wahda (En we eisen maar één ding) / Madaniya! Madaniya! Madaniya! Madaniya!” Later zou Essam door de politie worden gemarteld, nu leeft hij in ballingschap in Zweden. Ik was erbij, op dat plein en voelde hoe het refrein ‘Madaniya! zo krachtig echode.

Pluriforme gemeenschap

Waarom madaniya? Letterlijk is madaniya Arabisch voor ‘beschaving’, ‘stads’, ‘civiel’ of ‘burger’ (zoals in civiele staat, civiel recht, burgerschap). In madaniya schuilt ook een verwijzing naar de zevende-eeuwse heilige stad Medina, waar de eerste islamitische ‘umma’ nog een pluriforme gemeenschap was. En naar de 21ste-eeuwse pleinen, midan, waar het gezamenlijke doel een ongekende kracht en solidariteit los maakte.

Overal dook deze slogan op; eerst in Tunis, Tripoli, Sana’a en Damascus en daarna, tijdens de tweede golf van protesten in 2018, in Khartoem, Bagdad, Algiers en Beiroet. Zichtbaar als graffiti op muren, op spandoeken („Wij dromen van een dawla madaniya!”), en in de hippe cafés die de nieuwe debatpodia werden: „Wil jij je koffie salafiya (zwart) of madaniya (latte)?” Jongeren van communistisch links tot salafistisch rechts gebruiken de slogan vooral voor wat ze niet willen: ze streven naar een niet-militair, niet-autoritair, niet-corrupt, niet-theocratisch, maar ook niet-atheïstisch, niet-tribaal, niet-sektarisch en zeker ook geen westers-seculier bestuur.

Maar zijn ze ook verenigd in wat ze wel willen? Dat is geen uitgemaakte zaak. Toch kunnen we de historische en moderne term madaniya zien als een stuwende kracht voor een nieuwe civiele state of mind op Arabische/islamitische grondslag. Deze gaat vooraf aan de opbouw van een civiele staat, een burgerstaat. Het Arabische madaniya geeft namelijk een lokale ethische basis aan universele waarden en begrippen als rechtsstaat, burgerschap, mensenrechten. Het laat zien dat deze waarden ook vanuit de eigen tradities worden verdedigd.

Traditionele poëzie

Neem Soedan, waar eind 2018 een nieuwe golf opstanden opvlamde. De demonstranten noemden hun revolutie expliciet de „Madaniya-revolutie”. Ze gebruikten traditionele poëzie om nieuwe ideeën en eenheid te creëren – ondanks hun etnische, religieuze, politieke verschillen. Ook maakten ze kleurrijke muurschilderingen om publieke debatten op gang te brengen en tooiden jonge vrouwen zich met de witte gewaden en gouden oorbellen van de historische Nubische ‘kandaka’-koninginnen, als symbool voor hun prominente rol in de revolutie.

Zo fungeerden kunst en cultuur als een vliegwiel, samen met de opmerkelijk actieve rol van de Soedanese diaspora die de protesten wereldwijd onder de aandacht brachten en zo de val van de Soedanese president Omar al-Bashir in 2019 versnelden. Daarmee leidde madaniya in Soedan daadwerkelijk tot een overgang naar civiel bestuur, ook al is de helft van de regering nog altijd militair, inclusief Bashir-oudgedienden.

Er is sprake van excessieve corruptie en vriendjespolitiek, vooral in landen als Libanon en Irak

Dat de oproep madaniya in meerdere landen in de regio te horen is, komt omdat er overal dezelfde soort problemen zijn. Ten eerste is de relatie tussen burgers en hun leiders verziekt. Er is sprake van excessieve corruptie en vriendjespolitiek, vooral in landen als Libanon en Irak. Dit is terug te voeren op het uit elkaar vallen van de zogenoemde authoritarian bargain; de stilzwijgende afspraak tussen staat en burgers waarbij burgers hun politieke inspraak en burgerrechten inruilden voor sociale en economische rechten zoals gratis onderwijs, banen in de publieke sector, grootschalige huisvestingsprojecten, landhervormingen, gratis gezondheidszorg en goedkope water-, energie- en brandstofvoorzieningen.

In werkelijkheid werd dit sociaal contract de motor voor economische en sociale ongelijkheid, nepotisme, zelfverrijking (vooral met westers geld), vervolging van critici, straffeloosheid van daders. Dit leidde uiteindelijk tot zodanige armoede en uitzichtloosheid voor vooral de nieuwe generatie, dat in 2011 de bom barstte.

Hevig bevochten

Ten tweede is er de ingewikkelde en hevig bevochten relatie tussen islam en staat. Als godsdienst, leefwijze en moreel kompas neemt de islam een zeer belangrijke plaats in het dagelijks leven in. Maar dat wil niet zeggen dat alle moslims, laat staan niet-moslim minderheden, de islam of shari’a als dwingend principe in wet en bestuur willen. Zeker niet in de draconische vorm van IS.

Lees ook: Het Interview: ‘God wilde mij op die foto’

De nieuwe civiele regering van Soedan schafte in ijltempo de shari’a-wetten af, die geloofsafval en zelfs het drinken van alcohol door niet-moslims zwaar bestraften. Maar door bepaalde wetten af te schaffen, verandert niet opeens de mindset van de hele bevolking. Daarbij kan afschaffing munitie geven aan islamisten en extremisten die een hardvochtige shari’a als politiek narratief gebruiken om hun machtspositie te herwinnen. Daarom moeten moslims hun angst overwinnen dat discussie over de shari’a taboe zou zijn, en alleen voorbehouden aan ‘geleerden’ en mannen.

Ook het Westen schiet er niet mee op door te krampachtig met de shari’a en islam om te gaan, waardoor islamitische ultra-orthodoxen en rechtse extremisten vrij spel krijgen.

Ten derde zal de madaniya-beweging een antwoord moeten formuleren op de vraag naar de verhouding tussen mensen in relatie tot hun familie, stam, klasse, etnische, religieuze of regionale affiliatie. Is het mogelijk de eigen identiteit uit te dragen in overeenstemming met deze vaste patronen (of juist door er tegenin te gaan), zonder dat dit eermoord, gedwongen huwelijken, verstoting of andere ellende uitlokt? Er bestaat al wel een actieve Arabische civil society, alleen heeft deze niet de traditionele loyaliteiten vervangen. Daardoor opereren beide werelden veelal parallel, wat voor wrijving zorgt tussen traditie en verandering. Ook hier geldt dat burgerschap alleen betekenis krijgt als het wordt begrepen vanuit, en verweven met, de eigen positieve lokale waarden en patronen.

Online platforms

Er is op dit laatste vlak vooruitgang. Door de straatprotesten hebben jongeren die normaal in gescheiden werelden leven, elkaar voor het eerst serieus ontmoet en gesproken. Op online platforms delen deze nieuwsgierige millennials hun verhalen en ontdekkingen, versterken zij hun individuele stem en hun onderlinge verbondenheid. De jongeren gaan ook steeds gewaagder de strijd aan met hardnekkige taboes, zoals genderrollen, kledingvoorschriften, keuzevrijheid en ‘een goede moslim zijn’.

In zijn rauwe nummer Huna al-Basra (‘Hier is Basra’) uit 2018 daagde de Iraakse rapper Mr Guti zelfs de hoogste sjiitische religieuze leiders uit: „Nu wij, jongeren, jullie hulp nodig hebben, vergeten jullie onze loyaliteit in de jihad tegen IS, die ons tot weeskinderen heeft gemaakt. Waar is jullie fatwa nu, waar is het geloof? Ons volk heeft dorst!”

Het valt niet te ontkennen dat de profiteurs van de ‘authoritarian bargain’ hardnekkig standhouden. Maar zo ook de jongeren. In Irak bijvoorbeeld, willen zij met eigen politieke partijen meedoen aan de verkiezingen in 2021. Ze hebben geen enkele ervaring, zijn minder eensgezind over hun idealen dan ze op straat leken, en dreigen te worden ingelijfd door de sektarische partijen.

Wat ze nodig hebben is hulp om één verbindende visie te kunnen formuleren, en (culturele) strategieën om hier vervolgens breed draagvlak voor te winnen.

Deze hulp kunnen wij, als Nederland, echter niet rechtstreeks bieden. Dat zou immers hun lokale geloofwaardigheid ondermijnen en hen zelfs in gevaar brengen, omdat ze dan worden gezien als ‘westerse agenten’. Daar zie ik een wezenlijke rol voor mijn tweede ‘wij’; de sterk betrokken (jonge) Iraakse en overige Arabische diaspora in Nederland. Deze intellectuelen, studenten en creatieven zijn essentiële schakels. Wij kennen de lokale mindset en culturen van binnenuit en kunnen lokale behoeften vertalen naar (en afstemmen met) Nederlandse en Europese belangen.

Daarom pleit ik voor het oprichten van een madaniya-ambassade door Nederlands-Arabische ‘think forces’; een fusie van think tank en task force, als aanvulling op het huidige Haagse landschap van denktanks en landenambassadeurs. Deze window of opportunity staat niet lang open, voor de Arabische jongeren noch voor ons. Blijven wij volharden in onze ‘security first’, dan sneuvelen er nog talloze Rihams en duren onze angstscenario’s voort.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.