Gerard Spong.

Foto Roger Cremers

Interview

‘Wij staan in de vuurlinie’

Gerard Spong De moord op zijn collega Derk Wiersum, een jaar geleden, is voor Gerard Spong een argument om te stoppen met de inzet van kroongetuigen. „Het is het me niet waard een mensenleven op te offeren om wat criminaliteit op te sporen.”

Het liep al tegen de middag toen Gerard Spong op 18 september 2019 hoorde dat er die ochtend in koelen bloede een advocaat was doodgeschoten. Er is maar één woord dat zijn gevoel op dat moment kan beschrijven, zegt hij: ontzetting. Derk Wiersum, een dienaar van de rechtsstaat, vermoord omdat hij zijn werk deed. „Het tartte mijn voorstellingsvermogen. Ook ik heb in de loop der tijd ernstige bedreigingen gekregen. Maar dat het werkelijk ten uitvoer zou worden gebracht, was een schok.”

Hij werd ooit zeven jaar op rij door beroepsgenoten tot beste strafpleiter van Nederland uitgeroepen. De trofeeën van die verkiezing houden in zijn werkkamer op de Amsterdamse Keizersgracht een imposante rij wetbundels overeind. In een hoek ligt zijn yorkshireterriër Rex te slapen. „Als hij begint te grommen, dan weet ik dat u liegt, zeg ik altijd tegen nieuwe cliënten.”

De 74-jarige Spong – geboren in Paramaribo – werkt nog altijd fulltime, voornamelijk aan cassatiezaken die worden behandeld door de Hoge Raad. Hij werkt al sinds 1973 als advocaat en wordt door zijn beroepsgenoten gezien als de nestor van de strafrechtadvocatuur: welbespraakt, erudiet, scherp en zeer ervaren. Hij heeft zijn eigen praktijk in Amsterdam waar naast hem nog zes advocaten werken.

De moord op Derk Wiersum, advocaat van kroongetuige Nabil B. in het Marengoproces tegen Ridouan Taghi en een groep medeverdachten, heeft de Nederlandse rechtsstaat beschadigd. Dat vindt niet alleen Gerard Spong, maar ook diverse collega’s. Sommigen spreken van de ‘9/11 van de advocatuur’. Volgens Spong een treffende vergelijking. „Net zoals ze in New York voor een herhaalde aanslag vrezen, moeten ook wij met angst leven.”

De „vreselijke sfeer” die een dag na de aanslag heerste op een bijeenkomst voor strafrechtadvocaten in Hotel Breukelen, is nooit helemaal verdwenen. Spong herinnert zich vooral de verslagenheid. „Het was een surrealistische ervaring. Want ondanks alle gevoelens van angst en ongeloof, ging het werk wel door. We konden niet tegen onze cliënten zeggen: sodemieter op, we stoppen er mee. Er moest, ook in zware zaken, gewoon weer bijstand worden verleend.”

Mede op zijn initiatief werd die dag besloten een studiefonds op te richten voor Wiersums kinderen. Ook nam Spong „een stuk of tien” cassatiezaken over van zijn vermoorde collega. „Toen ik de dossiers doornam, kwam ik handgeschreven notities tegen. Dat vond ik een macabere confrontatie.” Derk Wiersum was een zeer bevlogen advocaat, aldus Spong. „Hij ging tot het gaatje voor zijn cliënten.”

U bent zelf ook vele malen bedreigd. Heeft de moord op Derk Wiersum u alerter gemaakt?

„Ja. Het komt erg dichtbij natuurlijk. Je bent onderwerp van bedreigingen, en dan gebeurt zoiets. Ik kwam ineens tot het besef: dit had mij ook kunnen overkomen.”

Bent u dingen anders gaan doen na 18 september vorig jaar?

„Niet wezenlijk.”

Heeft u nooit het gevoel gehad: dit kan weleens fout gaan? Of: van deze cliënt kan ik misschien beter afscheid van nemen?

„Nou… nee. Maar ik heb soms cliënten van wie ik denk: hier geldt code rood.”

Code rood?

„De zaak die om zo’n cliënt heen hangt is dan, ehm, niet zonder enig gevaar. En vraagt om extra waakzaamheid. In veel gevallen heeft het met drugs te maken. Maar ik wil niet zeggen dat alleen dan een verhoogd risico geldt. Als ik in een gewone moordzaak optreed, is er evengoed de kans dat ik te maken krijg met nabestaanden, vrienden of kennissen die mijn bloed wel kunnen drinken.”

Net zoals ze in New York voor een herhaalde aanslag vrezen, moeten ook wij met angst leven

U zit ruim 45 jaar in het vak. Wat is er in uw beleving veranderd?

„Ontegenzeggelijk is dat de drugscriminaliteit is toegenomen. De belangen zijn vele malen groter, er staat meer op het spel. Als iemand door een verrader 3 miljoen euro door de neus geboord wordt, dan nemen de gevoelens van hevige agressiviteit wel toe. Bepaalde vormen van criminaliteit, waaronder drugscriminaliteit en terrorisme, brengen bijna automatisch een zekere verharding met zich mee. Daar wil ik overigens wel een kanttekening bij maken: dat was vroeger ook al zo. Denk maar aan de Molukse treinkaping in de jaren zeventig of de strafzaak tegen hasjhandelaar Johan V. in de jaren negentig.”

De verharding die je ziet onder criminelen, zegt Spong, terwijl hij er een blaadje met aantekeningen bij pakt, zou best wel eens kunnen samenhangen met de invoering van nieuwe opsporingsmethoden begin deze eeuw, zoals pseudokoop, deals met criminelen en de inzet van kroongetuigen. „Op zich allemaal voorstelbare wetswijzigingen, maar we moeten ons afvragen of het niet voor een bijkomend effect heeft gezorgd. Je moet je voorstellen: een crimineel die verraden wordt door een infiltrant of kroongetuige, voelt zich écht genaaid.”

Is er bij Justitie discussie over de inzet van kroongetuigen?

„Nee, en dat zou wel moeten. Misschien dat ze op Justitie een of andere praatclub hebben, maar wij merken er als advocaten in ieder geval niets van. Voor mij is de moord op Derk Wiersum een argument om te stoppen met de inzet van kroongetuigen. Het is het me niet waard een mensenleven op te offeren om wat criminaliteit op te sporen.”

Bij het Openbaar Ministerie denken ze daar anders over. Wat zegt dat over de verhoudingen binnen de rechtspraak?

„De staat trekt zich de belangen van een advocaat steeds minder aan. Terwijl: wij staan in de modder. Wij staan in de vuurlinie zonder enige vorm van adequate bescherming. Dat is op z’n minst dubbel. En dan komen de krokodillentranen wanneer, in dit geval, Derk Wiersum wordt vermoord. Er wordt niet één lijn getrokken. We zijn allemaal met dezelfde zaak bezig, ieder vanuit een andere invalshoek. Advocaten worden ongelijk behandeld, terwijl we met hetzelfde probleem te maken hebben.”

Minister Grapperhaus beloofde na de moord op Wiersum toch een ‘intensivering van bescherming en beveiliging’, ook voor advocaten?

„Misschien zijn er initiatieven die ik niet ken. Maar feit is dat wij advocaten voor onze eigen beveiliging moeten zorgen. Iedere magistraat krijgt het van de staat vergoed. Wij niet. Ik kan het alleen een beetje aftrekken van de belasting. Advocaten moeten het toch met aanmerkelijk minder doen dan een officier of rechter. Een paar simpele voorbeelden: de meeste rechtbanken hebben een bedrijfsrestaurant, daar mogen advocaten sinds enkele jaren niet komen. We mogen ook geen gebruik meer maken van de bibliotheek. Tijdens zo’n Marengoproces komen alle verdachten, rechters en officieren in speciale auto’s met geblindeerde ramen binnenrollen. Advocaten moeten zelf maar een parkeerplek zoeken.”

De eerste keer dat Spong persoonlijke veiligheidsmaatregelen moest treffen, vertelt hij, was rond 2000 toen hij in het proces tegen Desi Bouterse het Surinaamse Openbaar Ministerie adviseerde. „De Amsterdamse politie kwam me verwittigen dat er een huurmoordenaar uit Colombia onderweg was naar mij. Toen kreeg ik wel extra politiebewaking.” Daarna kwam de dreiging in golven. „Bijvoorbeeld in de periode van de eerste Wilders-zaak. Maar nu nog hoor. Zodra ik op de televisie iets zeg dat anti-Wilders is, staat m’n e-mailbox roodgloeiend.”

Onder de koningsblauwe bank in zijn werkkamer ligt een kogelvrij vest. Dat trekt hij aan als de dreigementen serieus worden. „Ik heb er nog één – een light weight – net een T-shirt eigenlijk, dat heb ik een beetje van Obama afgekeken. Ik weiger mijn leven te laten beïnvloeden door dreigementen en wil mijn hondje gewoon uitlaten als ik daar zin in heb.” Soms doet Spong aangifte en kijkt hij zijn bedreigers op de zitting in de ogen. Tot nu toe werden ze elke keer veroordeeld. „Meestal zijn het gestoorde idioten.” Vrolijk: „Maar ik krijg ook weleens liefdesbrieven hoor. Vandaag kreeg ik er een van een vrouw. Ze schreef dat ze met mij astraal contact had gehad en dat ze met me wilde trouwen!”

Sommige strafrechtadvocaten zeggen: we worden vereenzelvigd met onze cliënten. Herkent u dat?

„Ja. Van oudsher staat de strafrechtadvocatuur in een kwade reuk bij de goegemeente en zelfs ook binnen de advocatuur. Denk aan de artikelen die meneer Van Doorn [de socioloog J.A.A. van Doorn], die eind jaren negentig in NRC Handelsblad over mij schreef: ‘Meneer Spong is advocaat van gore zaken’. Men is gauw geneigd ons als consiglieri te zien. Dat is een volkomen verkeerde perceptie, die soms in de hand wordt gewerkt door de media. Men dicht ons, volkomen ten onrechte, weinig integriteit toe.”

De laatste tijd ging het in de media vooral over collega’s Nico Meijering en Leon van Kleef, die op last van het OM zijn geobserveerd tijdens een zakenreis naar Dubai.

„Dat zij gevolgd zijn, vind ik outrageous. Een advocaat moet de vrijheid hebben de verdediging vrijelijk met z’n cliënt te kunnen bespreken. Volgens het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens heeft iedere verdachte recht op bijstand van een advocaat van zijn eigen keuze. Als je dat onmogelijk maakt door die advocaat te schaduwen, tast je daarmee dat vrijheidsrecht van die verdachte aan.”

Gerard Spong

Gerard Spong over Wiersums dood: „Het tartte mijn voorstellingsvermogen. Ook ik heb in de loop der tijd ernstige bedreigingen gekregen. Maar dat het ten uitvoer zou worden gebracht, was een schok.” Foto Roger Cremers

Heeft u het idee dat het begrip binnen het Openbaar Ministerie voor de rol van de advocaat de afgelopen decennia is veranderd?

„Ik ben geneigd te zeggen dat die relatie altijd gespannen is geweest. Toen ik in 1979 drie leden van de Rote Armee Fraktion bijstond, had ik een overleg met mijn RAF-cliënten in een gebouw waar een pantserauto met een loop op mijn kamer gericht stond. Alsof ik wat had kunnen doen! [grinnikt] Maar het was een keiharde confrontatie. Een keihard juridisch gevecht ook. En zo kan ik er nog wel een paar meer opnoemen.”

Niks nieuws onder de zon dus?

„We moeten er niet te dramatisch over doen. Op zich is een botsing tussen het Openbaar Ministerie en de advocatuur helemaal niet zo erg. Ik verwijs altijd naar het beroemde Franse gezegde: Du choc des opinions jaillit la vérité. In de botsing der meningen ontspruit de waarheid. Maar je moet wel exact weten waar je vol inzet en wanneer je een beetje tempert. De belangrijkste reden dat de spanning nu erger oploopt dan voorheen is het feit dat er te veel onregelmatigheden in een strafproces onbestraft blijven. Valse processen-verbaal die zijn opgemaakt door een rechercheur. Het achterhouden van ontlastend bewijs door een officier. Of het onrechtmatig observeren van advocaten zoals nu in de Marengozaak. Het leidt zelden nog tot een serieuze tik op de vingers van het Openbaar Ministerie. Dat brengt natuurlijk iets teweeg bij verdachten. Zo van: ja, wacht eens even, als de tegenpartij zich van leugen en bedrog kan bedienen, dan heb ik met jullie ook geen mallemoer te maken.”