Reportage

‘We komen graag bij elkaar, liefst met de héle familie’

Migranten Het aantal besmettingen met het coronavirus is hoog onder migranten in de grote steden, deels door slecht geventileerde woningen en onderliggende gezondheidsproblemen.

Een Poolse slijterij en supermarkt in Den Haag waarschuwt voor corona.
Een Poolse slijterij en supermarkt in Den Haag waarschuwt voor corona. Foto David van Dam

De zoon van Hakima Ibarki kreeg corona tijdens zijn vakantie in Turkije met collega’s. De hele groep bleef in het vakantiehuis totdat iedereen weer beter was. Weken later dan gepland kwamen ze terug naar Nederland. De test op Schiphol was negatief.

Ibarki was blij dat zo de rest van het gezin in Nederland niet ziek kon worden. „Mijn man heeft astma en loopt daardoor een groter risico. We passen dus extra op.” Ze zegt ook tegen ouderen met Marokkaanse en Turkse achtergrond in Capelle aan den IJssel dat ze voorzichtig moeten zijn. „Zij hebben best vaak suikerziekte. Dan loop je extra risico.”

Huisarts Özlem Demir in de Haagse Transvaalbuurt en Schilderswijk ziet opeens best veel coronapatiënten. „De meesten zijn net terug van vakantie uit Turkije. Naar een bruiloft geweest, bij de familie gelogeerd, soms naar een begrafenis.” Andere coronapatiënten in haar wijk komen uit Bulgarije, zegt ze: arbeidsmigranten die vaak heen en weer reizen.

De grootste coronabrandhaarden zijn nu Den Haag, Rotterdam en Amsterdam. Eind vorige week sprak minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) met de burgemeesters van deze steden. Zij gaan weer strenger toezien op handhaving van de regels en opnieuw praten met studenten- en migrantenorganisaties, omdat het aantal besmettingen vooral in die groepen hoog blijft. In de genoemde steden heeft ruim de helft van de inwoners een migratieachtergrond.

Nederlanders zitten minder vaak met de héle familie bij elkaar

Ali Kansan, uit Iran

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) had al berekend dat Nederlanders met een migratieachtergrond (westers én niet westers) tijdens de eerste coronagolf harder zijn getroffen door sterfte dan Nederlanders zonder migratieachtergrond. In de zes weken tussen half maart en eind april overleden er 3.600 migranten; dat is 47 procent meer dan normaal in zes weken tijd. Onder Nederlanders zonder migratieachtergrond lag de sterfte 38 procent hoger dan normaal. De migrantengroep is véél jonger, dus zou ze eigenlijk minder gevoelig moeten zijn voor het virus.

Ook in het Verenigd Koninkrijk blijkt dat etnische minderheden twee tot drie keer zo’n hoge kans hebben te sterven aan corona, blijkt uit een overheidstudie in augustus.

Niet-westerse achtergrond

In Amsterdam zag het ziekenhuis OLVG aan het einde van de eerste coronagolf al „opvallend veel mensen met een niet-westerse achtergrond”, laat het hoofd medische staf Ilse van Stijn weten. „Dat is toen als signaal ook naar de GGD gegaan om te achterhalen of het klopt.”

Een mogelijke oorzaak is dat mensen met een migratieachtergrond gemiddeld vaker diabetes type 2, een hoge bloeddruk en obesitas hebben dan mensen zonder migratieachtergrond, zegt Tanja Traag van het CBS. Dan ben je kwetsbaarder voor het virus. Van de volwassen Turkse Nederlanders heeft 6 procent diabetes, van de Marokkaanse Nederlanders 9 procent en van de Hindoestaans-Nederlandse 60-plussers heeft zelfs 37 procent diabetes. Dat heeft te maken met dieet (te veel vet, suiker, koolhydraten) en leefstijl (te weinig bewegen). Bij Nederlanders zonder migratieachtergrond ligt het percentage diabetes op 2,5 procent, blijkt uit RIVM-studies.

Slecht geventileerde woningen

Waarom raken Nederlanders met een migratieachtergrond vaker besmet dan landgenoten zonder die achtergrond? Huisarts Özlem Demir heeft wel een verklaring: bewoners van de Transvaalbuurt en Schilderswijk wonen klein, in slecht geventileerde huizen. „De Bulgaren wonen vaak met twee of drie gezinnen in één huis.” Veel Turkse gezinnen zijn gemiddeld iets groter dan de gezinnen van autochtone Nederlanders. Demir: „Allemaal niet ideaal om coronabesmetting te voorkomen.”

Yasemin Adiyaman-Kara, coördinator van het Gezondsheidscentrum ‘Gezondopzuid’, ziet ook in Rotterdam Zuid dat mensen in slecht geventileerde huizen wonen, vaak met meerdere generaties onder één dak.

Ook het werk dat de bewoners in Rotterdam-Zuid doen is niet werk dat je op afstand kunt doen. „Wij hebben veel patiënten die in de voedselindustrie werken”, zegt Adiyaman, maar ook veel patiënten die in de zorg of in de bouw werken. De meeste lager geschoolde banen zijn niet op afstand mogelijk.”

Lees ook: ‘Studenten zijn geen enorme aso’s die de regels aan hun laars lappen’

En dan is er de cultuur. „Wij leven dicht op elkaar”, zegt Ali Kansan (51). Hij komt uit Iran, maar ziet dat fenomeen ook bij Nederlanders van Marokkaanse en Turkse afkomst. Hij werkt in de Spar in de Kanaalstraat in Utrecht. „Je weet toch, familie is belangrijk. We komen graag bij elkaar. Liefst met de héle familie. Feestjes worden groots en samen gevierd. Afstand houden is moeilijk.”

Afstand houden gaat witte Nederlanders gemakkelijker af, ziet hij. „Die zitten veel minder vaak met de héle familie bij elkaar. De mannen omhelzen elkaar niet, de vrouwen trouwens ook niet.”

Overigens is hij zelf ook zo. „Ik gaf klanten ook voor corona al een boks. Ik vond handen geven altijd al onhygiënisch. ‘Ik weet niet wáár die hand is geweest’, zei ik dan. Ik omhels alleen mensen die ik heel goed ken.”

De angst zit er wel in bij de Turkse gemeenschap, zegt de bakker bij Bakkerij Cesme in Amsterdam-Osdorp vanachter het plastic scherm. „’s Ochtends vroeg en eind van de middag is het hier heel druk. Afstand houden, zeggen wij. Het aantal besmettingen groeit in Amsterdam.” Ze wijst op het anderhalvemeterbordje, geschreven in het Turks.

Een andere oorzaak van de toename in besmettingen zijn recente vakanties in Turkije. De caissière van Versshop Karandiz, aan de Osdorperban in Amsterdam Nieuw-West, is net in Turkije geweest. Zij is niet meer bang voor corona, vertelt ze, omdat ze denkt dat zij en haar vijtienjarige dochter het al hebben gehad tijdens de eerste golf. „We waren zó ziek dat ik mijn zoontje een week bij mijn zus moest laten logeren.”

In Turkije zijn de coronamaatregelen veel strenger dan hier, vertelt de caissière. „We gingen picknicken in een park en moesten bij de ingang allemaal onze temperatuur laten opnemen. En je komt er geen winkel binnen zonder mondkapje. Hier mag alles.”

Ook huisarts Özlem Demir in Den Haag constateert dat Nederland veel minder streng is dan Turkije of Duitsland. „Mijn patiënten die via Duitsland terugreisden waren verplicht zich in Turkije te laten testen. Waren ze besmet, dan moesten ze eerst tien dagen in quarantaine. Maar als ze rechtstreeks naar Nederland reisden, per vliegtuig, hoefde dat niet.”