Start-ups vroegen massaal om steun, de overheid zei ook massaal ‘nee’

Techbedrijven De meeste start-ups die coronasteun aanvroegen zijn afgewezen. Terwijl er nog budget overblijft.

In het centrum van Amsterdam biedt Spaces compleet gefaciliteerde werkplekken voor zelfstandigen en ondernemingen.
In het centrum van Amsterdam biedt Spaces compleet gefaciliteerde werkplekken voor zelfstandigen en ondernemingen. Foto Evert Elzinga/ANP

Als op woensdag 29 april de website live gaat waarop ondernemingen een Corona Overbruggingslening (COL) kunnen aanvragen, gaan de sluizen open. De eerste twee, drie dagen komt elke minuut een aanvraag binnen.

Ruim tweeduizend start-ups deden de afgelopen maanden een beroep op de COL: een regeling waarmee Economische Zaken voor jonge bedrijven 300 miljoen euro beschikbaar stelt om de coronacrisis door te komen. Het gaat om leningen, die in principe moeten worden terugbetaald.

Start-ups zijn bedrijven in een embryonale fase: ze zijn nog volop bezig hun product te ontwikkelen en worden in leven gehouden door investeerders. Door de coronacrisis stokte die geldstroom plotseling.

Uit een analyse van Techleap, belangenorganisatie voor start-ups, blijkt dat de meeste COL-aanvragen niet zijn gehonoreerd. Aan de 42 procent die wel is aanvaard, is 219 miljoen euro toegekend. Ruim 1.100 start-ups kregen een afwijzing, waardoor acute problemen dreigen.

Lees ook: Uit de crisis investeren? Het publieke geld van Invest-NL komt lastig los

De financiële weerstand van de tweeduizend aanvragers is niet best, zo bleek al bij indiening van hun steunverzoek. Hun buffer is, gemiddeld, geslonken van ongeveer een jaar naar drie maanden. Ze hebben 50.000 tot 2 miljoen euro aangevraagd voor de komende negen maanden.

De meeste aanvragers zitten in Zuid- en Noord-Holland. De grootste categorie is actief in ‘soft-tech’: ze leggen zich toe op internetplatformen, softwareproductie of kunstmatige intelligentie. De ‘hardere’ techbedrijven, in onder meer de medische en energiesector, zijn goed voor 30 procent van de aanvragen.

Bedrijven die de COL kregen, zeggen dat die „net op tijd” kwam, citeert Techleap in een rapport uit juli. Ze spreken van „het perfecte instrument voor ons bedrijf”.

Uit de grond gestampt

Marco Gorter van het Amsterdamse techbedrijf OPNT vertelt aan de telefoon „onder de indruk” te zijn hoe snel het programma uit de grond werd gestampt. Dat hij zo’n lening kreeg, kwam volgens hem deels „omdat ik de aanvraag destijds de allerhoogste prioriteit heb gegeven”.

Bedrijven die ‘nee’ te horen kregen – NRC sprak er vier, op basis van anonimiteit, en zag documentatie – zeggen gefrustreerd te zijn dat een afwijzing soms pas na twee maanden met slechts enkele regels onderbouwing binnenkwam. Invullen van formulieren en beantwoorden van aanvullende vragen kostte hun „tientallen uren”. Daardoor moesten ze cruciale beslissingen lang uitstellen. Ze zeggen „willekeur” te hebben ervaren en begrijpen niet waarom andere start-ups de lening wél kregen.

Meer achtergrond: ‘Belastinggeld naar start-ups, is dat wel een goed idee?’

De COL kwam inderdaad eigenlijk uit de lucht vallen. Nadat het kabinet op 13 maart zijn eerste steunpakket had gepresenteerd, realiseerden start-ups zich dat ze buiten de boot vielen. In reactie op hun kritiek werd binnen twee weken een regeling voor hen opgetuigd, en 300 miljoen aan fondsen gevonden – een bedrag vergelijkbaar met wat de cultuursector in april als aanvankelijke steun kreeg toegezegd.

De regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s), die verantwoordelijk werden gemaakt voor beoordeling van de COL-aanvragen, bleken er ook nogal door overvallen. Het streven was verzoeken „binnen vier tot negen werkdagen af te handelen”, beloofde Rinke Zonneveld, directeur van de ROM Zuid-Holland, op 24 april aan bedrijven. Dat was „een fout”, zegt hij nu. „Als je ziet hoeveel werk het was, dan slaat dat nergens op. Ik heb ongelofelijk onderschat hoe complex het was om die beoordelingen te doen.”

Bedrijven moesten tot nu toe gemiddeld ruim een maand wachten op uitsluitsel. De meest urgente gevallen zijn het eerste geholpen. Ondernemer en investeerder Janneke Niessen, één van de beoordelaars: „Je wil het zorgvuldig doen, dus je stelt veel aanvullende vragen. Dat verdienen ondernemers ook: de passie spatte vaak van de aanvraagformulieren af.”

De acht regionale ontwikkelingsmaatschappijen in Nederland zijn investeringsmaatschappijen, die overheidsgeld beleggen in bedrijven in de regio. Met die ‘investeringsblik’ keken ze naar de COL-aanvragen. Zonneveld: „Geloof ik in dit bedrijf, geloof ik in een gezonde toekomst en geloof ik dat dit bedrijf de lening kan terugbetalen? Daar zit onherroepelijk een mate van subjectiviteit in.”

Uiteindelijk zijn veel bedrijven afgewezen omdat hun problemen niet direct verband hielden met corona, óf omdat de beoordelaar niet genoeg vertrouwen had in hun toekomst. Daardoor ook zal het budget voor de COL, die tot 1 oktober kan worden aangevraagd, niet volledig worden benut.

„We zijn in de beoordelingen behoorlijk streng geweest”, zegt Zonneveld. „Er zijn best veel bedrijven afgewezen die echt wel iets voorstellen, maar toch jaar op jaar bezig zijn voort te bestaan. Natuurlijk denken ze daar, als ze zo’n regeling zien: die is voor ons. Maar je moet eerlijk zijn. Daar is overheidsgeld niet voor bedoeld.”