Opinie

Poetin en Loekasjenko: wie chanteert wie?

Loekasjenko gedraagt zich als Poetins schoothondje. Maar is ‘grote broer’ de baas of houden beiden elkaar in de tang, vraagt zich af.

Hubert Smeets

De ‘dictatuur van de kleine bondgenoot’, noemde de Amsterdamse historicus Maarten Brands de paradoxale verhouding tussen een supermacht en een klein land. Hij bedoelde dat een juniorpartner soms zo belangrijk kan zijn, dat de cliënt de eigenlijk veel machtigere patroon kan dicteren. Brands (1933-2018) dacht aan de Verenigde Staten en Israël. Nu is zijn redenering van toepassing op de Russische Federatie en Wit-Rusland.

Heeft Loekasjenko dan nog iets in de melk te brokkelen bij Poetin? Hun gesprek maandag in Sotsji wees daar inderdaad niet op. Het was dat er een tafeltje tussen hen in stond, anders was de Wit-Russische president op schoot gekropen bij zijn ‘grote broer’.

Maar Poetin, die er wijdbeens en soms geërgerd bij zat, leende hem intussen wel anderhalf miljard dollar. Omdat in hun relatie het ‘voor wat hoort wat’ geldt, begon nog dezelfde dag rond Brest bij de Poolse grens een negen dagen durende gezamenlijke legeroefening, Slavische broederschap gemunt, die een nieuwe stap kan zijn in de militaire integratie van beide landen, zoals Poetin al had geëist toen hij Loekasjenko een dag na diens frauduleuze herverkiezing feliciteerde. Loekasjenko was deze week de bedelaar in Sotsji.

Maar daarmee is zijn lot nog niet beslecht. De man van Minsk weet donders goed dat hij, juist omdat hij aan een touwtje hangt, het Kremlin ook een beetje kan chanteren.

Bijvoorbeeld met de staatsschuld van Wit-Rusland. Door leningen tot wel 2 miljard dollar per jaar plus de recente anderhalf miljard staat Loekasjenko nu voor ruim 9 miljard dollar in het krijt bij Poetin. Dat is meer dan welke debiteur van de Russische Federatie ook en dat maakt hem sterk in zijn zwakte. Want wat is het Moskouse onderpand, dat vooral bestaat uit de kapitaalsintensieve en amper hervormde zware industrie in Wit-Rusland, eigenlijk waard? Volgens de in Amerika werkzame Russische econoom Vladislav Inozemtsev azen Poetins oligarchen op de machinebouw, petrochemie en andere staatsbedrijven in Wit-Rusland. Dat lijken lucratieve prooien, maar zo’n deal kan ook uitdraaien op een sigaar uit eigen doos.

Dat Loekasjenko’s staatseconomie behalve repressief ook stabiel is, is volgens de eveneens uitgeweken econoom Sergei Goerijev namelijk een „mythe”. De staatssector draait op Russische olie- en gassubsidies die Moskou juist wil afbouwen. Sinds het daarmee is begonnen, heeft het nationaal inkomen van Wit-Rusland al 4 procent moeten inleveren.

Er is intussen geen up-side. Bij het succesnummer van de Wit-Russische economie, de tech-branche die afgelopen drie jaar de helft van de groei en 6,1 procent van het bbp voor zijn rekening is gaan nemen , hoeft Loekasjenko in ieder geval niet aan te kloppen. Door de repressie van het burgerprotest dreigt de ict-sector Minsk te verruilen voor Vilnius, Kiev of desnoods Moskou. Tegen zo’n kapitaalvlucht kan geen oproerpolitie of geheime dienst op.

Poetin is zeker de baas, zoals in Sotsji bleek. Zonder hem kan Loekasjenko slechts hopen op een enkele reis Rostov a/d Don. Maar Poetin staat wel voor een dilemma. Wil hij door een sluipende Anschluss van Wit-Rusland slechts een geopolitieke slag slaan of er ook iets aan verdienen? Zolang het Kremlin die kosten-batensom niet heeft gemaakt, heeft Loekasjenko respijt. Een beter voorbeeld van de ‘Wet van Brands’ is dezer dagen niet voorhanden.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.