Opinie

Geef Turkije militair geen vrijbrief

Geopolitiek Turkije hoort in de NAVO, maar Europa moet een antwoord formuleren op de militaire opmars van Erdogan, vindt .
Turkse soldaten, eind augustus, bij een parade ter herinnering aan de Slag om Dumlupinar in 1922
Turkse soldaten, eind augustus, bij een parade ter herinnering aan de Slag om Dumlupinar in 1922 Foto EPA

De afgelopen weken liep de spanning tussen NAVO-lidstaten Griekenland en Turkije op nadat de Turken een onderzoeksschip in Griekse wateren naar gas lieten zoeken. Het schip, begeleid door Turkse oorlogsschepen, is tot opluchting van de Griekse regering weer vertrokken, maar de rust in de regio is nog niet volledig teruggekeerd. De Turkse president Erdogan maakte vorige week zonder omhaal duidelijk dat hij de Franse militaire steun aan de Grieken deze zomer niet kon waarderen. „Bemoei je niet met Turkije”, zei hij in een felle toespraak gericht aan zijn Franse ambtgenoot Macron.

De situatie rond het Griekse eiland Kastellorizo is het gevolg van het minder bekende Turkse buitenlandse beleid voor de lange termijn. De ‘grote strategie’, zoals de Turken het noemen, berust op twee pijlers: het streven naar Turkse onafhankelijkheid op het gebied van energie en soennitisch leiderschap in een neo-Ottomaanse regio.

Atatürk

De eerste pijler, onafhankelijkheid op energiegebied, staat centraal in de Mavi Vatan-doctrine. De doctrine bepleit controle over de omringende zeeën van Turkije – inclusief energie. Nieuw is een hardere lijn ten opzichte van Griekenland, de Europese Unie en de Verenigde Staten. Met een groeiprognose van 81 naar 90 miljoen burgers in 2030, stijgen de Turkse energiebehoeften. Energie is de aandrijver van groei voor de Turkse economie. De voornaamste leveranciers zijn Rusland, Iran, Irak, en Libië (totaal 98 procent).

De tweede pijler is het streven naar soennitisch leiderschap en een neo-Ottomaanse regio. Atatürk schafte onder meer het kalifaat af. Daarmee verloren de Turken hun aanspraak op het leiderschap van de moslimwereld. De visie van Mavi Vatan (‘Blue Homeland’) is tevens een Turks-nationalistische ambitie, die het land oproept terug te keren naar de regio die deel uitmaakte van het Ottomaanse Rijk. Met de heropening van de Hagia Sofia als moskee nam Erdogan wraak op het seculiere deel van Turkije, dat de politieke islam zo lang heeft onderdrukt. De heropening kwam op een moment dat Turkije zich in toenemende mate militair laat gelden in de regio. Het Turkse leger is verwikkeld in avonturen in Syrië, Irak, en Libië. Dit zijn landen die vroeger tot het Ottomaanse Rijk behoorden.

De Mavi Vatan-doctrine werd voor het eerst in praktijk gebracht in Libië. In december 2019 sloot Turkije een omstreden maritiem akkoord met de regering in Tripoli. Deze overeenkomst markeert de grenzen van wat Turkije en Tripoli claimen als hun exclusieve economische zone in zee. Dit stuitte niet alleen op fel verzet van Griekenland en Cyprus, maar ook van Egypte, Israël, en Frankrijk. De VN keurde de overeenkomst af.

In januari stuurde Turkije vervolgens troepen en 2.000 huurlingen naar Libië om Tripoli te steunen in de strijd tegen krijgsheer Khalifa Haftar en om de Turkse belangen veilig te stellen. Sindsdien schieten Turkse fregatten voor de Libische kust drones van Haftar uit de lucht en escorteren ze schepen met wapens die naar Tripoli varen. Dit leidde onlangs tot een aanvaring met het Franse oorlogsschip Courbet, dat toeziet op het wapenembargo.

De strategische ambities van Turkije beperken zich niet alleen tot Erdogans partij AKP. Verschillende andere politieke richtingen pleiten evengoed voor een meer expansieve opvatting van Turkse strategische belangen. De meer nationalistische en beslist anti-westerse strategische visies van sommige civiele en militaire elites ondersteunen beleid dat zogenoemde power projection omvat: de mogelijkheid om militaire middelen buiten het eigen grondgebied in te kunnen zetten.

Regionale stabiliteit

‘Mavi Vatan’ kan ook gelden als het maritieme verlengstuk van het neo-Ottomaanse beleid. De opbouw van de marine wordt ondersteund door militaire en marinebases te bouwen, gevechtseenheden te trainen en wapens, munitie en andere militaire steun te leveren aan afgelegen landen, zoals dus Libië, Soedan, Qatar, Somalië, en Pakistan. Veel van die landen steunen de politiek-economische ambities van Erdogan niet. Daarom past hij de doctrine op een langzame en afgemeten wijze toe: stap voor stap, zodat deze niet gezien wordt als een bedreiging van de regionale stabiliteit. De Turkse maritieme claims stuiten echter op fel verzet. Maar daar trekt Erdogan zich niets van aan.

Wat betekent dit voor ons? Hoort Turkije niet meer in de NAVO? Pleitbezorgers van ‘Mavi Vatan’ zeggen terecht dat de NAVO Turkije nooit militair tot de orde zal roepen omdat de kans dan groot is dat het land uit de alliantie stapt en de kant van Rusland of China kiest. Dat moeten we niet willen. Maar om de indruk weg te nemen dat Turkije kan doen wat het wil, zouden de NAVO-partners de militaire samenwerking kunnen verminderen en het internationale zeerecht – zoals rond het eiland Kastellorizo – strikter kunnen naleven. De EU zou een wapenembargo tegen Turkije kunnen instellen of de al jaren opgeschorte toetredingsonderhandelingen met Ankara definitief kunnen stopzetten. „Bemoei je niet met Turkije”, zoals Erdogan bepleitte, is geen optie meer.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.