Waarom Kevin Réza de enige zwarte wielrenner is in deze Tour de France

Diversiteit in het wielrennen De Fransman Kevin Reéza is de enige zwarte renner in de Tour. In het peloton is hij al een paar keer racistisch bejegend. Racisme moet net zo streng worden bestraft als doping, vindt hij.

De Franse wielrenner Kevin Réza tijdens de zestiende etappe van de Tour de France.
De Franse wielrenner Kevin Réza tijdens de zestiende etappe van de Tour de France. Foto Stephane Mahe/Reuters

Tot dit jaar sprak Kevin Réza (32) liever niet over racisme, zelfs niet nadat hij in de Tour van 2014 voor „vieze neger” was uitgemaakt door Michael Albasini, met wie hij in de zestiende etappe in een kopgroep zat. Naar de smaak van de Zwitser deed Réza, geboren in Versailles en met ouders van het eiland Guadeloupe, niet genoeg kopwerk. Dat frustreerde Albasini zo dat hij dingen zei die hij achteraf „misschien” beter niet had kunnen zeggen. Maar zo gaan die dingen in een wielerkoers op het scherpst van de snede, zei Albasini. Dan lopen de emoties hoog op. Tot racisme had hij zich niet verlaagd. Alles berustte op een misverstand. Wat hij nou precies had gezegd, wilde hij niet herhalen.

Toen Réza aan de finish in Bagnères-de-Luchon zijn verhaal deed, nog altijd overstuur, sprak het peloton schande. Albasini kwam onder vuur te liggen, maar het incident waaide over toen de mannen het voor de camera’s met elkaar bijlegden. Er volgde geen sanctie, niet van Tourorganisatie ASO en niet van de internationale wielerbond UCI. „Ik heb er nooit meer iets over gehoord”, zegt Réza zes jaar later, aan de start van de zesde Touretappe in Pau. „Het heeft me lange tijd dwarsgezeten. Maar ik was nog zo jong. En ik had moeite om erover te praten.”

Het incident staat niet op zichzelf. In de Ronde van Romandië, drie jaar later, wordt Réza opnieuw racistisch bejegend, dit keer door de Italiaan Gianni Moscon. Ook hij zegt dat het om een „race-incident” gaat. Moscons ploeg, Ineos, schorst hem voor zes maanden. Réza hoopt op een reactie van de UCI, maar die blijft uit. „Terwijl ik toch echt het slachtoffer was. Ik hoop dat racisme in de toekomst net zo hard wordt bestraft als een dopingovertreding. Een schorsing van een jaar. Alleen dan zorg je dat het niet nog eens gebeurt.”

Het valt niet mee, zegt Réza, om zich uit te spreken tegen racisme en vóór diversiteit in de wielersport. Omdat hij alleen staat, „geïsoleerd” in zijn woorden. Hij is deze Tour de enige zwarte renner in het peloton. Maar gesteund door de wereldwijde aandacht voor de Black Lives Matter-beweging wil hij zich uitspreken. „Ik ben niet zo groot als LeBron James in het basketbal, dus misschien hebben mijn woorden weinig impact. Als ik zou knielen of een vuist zou maken, zou ik geen bijval krijgen. Maar dat betekent nog niet dat ik me niet ontzettend druk maak om wat er in de wereld gebeurt.”

Renner uit Eritrea

Natnael Berhane uit Eritrea was vorig jaar de enige zwarte renner in de Tour. Voor zijn verhaal was destijds geen aandacht. Dat is de voorbije maanden wel veranderd. Al is de perszaal nog altijd 100 procent wit.

Bij het radioprogramma C’est une chanson op de zender France Inter wordt Kevin Réza gevraagd naar een nummer dat voor hem op dit moment belangrijk is. Hij kiest Dolce Vita van de Franse rapper Booba, een hommage aan George Floyd, een zwarte Amerikaan die eind mei door politieagenten werd gedood. „Steeds als ik het hoor, raak ik geïrriteerd”, zegt hij. „Omdat we anno 2020 blijkbaar nog steeds drie stappen vooruit, en vijf stappen achteruit zetten. Ik kies er nu voor om positief te blijven, in gesprek met de pers. Ik wil aan jonge, zwarte renners laten zien dat het mogelijk is om op het hoogste niveau te fietsen. Dat je, als je de capaciteiten hebt, in de Tour terecht kunt komen, ongeacht je huidskleur.”

De vraag is alleen waar ze blijven in het wielrennen, de zwarte jongens en meiden. Het gaat al decennia om eenlingen, die druppelsgewijs doordringen tot op topniveau, maar daar eenmaal aangekomen nooit een hoofdrol vertolken. De Fransman Yohann Gène, ook met roots in Guadeloupe, was in 2011 pas de eerste zwarte renner in de geschiedenis van de Tour. In de WorldTour bij de mannen zijn vijf zwarte renners actief, op een totaal van vijfhonderd. In de Tour van 2015 werd de Eritreeër Daniel Teklehaimanot een ster toen hij als eerste zwarte man de bolletjestrui droeg. Sinds zijn contract bij Team Cofidis eind 2018 afliep, is hij van het toneel verdwenen. Zijn baas hoorde niets meer van hem.

Zwarte wielrenster

Bij de vrouwen is de aanwas nog schraler. Teniel Campbell, van Trinidad en Tobago, was de enige zwarte renster in La Course dit jaar, de eendaagse vrouwenversie van de Tour. En zij rijdt niet in de Women’s WorldTour, maar twee niveaus lager. De internationale wielerbond UCI bood haar een opleidingsplaats in het Zwitserse Aigle, waar sinds 2002 renners van over de hele wereld worden klaargestoomd voor een profcarrière. De resultaten vallen tegen. Het is nog altijd wachten op de eerste zwarte vrouw in de WorldTour. Een woordvoerder van de UCI zegt „enorme middelen” beschikbaar te stellen om de wielersport op vijf continenten te promoten.

„Wielrennen is een dure sport”, zegt Kevin Réza. „Ik had geluk dat mijn ouders me konden helpen. Het is ook altijd een witte sport geweest.” Dat is niet helemaal waar. In Eritrea is wielrennen groter dan voetbal, een overblijfsel van de Italiaanse kolonisatie. Hetzelfde geldt voor Rwanda, waar het WK wielrennen in 2025 wordt gehouden.

Kevin Réza in de zesde etappe van de Tour. Foto Benoit Tessier/Reuters

Gudo Kramer, oud-woordvoerder bij wielerbond KNWU en nu directeur van bij Topsport Gelderland, probeerde tussen 2001 en 2012 met zijn Marco Polo Cycling Team renners uit die landen en uit China een toekomst in de wielersport te bieden. „Die jongens konden echt wel fietsen”, zegt hij. „Maar ze kwamen niet aan de bak bij de grote teams. Die durfden het niet met ze aan. In het wielrennen is men bang voor alles wat afwijkt.”

Schaarse middelen kunnen een oorzaak zijn. Tot een jaar geleden leunden veel wielerploegen op kortlopende sponsorcontracten. Kramer: „Kies je dan voor een goed opgeleide Nederlander of een Belg die handig is op een fiets en weet hoe je tussen de auto’s moet rijden, of voor een Afrikaan die de Tour zou kunnen winnen maar die vijf jaar begeleiding nodig heeft voor hij in een peloton kan fietsen? Die ook nog eens gebrekkig Engels spreekt, problemen heeft met reizen omdat hij soms geen visum krijgt. Dat is voor veel teams een te grote investering voor een te laag rendement. Maar ik weet zeker dat je je wild schrikt als je nu naar Eritrea gaat om junioren te testen. Er fietst daar zoveel talent rond.”

Jumbo-Visma is een van de eerste ploegen die sponsoren vond die voor onbepaalde tijd wilden instappen. Als die trend doorzet, ziet Kramer meer ruimte ontstaan voor renners met een minderheidsachtergrond.

Paralympisch kampioen

Dat komt te laat voor Daniel Abraham (35), op zijn vijftiende uit Eritrea gevlucht. Hij is een van de weinige zwarte profrenners in Nederland, fietst bij Beat Cycling Club en wordt gesponsord door NLtraining, een aanbieder van taalcursussen. Vier jaar geleden werd hij in Rio paralympisch kampioen. In die categorie komt hij uit omdat hij als peuter zijn enkel brak en daar een onderontwikkeld been aan overhield.

In 2010 werd Abraham fysiek getest door de ploegarts van Argos-Shimano, de voorloper van wat nu Team Sunweb is. „Ik trapte waarden die goed genoeg waren om bij die ploeg te kunnen fietsen, was profwaardig”, zegt Abraham. „Maar ik kreeg geen contract. Dat is niet per se racistisch. Maar in het wielrennen heerst een soort cultuur die je geen toegang geeft als je anders bent. Als je een andere huidskleur hebt, uit een niet-standaard wielerland komt, of een eigen mening hebt. Ik denk dat ik wel kansen had gekregen als ik een witte huid had gehad. Wielrennen is niet als voetbal, waar mensen openstaan voor andere culturen. Waar je met je benen kunt spreken.”

Rolmodellen

Abraham doet een oproep aan grote ploegen om renners met een Afrikaanse of Afro-Amerikaanse achtergrond op te nemen. „Geef ze ruimte”, zegt hij. „Dan kunnen er zwarte rolmodellen opstaan.” Want ook daaraan is een gebrek. Abraham keek als jochie wielerwedstrijden terug op oude VHS-banden. Zijn helden waren Frank Vandenbroucke en Marco Pantani. Witte renners.

In Diversity in Cycling, een Brits rapport uit 2019 dat werd onderschreven door wielerfederatie UK Cycling, wordt de gebrekkige representatie van zwarte mensen bij Londense wielerclubs als belangrijke oorzaak gezien voor hun ondervertegenwoordiging op eliteniveau. Mani Arthur meldde zich in 2013 aan bij een vereniging van naam en kreeg al op de eerste training signalen van zijn witte teamgenoten dat hij beter ergens anders kon gaan fietsen. „Er was niemand die eruit zag als ik”, zegt hij in het rapport. „Daardoor kreeg ik het gevoel dat ik de verkeerde sport had gekozen.” Inmiddels heeft hij met The Black Cyclist Network een wielerclub opgericht die erop is gericht zo divers mogelijk te zijn. Volgend jaar wil Arthur met een BAME-team wedstrijden gaan rijden. Dat staat voor Black, Asian and Minority Ethnic.

Hoe zit het in Nederland? Thorwald Veneberg, algemeen directeur van wielerbond KNWU, vraagt zich af of zwarte mensen wel behoefte hebben om aan wielrennen te doen. „Want waarom komen ze anders niet naar clubs? Ik heb daar geen onderzoek naar gedaan. We hebben zoveel dossiers waar we eerst wat mee moeten. Veiligheid in het wielrennen bijvoorbeeld.”

Veneberg is op persoonlijke titel al lange tijd ambassadeur van de stichting Right to Play, en met de KNWU ondersteunt hij het Oegandese Kampala Cycling. „Maar dat is meer ontwikkelingswerk, en dat heeft niets te maken met diversiteit. Betekent niet dat ik dat niet belangrijk vind. We willen welkom zijn voor iedereen. Toen we laatst naar een nieuwe voorzitter zochten, hebben we in de vacaturetekst gezet dat een vrouw de voorkeur zou hebben. Dat hoort bij een transitie naar een moderne sportbond.”

Volgens Veneberg werken er momenteel geen zwarte mensen bij de KNWU. „Het is niet zo dat mensen met een kleur bij ons belangrijker zijn omdat dit thema in de wereld speelt. Het is voor ons nu niet urgent. Maar af en toe schiet het wel door mijn hoofd: hoe komt het dat vooral witte mensen aan wielrennen doen? Ik heb er geen antwoord op.”

Correctie (18 september 2020): In een eerdere versie van dit artikel werd NLtraining omschreven als een stichting die vluchtelingen helpt met inburgeren. Het is een bedrijf dat inburgerings- en taalcursussen aanbiedt. Dat is hierboven aangepast.