Vrij zijn is… oogsten in een voedselbos

Vrij Hoe breekt Nederland uit de sleur? Deze week oogsten in een voedselbos.

‘Wist je dat jong lindeblad hetzelfde smaakt als ijsbergsla?” Anja van Krimpen (51) lacht. Met andere vrijwilligers van voedselbos Vlaardingen zit ze in een kring de oogst te verwerken. szechuanpepers worden van de tak gerist en er staan zakken vol blad van de Toona Sinensis, „de uiensoepboom”, zegt Van Krimpen. Als productmanager verwerkt ze alles wat uit het bos komt. Haar huis staat vol potten met ingemaakte lisdoddewortels, chutneys, gedroogde paddestoelen en jams. Blad van de uiensoepboom gaat door soep, saus en salade: „Beter dan een maggiblokje.”

Van Krimpen leidt ons naar de sprookjesachtige rand. We lopen langs wilgen, duindoorn, vlieren en elzen. Door de takken schemert Vlaardingse laagbouw, in de verte klinkt Randstedelijk gehei van de bouw van de Blankenburgtunnel. Overal staan brandnetels. Waar die allemaal wel niet goed voor zijn… gezond, aantrekkelijk voor vlinders. Tijdens educatieve workshops leren kinderen ze met hun blote handen plukken. Dan bakt Van Krimpen weleens een brandnetelpannenkoekje: „Die zijn als eerste op.”

Voedselbos Vlaardingen is in 2014 ontworpen door onder andere een hovenier, een landschapsarchitect en een boomspecialist. „Het is een van de eerste voedselbossen van Nederland.” In het weiland werden waterpartijen gegraven en terpen aangelegd. Voedselbosbomen en -planten kregen een plek. Daartussen kwam van alles op. En dat is precies de bedoeling. Het onkruid – dit woord zal een voedselbosbouwer nooit gebruiken – dat door de kruisbessenstruik groeit, beschermt de struik tegen de vogels. Van Krimpen: „Je haalt het pas weg als je de bessen gaat oogsten.” Een paar bessen of appels laten ze hangen, „voor de vogels en de insecten”.

In een voedselbos doet de natuur het werk: „Wij zijn luie boeren.” Er wordt niet gespit of gewied. Organisch materiaal blijft liggen, zodat de bodem niet uitdroogt en er een rijk bodemleven ontstaat. Planten, bomen, vogels, zoogdieren, insecten en schimmels werken optimaal samen. Met een beetje hulp van de mens.

We lopen langs de walnoot. „Over veertig jaar overschaduwt hij de fruitbomen, voor zover die niet allang omgevallen zijn.”

Op vrijdag maken de vrijwilligers een ronde. Van Krimpen: „Er lopen allerlei onderzoeken en we kijken wat er gedaan moet worden. Je kiest wat je wilt doen: snoeien, plukken, een knuppelpad van elzentakken maken.”

Ze zijn nu met een man/vrouw of dertien. Zelf kwam ze hier als dakloze. „Mijn vriend zei: ‘Ga mee, dan kom je tot rust.’ In het begin zat ik vaak onder de grote wilg.” Ooit werkte ze in het Westland „met het grootste gif”. Van Krimpen lacht. Aan niets merk je meer wat een moeilijke jaren ze heeft gekend.

Soms kan ze zich niet inhouden, dan plukt ze een zoete daglelie uit het plantsoen: „Ik zie overal eten.”