Regeringsplan roept déjà vu van twee fiscale drama’s op

De ‘BIK’ De linkse oppositie verzet zich tegen een nieuwe fiscale regeling voor bedrijven. Die roept slechte herinneringen op aan het plan om de dividendbelasting af te schaffen. En aan een regeling waarvan in de jaren tachtig misbruik werd gemaakt.

GroenLinks-leider Jesse Klaver bij de Algemene Politieke Beschouwingen. Op de achtergrond Lilian Marijnissen (SP).Foto David van Dam
GroenLinks-leider Jesse Klaver bij de Algemene Politieke Beschouwingen. Op de achtergrond Lilian Marijnissen (SP).Foto David van Dam

Een „dividendbelasting 3.0”. Een „cadeau aan grote bedrijven”. Mark Rutte als „de premier van het bedrijfsleven”.

Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen haalde de linkse oppositie in de Tweede Kamer dezelfde munitie uit de kast als aan het begin van deze regeerperiode. Toen verslikte premier Rutte (VVD) zich in een maatregel die in geen enkel verkiezingsprogramma had gestaan: de afschaffing van de dividendbelasting. Dat thema bleef langer dan hem lief was Kamer- en verkiezingsdebatten beheersen.

Na precies een jaar trok Rutte de afschaffing in nadat Unilever – een van de beoogde begunstigden – had besloten het hoofdkantoor niet exclusief in Nederland te vestigen.

Nu heeft het kabinet een nieuwe lastenverlichting voor het bedrijfsleven aangekondigd, ter waarde van 2 miljard euro, in de vorm van een fiscale aftrek voor bedrijven. Het gaat om de BIK-regeling, afkorting voor ‘Baangerelateerde Investeringskorting’. In de Miljoenennota, die op Prinsjesdag verscheen, staat slechts een summiere toelichting: „Werkgevers kunnen tijdelijk een korting krijgen op de loonheffing die zij voor hun werknemers afdragen wanneer zij investeren in voor de BIK kwalificerende bedrijfsmiddelen.” Met als motief: „Het kabinet constateert dat de [bedrijfs]investeringen zijn teruggevallen en dat investeringen van groot belang zijn voor de economische groeikracht.”

De regeling geldt vanaf 1 januari voor twee jaar, waarna het de bedoeling is om hetzelfde budget, 2 miljard euro, voor hetzelfde doel in te zetten: „het verlagen van werkgeverskosten”. Meer details ontbreken. Dat bracht PvdA-leider Lodewijk Asscher er al aan het begin van de Politieke Beschouwingen toe om de beleidsstukken rondom de BIK op te vragen. Rutte kon daar niet op ingaan, omdat het wetsvoorstel nog niet gereed is. Dat zal pas begin volgende maand naar de Tweede Kamer worden gestuurd.

‘Andere kleur cadeaupapier’

De oppositie zal de komende weken hierover opnieuw de messen slijpen. Die ziet de BIK-regeling als een kostbaar goedmakertje voor het grote bedrijfsleven, als vervanging van het niet doorgaan van de voorgenomen verlaging van de winstbelasting. Die verlaging was oorspronkelijk bedacht als compensatie voor het overeind houden van de dividendbelasting. Maar ook dat plan ging niet door.

Vandaar de omschrijving die GroenLinks-leider Jesse Klaver in het debat aan de BIK gaf. „Welke vorm het ook heeft, het blijft 2 miljard lastenverlichting voor bedrijven. Het enige dat verandert, is de kleur van het cadeaupapier.” Met de SP, PvdA en PVV steekt hij dat geld liever in de structurele verhoging van de salarissen in de zorg.

Misbruik van subsidie

Voor haar aanval op de BIK kan de oppositie steun vinden bij het Centraal Planbureau (CPB). Dat uit, in de dinsdag verschenen doorrekening van de Miljoenennota, eveneens kritiek op deze maatregel, maar om andere, historische redenen. De BIK vertoont volgens het planbureau „grote gelijkenis met de in de eind jaren tachtig ingestelde Wet [op de] Investeringsrekening”. Deze WIR werd een financieel drama, omdat het een gemakkelijk te misbruiken subsidieloket bleek te zijn. Bedrijven voerden er voor miljarden (guldens) aan onterechte investeringen op. Het CPB schrijft: „De WIR werd vanwege een te hoge mate van oneigenlijk gebruik in 1988 afgeschaft.” Het budget dat voor de WIR was uitgetrokken bleef via een verlaging van de vennootschapsbelasting ten goede komen aan het bedrijfsleven.

Een motie van de oppositie om de 2 miljard uit de BIK-regeling te besteden aan „het oplossen van urgente maatschappelijke problemen”, haalde donderdagavond geen meerderheid.