Recensie

Recensie Boeken

Met stip de meest originele debutante van 2020

In Alle mensen die ik ken somt Lisa Huissoon, met stip de meest originele debutante van 2020 tot dusver, van A tot Z haar vrienden, familieleden, kennissen en wat indrukwekkende voorbijgangers op, van kleuterklas tot heden.
Lisa Huissoon
Lisa Huissoon Foto: Leroy Verbeet

Negenentwintig Anne’s, veertien Laura’s, negen Judith-ten: veel mensen die Lisa Huissoon (1995) kent, hebben dezelfde naam. Maar ze ontmoette in haar leven ook een enkele Kleopatra, een Shalisa en een Olga. In Alle mensen die ik ken somt Huissoon, met stip de meest originele debutante van 2020 tot dusver, van A tot Z haar vrienden, familieleden, kennissen en wat indrukwekkende voorbijgangers op, van kleuterklas tot heden. Bij elke naam staat kort vermeld waar ze diegene van kent: ‘Yling Ylang. Studiegenoot. Taal- en Cultuurstudies. Universiteit Utrecht’, en soms nog korter: ‘Wout. Nijmegen’, maar ook langer of zelfs veel langer: met een anekdote, een typerende eigenschap, een herinnering van Huissoon.

Zo vang je steeds een glimp op van haar leven – via het leven van anderen. Het is alsof ze het gordijn voor allerlei ramen even opzij trekt. Uit haar bemerkingen over anderen groeit een beeld van wie de opsomster van dit al zélf is. Gaandeweg ontdek je wat Huissoon zoal uitspookte, thuis en op reis, in de liefde, als leerling, in hobby’s, bijbanen en op vakanties – en hoe ze in het leven staat.

Het lezen van de namenlijst is net een spel: zoiets als het verbinden van puntjes waardoor er een plaatje ontstaat. In de beschrijving van heel persoonlijke momenten werkt de vorm goed. Bij Kelly staat te lezen: ‘Ik liet me door Kelly ontmaagden omdat ik verliefd was op Simone en zij mij te onervaren vond.’ Snel doorgebladerd naar Simone natuurlijk: ‘Ik werd zo zenuwachtig van Simone dat ik aan de kaars bleef pulken die tussen ons in op tafel stond, in een café op het Neude, ook al vroeg iemand van de bediening me dwingend van die kaars af te blijven.’ Dat is karig, maar suggestief zat: de rest vult de lezer in.

Ruzie

De gekozen vorm werkt niet steeds zo goed uit: al met al heerst er toch te veel willekeur. Van de negenentwintig Anne’s krijgen er maar twee een verhaaltje. Deed de rest er niet toe? Er moet een reden zijn dat Huissoon ze niet is vergeten, maar welke? Het blijft te vaag. Op den duur – bij mij vanaf de letter L – is het niet meer op te brengen om aandachtig álle namen te lezen. Dan blader je gewoon door naar het volgende verhaaltje. Daarin getuigt Huissoon dan wel van haar grappige, speelse kijk op de ander en merkt ze originele dingen op, die ze goed weet te verwoorden.

Maar het boek had met wat kleine ingrepen scherper en boeiender kunnen zijn. Wat ontbreekt, is venijn. Waarom staat nergens wat ruzie of een portie onmin beschreven? Heeft Huissoon aan niemand een hekel, kent zij geen klootzakken? Waarom is er nergens sprake van gekonkel? In inhoudelijke dwarsverbanden tussen de ‘personages’ had van alles kunnen gebeuren, dan had Alle mensen die ik ken aan spanning gewonnen.

Misschien wil Huissoon alleen het goede van de mensen die ze kent koesteren en onthouden. Of gaat het haar juist om de paar naamloze iemanden achterin het boek, nog na de Z? Die krijgen wél allemaal een verhaaltje mee: ook mensen die je niet kent kunnen voorgoed een indruk achterlaten. Huissoon zal Puntjepuntjepuntje die een frikandelbroodje in haar gezicht smeet, niet vergeten. Zo ook die andere Puntjepuntjepuntje die in een bioscoop tegen haar en een ander meisje snibde: ‘Dames, als jullie zo gaan zoenen, kunnen jullie dan alsjeblieft achterin gaan zitten?’