Recensie

Recensie Boeken

De lelijke geschiedenis van onze favoriete drug

Koffiegeschiedenis Hoe een boontje de verhoudingen in de wereld deels bepaalde, daarover gaat het nieuwe boek Coffeeland. Hierin wordt de geschiedenis verteld aan de hand van een onaangenaam mens in El Salvador.
Handgeplukte koffiebessen op een plantage in El Salvador.
Handgeplukte koffiebessen op een plantage in El Salvador.

Oploskoffie, ketchup, Lululemon yoga-broeken en Nike Air Max-sneakers zijn in de Verenigde Staten sinds deze zomer de populairste producten. Minder behoefte is er aan flessen water en jassen van het merk Burberry. Reuters vatte het geheel begin september samen onder het motto: ‘Welkom in Amerika’s pandemie-economie’. Door de corona-uitbraak is het consumentengedrag enorm veranderd, zo’n omwenteling was sinds decennia niet vertoond, aldus Reuters.

Hadden de koffieleveranciers Coffeeland. A History van de Amerikaan Augustine Sedgewick gelezen, dan hadden ze kunnen weten dat in tijden van onrust de koffie-inname altijd groter wordt. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog bijvoorbeeld werd er aan het front in de log- en dagboeken vaker over koffie geschreven dan over kogels of geweren. Vijf koppen koffie per dag kregen de soldaten van de Unie. Terwijl ze vochten tegen de slavernij in eigen land werden ze op de been gehouden door Braziliaanse koffie, geoogst door de tot slaaf gemaakten op de plantages daar. Koffie vormde Amerika, schrijft Sedgewick. De ‘drank der uitgeputtenen’ bracht redding aan de oververmoeide soldaat en later de fabrieksarbeider aan de lopende band, en hield ook oorlogen en economieën draaiende, machtsstructuren in stand en vergrootte de verschillen tussen arm en rijk, kolonisator en gekoloniseerde.

De wereldgeschiedenis aan de hand van één product: het is een methode die in de jaren negentig een populaire manier van geschiedschrijving werd, toen Mark Kurlansky via onder meer kabeljauw, zout en papier zijn verhalen vertelde. Er bestaan ook boeken over zijde, katoen en kersenbloesem – daar kan de koffie nu bij. Het meest gebruikte pepmiddel ter wereld blijkt namelijk een mooi iets om economische en politieke ontwikkelingen bloot te leggen. Sedgewick doet daarbij een meesterlijke zet door zijn koffiegeschiedenis te vertellen aan de hand van het verhaal over de onaangename James Hill, die rond de vorige eeuwwisseling vanuit Engeland naar El Salvador vertrok om een stempel te drukken op de koffieproductie én de geschiedenis van het land. Hij doet dat door zijn geschiedenis suspense mee te geven, waardoor het bij vlagen een pageturner is. En zijn ‘hoofdpersonage’ is iemand die de wereld slechter heeft gemaakt. Dat is natuurlijk niet mooi, maar wel boeiend om te lezen. Literatuur is gebaat bij misverstand en misantropie, voor non-fictie geldt eigenlijk hetzelfde.

Veertien rijke families

Toen Jamie Hill op 31 oktober 1979, de Dag van de Doden, in El Salvador werd gekidnapt door koffieplukkers, begreep hij al snel dat hij de prijs betaalde voor de rol die zijn opa had gespeeld in de geschiedenis van El Salvador. Het was immers zijn grootvader James Hill geweest die negentig jaar eerder als 18-jarige textielverkoper uit Manchester zijn geluk kwam beproeven in de Salvadoraanse koffie. Zijn komst luidde het begin in van de industrialisatie in El Salvador, de kroon op landprivatisering, en van het uithongeren van de mensen op de plantage. In de tijd dat de kleinzoon werd ontvoerd, een jaar voordat de burgeroorlog uitbrak, was tachtig procent van de bevolking ondervoed, terwijl de overige twintig procent – grotendeels bestaande uit veertien families, waaronder de familie Hill – extreem rijk was. Achter muren en bewakers bepaalden deze families de politieke en economische koers van El Salvador.  

De monnik van Mokka van Dave Eggers gaat over een beroemde koffie-ondernemer in de wereld van techmiljardairs. Lees ook: Van uitvreter tot koffie-magnaat

Het was trouwens met dank aan de Nederlanders dat de koffie in Zuid-Amerika terechtkwam, iets wat de nodige moeite had gekost. De koffieplant was immers in de Middeleeuwen vanuit Ethiopië overgebracht naar het Midden-Oosten en de Ottomanen beheersten de markt op de koffiehandel. Waar de Romeinen het badhuis hadden om hun beschaving te laten zien, plaatsten de Ottomanen in de 16de eeuw een koffiehuis.

Het drankje dat de kleur had van ‘zwarte inkt’ en moskeegangers energie gaf was ‘de wijn van Islam’. De naam koffie zou een afgeleide zijn van het Arabische woord qahwah. Al snel werd het drankje door de Europeanen ontdekt en waaide de ‘Turkse toverdrank’ over naar Europese steden. De Britse koning Karel II (1630-1685) schijnt nog geprobeerd te hebben koffiehuizen in Londen te sluiten omdat ze bakens van onrust waren. Of dat nou waar is of niet, de koffieboon was in ieder geval een bron van ergernis voor de Europeanen.

Beschimmelde oogst

Dat de Ottomanen de alleenheerschappij hadden over een steeds populairder drankje dat bovendien magische krachten zou hebben, dat kon niet de bedoeling zijn. Prompt begonnen Britten, Fransen en Nederlanders een wedloop: wie verbouwt er als eerste koffie op zijn kolonie? Terwijl veel pogingen mislukten omdat de kennis gering was, lukte het de Nederlanders in 1699 om op Java koffie te verbouwen. De koffiemacht van de Ottomanen was gebroken. Spoedig werd de koffieproductie een belangrijk speerpunt in Zuid-Amerika, waar koffie en slavernij een deel van de economie gingen beheersen.

Advertentie voor koffie van Schnull & Krag uit 1889. Foto Getty Images

Dat kwam mede doordat in 1714 Hollanders een koffieplant aan Lodewijk XIV cadeau deden voor zijn botanische tuin. Een jaar later werd in de Franse koloniën elke plantagehouder verplicht 200 koffieplanten te hebben voor elke tot slaafgemaakte op de plantage. De Nederlanders, Britten, Portugezen en Spanjaarden volgden het voorbeeld in Zuid-Amerika en het Caribische gebied.

‘Koffie kwam naar Latijns-Amerika dankzij wereldwijde slavernij, maar het werd een succes dankzij de liberalen’, schrijft Sedgewick. Zo komen we terug bij de familie Hill. Terwijl James Hill zich in 1892 vestigt in zijn nieuwe land, mislukt juist in Zuidoost-Azië de koffieoogst vanwege een schimmel van oranje vlekken. Zo schieten de koffieprijzen omhoog, ook omdat in de VS koffie een massaproduct is geworden. Banken zijn dan ook graag bereid om Hill flinke sommen geld te lenen om de plantages uit te breiden en zijn eerste koffiemolen te kopen. Gemeenschappelijk land wordt geprivatiseerd en het gebied rondom de vulkaan wordt teruggebracht tot de monocultuur van koffie. Wat er aan fruit- en avocadobomen groeit, wordt gekapt.

Giftige zaden

Het stoort Hill namelijk dat zijn werknemers het fruit plukken en voor eigen consumptie gebruiken, terwijl het zíjn bomen zijn. Alles wat de koffie niet ten goede komt, gaat eraan. Fruitbomen worden vervangen door bomen die schaduw bieden, maar ook zaden afstoten. Die zijn geschikt voor het vee, maar giftig voor de mens. Niemand in de wijde omgeving slaagt er zo goed in als Hill om zijn plantage om te bouwen tot een soort fabriek, met werknemers die geen individuen meer zijn, maar slechts economisch kapitaal vertegenwoordigen.

Hill gaat heel ver in de mechanisatie van menselijke arbeid, gefascineerd als hij is door de combinatie van biologie en economie. In zijn streven om zo effectief mogelijk te zijn, bepaalt hij niet alleen welk werk de inwoners rondom de vulkaan moeten verrichten, maar ook wat ze eten. Hij rekent uit hoeveel calorieën een mens dagelijks genoeg heeft om te overleven: tweemaal daags twee tortilla’s en een handjevol bonen is genoeg om te blijven functioneren, ontbijt is overschat.

Denk eens aan het milieu en de arme koffieboer als je een cappuccino drinkt. Lees ook: Koffiedrinken is net zo erg als vlees eten, vliegen en autorijden

Zijn berekening wordt overgenomen in heel Midden-Amerika, maar blijft door de koffieconsument de hele 20ste eeuw dusdanig onopgemerkt dat zelfs de Fairtrade-industrie voor 2005 nog geen relatie had gelegd tussen koffieplukkers en honger. Een onderzoek uit dat jaar wijst uit dat op de koffieplantages in Midden-Amerika 97 procent van de werkers chronisch honger lijdt. Om daar wat aan te doen, stelt de Specialty Coffee Association in de VS voor om na bijna een eeuw weer fruitbomen te plaatsen op koffieplantages.

Verboden emoties

Naast voedsel wil Hill ook emoties beheersen om de productiviteit te bevorderen. Mensen van buiten krijgen de leiding over de plukkers, dan zitten familiebanden tenminste niet in de weg. Praten, lachen en huilen zijn taboe: wie dat doet tijdens het werken heeft blijkbaar adem te veel, dus kan zwaarder werk doen. Wie klaagt, wordt vervangen door kinderen, protesten worden de kop ingedrukt.

Terwijl er in de jaren twintig wetenschappelijk bewijs wordt geleverd dat het drinken van koffie zowel fysieke als intellectuele arbeid versterkt, komt ook steeds vaker de vraag op: hoe duur is de koffie? The New York Times onderzoekt de werkomstandigheden op de plantages en bezoekt ook die van Hill. Hij komt er niet best van af, de krant stelt de vraag of Amerikanen niet meer voor hun koffie moeten gaan betalen.

Uitgever Knopf doet een duit in het zakje en brengt in 1927 opnieuw Multatuli’s Max Havelaar op de markt. Daarvoor was er weinig interesse geweest, maar ‘Knopf denkt dat het boek nieuwe relevantie heeft’. D.H Lawrence schrijft een voorwoord met de aanbeveling dat het boek weliswaar een pil is en dat Multatuli voorstander van het idee van kolonies was, maar dat het boek ook ‘noodzakelijk was voor de ziekelijke maatschappelijke omstandigheden’. De beurskrach in 1929 en crisis daarna maakten een einde aan de discussie: in tijden van economische crisis verstommen ethische bezwaren.

Kogels met vleesschade

Sedgewick zet mooi uiteen hoe het gezicht van globalisering eruitziet, hoe één familie een land deels vormt, hoe dat ene land dat slechts een klein deel van de koffie-industrie in handen heeft onder de invloedsfeer van de VS komt, en hoe die ontwikkelingen weer een stukje van de wereldtemperatuur bepalen. ‘Men is wat men eet’ blijkt slechts de halve waarheid, men is minstens zoveel wat men drinkt.

Wanneer in de jaren dertig steeds meer opstanden uitbreken in El Salvador en er gestaakt wordt op plantages – naar schatting komen alleen al in 1932 zo’n 30.000 boeren om – stelt Jamie Hill, de oudste zoon en goede vriend van de toenmalige president, de plantage veilig. Tijdens zijn studie in de VS heeft hij geleerd dat een bepaald type kogels veel vleesschade veroorzaakt. Ze worden uiteindelijk ingezet om de landelijke opstanden die steeds massaler worden neer te slaan.

Lees ook: Je bent thuis, waar je filterkoffie drinkt (maar hoe kies je tussen al die blends en roasts?)

Het brengen van ‘rust’ in heel El Salvador luidt ‘een nieuwe fase in’, stelt Sedgewick. Hij spreekt van genocide wanneer hij schrijft hoe identiteit een ‘doodvonnis’ kon zijn. Iedereen die ‘communist’ is, wordt opgepakt of vermoord. Oorspronkelijke bewoners zijn volgens de militairen per definitie communist. Het toont volgens Sedgewick andermaal aan hoe de koffie-economie en racisme onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.

Afkickkliniek

Terwijl vakbonden meer leden krijgen, komt er ook bemoeienis van buiten El Salvador. De zogeheten ‘marxisten’ en ‘bolsjewieken’ moet de kop ingedrukt worden, en de VS bieden hulp. De stad Santa Ana wordt een middelpunt van protesten. Koffieplantages moeten genoeg opleveren om de leningen aan vooral de VS te garanderen. Wat er nog over is aan economie in het land draait op koffie-export. Het leger wordt steeds vaker ingezet om de ‘orde’ te herstellen. Terwijl de plantages ‘killing fields’ worden – in totaal worden er 12.000 mensen vermoord – ontvluchten er steeds meer de plantages om in Honduras te werken bij de United Fruit Company.

‘De militaire dictatuur dwong de boeren tot de koffieproductie, en de koffieproductie bracht het geld op voor de militaire dictatuur. De staat was gebouwd op moord en koffie’, concludeert Sedgwick. James Hill overlijdt in 1951 na een kort en rustig sterfbed, de status quo altijd in stand houdend. Het is zijn kleinzoon die, nadat hij gered is van zijn ontvoerders, bedenkt dat het misschien tijd is iets terug te doen voor de gemeenschap. Hij laat ziekenhuizen en afkickklinieken bouwen (Jamie Hill was aan de drank verslaafd geraakt na zijn ontvoering).

Ondertussen staan de koffieplantages op de Santa Ana er nog, en is de Santa Ana roasted bij Amazon te bestellen, voor wie even geen zin heeft in oploskoffie.