Reportage

De raadselachtige coronapiek in Bergeijk

Besmettingshaard Niet de jongeren, de toeristen, de scholen of de lokale testdrift: waarom telt Bergeijk toch zo relatief veel coronabesmettingen?

Bergeijk was de tweede op de lijst van gemeenten met een hoog aantal positieve coronatesten.
Bergeijk was de tweede op de lijst van gemeenten met een hoog aantal positieve coronatesten. Foto Picasa

Er zijn veel mensen besmet met het coronavirus in het Brabantse Bergeijk. Een verklaring daarvoor ontbreekt. „Het is een raadsel”, zegt Wendy de Jong, eigenaar van beautysalon Esthetique. „We hebben ons allemaal zorgvuldig aan de regels gehouden. Mensen in het dorp zijn heel oplettend. Echt waar.”

In de eerste twee weken van september staat Bergeijk, met zes kernen en ruim 18.000 inwoners, tweede op de ranglijst van gemeenten met relatief de meeste coronabesmettingen. Na Delft. Vóór Amsterdam. Vóór Rotterdam en Den Haag. Vóór Utrecht. De gemeente telde 46 besmettingen; 246 personen per honderdduizend inwoners.

Burgemeester Arinda Callewaert (CDA) schreef deze week een open brief waarin ze zich „onaangenaam verrast” toont over het gestegen aantal besmettingen. „En dan moet de winter nog beginnen!” Ze drukt inwoners op het hart „alert” te blijven. „Ik doe een beroep op iedereen om verantwoordelijkheid te blijven nemen voor jezelf en je omgeving.”

‘Geen duidelijk patroon’

Het grote aantal besmettingen is het gespreksonderwerp van de dag in het dorp onder Eindhoven. Er wordt geroddeld over „de jongeren”, die het niet zo nauw zouden nemen met de regels en in sportkantines of in feestcafé T-Jesters bij elkaar komen. Dit etablissement bleef zaterdag dicht, toen was gebleken dat het een week eerder was bezocht door een besmet persoon. „Uit voorzorg”, zegt eigenaar Ruud Wouters. Hij zegt zich altijd aan de regels te houden. „Mensen mogen zeggen wat ze willen, maar wij hebben altijd onze verantwoordelijkheid genomen.”

Lees ook: Randstad kleurt donker door uitbraken

Het café is inderdaad geen besmettingshaard. De GGD Brabant Zuidoost ziet „geen duidelijk patroon” in de besmettingen, aldus een woordvoerder. Er zijn in Bergeijk „enkele clusters” maar die zijn niet te herleiden tot één gebeurtenis of locatie. „Het gaat om clusters in families en mogelijk ook een op een school.” Inmiddels is het aantal besmettingen opgelopen tot 51, min of meer gelijk verdeeld over leeftijdsgroepen. Bij 28 van de 51 besmettingen kon geen relatie met een andere besmette persoon worden gevonden. Goed nieuws: „Er zijn aanwijzingen dat de piek voorbij is.”

Het raadsel wordt er niet minder om. „Als je eens wist hoe druk het hier de afgelopen zomer is geweest. Met toeristen. Alle campings zaten knotjevol. Er waren ook enkele evenementen, waarop de gemeente z’n stinkende best heeft gedaan om alles volgens de regels te laten verlopen. Daar is niets gebeurd. Geen besmettingen. Nu is het rustig en krijgen we ineens een piek. Dat is vreemd”, zegt GertJan van Gerven, eigenaar van een onlangs geopende broodjeszaak en tevens gemeentelijk citymarketeer. De ondernemer speelt wel in op de piek van besmettingen. „Ik ga zo snel mogelijk online aanbieden. Als enige in de omgeving.”

Verstand gebruiken

Misschien waren het dan toch de scholen, die enkele weken geleden weer opengingen? Scholieren van het Rythovius College in het naburige Eersel, een middelbare school waar ook veel jongeren uit Bergeijk naartoe gaan, vertellen op straat dat van afstand houden in de school lang niet altijd iets terechtkomt. Dat hoeft ook niet van het kabinet. Anderzijds vertellen ouders dat de school leerlingen met klachten heel vlot naar huis stuurt en een test adviseert. „Wij staan in nauw contact met de GGD en volgen de richtlijnen”, zegt een woordvoerder van de school. Is de verklaring dan wellicht dat in Bergeijk veel meer mensen zich laten testen dan elders? En dat er daardoor meer besmettingen aan het licht komen? Onwaarschijnlijk, zegt een woordvoerder van de GGD. „De teststraten zitten overal vol. We kunnen niet meer testen dan we al doen.”

Op het terras van cafetaria De Eetage zit gepensioneerd metselaar Louis de Backer (74), in z’n eentje. „De mensen houden niet genoeg afstand”, zegt hij, likkend aan een softijsje. „De mensen moeten opletten. Dat ze niet te veel bij elkaar zitten. De mensen moeten hun verstand gebruiken.”