De factchecks van dag 1 van de Algemene Beschouwingen

Factchecks Tijdens dag 1 van de Algemene Politieke Beschouwingen checkten NRC-redacteuren live stellingen van de fractievoorzitters. Een overzicht.
Foto David van Dam.

Zestien sprekers woensdag op dag 1 van de Algemene Beschouwingen, met betogen vol cijfers en beweringen. De politieke redactie van NRC checkte weer een aantal stellingen die de fractievoorzitters inbrachten.

Live Check

Geert Wilders (PVV): Als je lokale lasten erbij telt is koopkracht een dikke min

PVV-leider Geert Wilders sneed, ruim anderhalf uur na het begin van het debat de altijd discutabele koopkrachtplaatjes aan. Hij stelde dat de koopkracht door de plannen van het kabinet nauwelijks omhoog gaat, ,,met nog geen 1 procent”. En hij voegde er aan toe: ,,Als je lokale lasten erbij telt is het een dikke vette min.”

De koopkrachteffecten van het nieuwe kabinetsbeleid zijn ingeschat door het Centraal Planbureau. In de Macro Economische Verkenning noemt het planbureau een mediane, statische koopkrachtstijging voor ‘alle huishoudens’ van 0,8 procent in 2021. Dat is inderdaad nog geen 1 procent. Er is enige differentiatie tussen verschillende groepen. Van een stijging van 0,4 procent voor ‘gepensioneerden’ tot 1,2 procent voor ‘werkenden’. Bij de berekening van de koopkrachteffecten weegt het CPB acht lastenmaatregelen van het kabinet mee, vooral op het gebied van inkomstenbelasting, heffingskortingen en zorgtoeslag. Ook de voorziene stijging van de nominale zorgpremie – tot 65 euro – telt mee. De precieze hoogte daarvan wordt uiteindelijk bepaald door zorgverzekeraars en kan dus verschillen.

Daarnaast tellen ook andere macro-economische factoren met de ontwikkeling van koopkracht mee, waar het kabinet geen directe invloed op heeft. Dat gaat met name de voorziene contractloonstijging voor werknemers en de inflatie. Dat laatste wordt berekend aan de hand de Consumentenprijsindex. En in die ‘Cpi’ weegt ook de ontwikkeling van lokale lasten mee, leert navraag bij het CPB.

Geert Wilders refereerde vermoedelijk aan de neiging van sommige gemeenten om de belasting op woningen, de OZB of de parkeertarieven, flink te verhogen ten gevolge van de coronacrisis. Dat kan elke gemeente zelf bepalen, dus het precieze effect op koopkracht hangt er dus van af waar iemand woont of zijn auto parkeert. De uitspraak van Wilders dat oplopende lokale lasten de koopkracht kunnen laten dalen is te generiek geformuleerd. We beoordelen de stelling als onwaar.

Wij beoordelen deze stelling als Onwaar
Gecheckt door
Philip de Witt Wijnen

Live Check

Geert Wilders (PVV): We hebben nog steeds een tekort aan IC-bedden

PVV-leider Wilders beweerde in het debat dat Nederland “nog steeds een tekort aan IC-bedden heeft”. Als we naar de huidige bezetting van de IC’s kijken klopt dat zeker niet. Het is momenteel zelfs extreem rustig op de intensive care: dinsdag lagen er ruim 50 Covid-patiënten, en meer dan 600 andere patiënten. Dat betekent dat er momenteel honderden IC-bedden in Nederland leeg staan. Een van de redenen dat het rustig is op de IC’s is dat Covid-patiënten minder lang op de IC verblijven. Diederik Gommers, de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care, zei dinsdag in NRC dat dit te maken met betere medicatie. De kortere ligduur leidt ertoe dat de IC-capaciteit in de praktijk groter is: de bedden kunnen sneller opnieuw worden gebruikt.

Afgelopen voorjaar, toen de coronacrisis op een hoogtepunt was en de ziekenhuizen dreigden over te lopen met patiënten, dreigde er inderdaad een tekort aan IC-bedden. De toenmalige capaciteit van 1150 IC-bedden was niet afdoende, waardoor er in recordtempo bedden moesten worden bijgeplaatst. Op het hoogtepunt van de Covid-crisis lagen er meer dan 1300 patiënten op de IC’s.

Het kabinet en de ziekenhuizen hebben afgesproken dat het aantal IC-bedden in geval een nieuwe crisissituatie kan worden verhoogd naar 1300. De voorbereidingen daarvoor zijn nog bezig. Maar dat Nederland op dit moment een tekort aan IC-bedden heeft, zoals Wilders beweerde, klopt zeker niet. We beoordelen zijn uitspraak als onwaar.

Wij beoordelen deze stelling als Onwaar
Gecheckt door
Pim van den Dool

Live Check

Jesse Klaver (GroenLinks): Sollicitatie makkelijker met strafblad dan met Arabische achternaam

Aan de interruptiemicrofoon zegt GroenLinks-voorman Jesse Klaver dat PVV-leider Geert Wilders het bestaan van racisme en discriminatie bagatelliseert. Hij geeft drie voorbeelden: „In Nederland word je eerder uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek als je een strafblad hebt dan wanneer je een Arabisch klinkende achternaam hebt. Een derde van alle makelaars in Nederland is bereid te discrimineren. Als je op school zit en je zoekt een stageplek, moet je wel tot vier, tot vijf keer solliciteren.” Neemt Wilders discriminatie serieus, vervolgt Klaver, wil hij dan ook meehelpen die verschillen weg te nemen?

We checken de drie voorbeelden.

Als eerste de sollicitatiekansen bij een baan. Dat cijfer is gebaseerd op een onderzoek dat wetenschappers van de Vrije Universiteit, het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving, de Radboud Universiteit en Universiteit Utrecht in 2017 publiceerden in het Tijdschrift voor Criminologie. De onderzoekers stuurden 520 sollicitatiebrieven op vacatures op laagopgeleid niveau. De inhoud was identiek, maar de ‘sollicitant’ had afwisselend een ‘Nederlandse’ of ‘Arabische’ achternaam en soms wel en soms geen strafblad. De achternaam bleek veel zwaarder te wegen dan een strafblad, constateerden de onderzoekers. En inderdaad: een sollicitant met een ‘Nederlandse’ naam én een strafblad maakte drie keer meer kans op een positieve reactie dan een sollicitant met een Arabisch klinkende achternaam zónder strafblad.

Dan de makelaars. In een onderzoek van De Groene Amsterdammer naar racisme op de Nederlandse woningmarkt in 2018 werden 50 makelaars benaderd door een fictieve woningeigenaar, met de eis: „Geen allochtonen in ons huis”. Vier van de 50 makelaars gaven aan daaraan niet mee te werken. De overige 46 makelaars (92 procent) waren daartoe wel bereid, fors meer dan ‘een derde’, zoals Klaver suggereerde. Dat cijfer duikt wel op in een ander onderzoek van De Groene Amsterdammer. Het tijdschrift reageerde daarbij op 250 huizenadvertenties van huurmakelaars en verhuurders, één keer als ‘Rachid’ en één keer als ‘Jaap’. Jaap was veel vaker welkom, een verschil van 28 procent. Een onderzoek in de gemeente Utrecht vond ook aanwijzingen voor discriminatie van niet-westerse woningzoekers en van mannelijke woningzoekers.

Tot slot de stagekansen. Daarover stuurde minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, D66) in 2018 een onderzoek naar de Tweede Kamer. Mbo-studenten met een Nederlandse achtergrond waren in twee derde van de gevallen welkom bij het eerste bedrijf waar ze solliciteerden, voor mbo’ers met een niet-westerse achtergrond was dat minder dan de helft. Bijna een kwart van hen moest vier keer of vaker solliciteren, tegenover 11 procent van de mbo’ers met een Nederlandse achtergrond.

Niet alle cijfers die Klaver in het debat aanhaalden zijn geheel correct – hij onderschatte zelfs de omvang van discriminatie op de huurmarkt – en het onderzoek is niet altijd wetenschappelijke tijdschriften gepubliceerd, maar we beoordelen zijn uitspraken als waar/grotendeels waar.

Wij beoordelen deze stelling als Grotendeels waar
Gecheckt door
Rik Rutten

Live Check

Jesse Klaver (GroenLinks): De winstbelasting is in dertig jaar tijd gedaald van 35 naar 25 procent

In een interruptie met VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff stelde GroenLinks-leider Jesse Klaver de lastenverlichting voor het bedrijfsleven aan de kaak. Waar de eerder voorgenomen verlaging van de vennootschapsbelasting (vpb) voor grote bedrijven niet doorgaat, komt er nu wel een nieuwe fiscale investeringsaftrek om investeringen aan de jagen, de zogeheten BIK. Klaver vindt dat een onaanvaardbare uitruil, waardoor er bijvoorbeeld geen extra salarisverhoging voor zorgpersoneel mogelijk is. Hij stelt dat voor grote bedrijven de lasten al decennia dalen. ,,In de afgelopen dertig jaar is de winstbelasting gedaald van 35 naar 25 procent.”

We pakken de Miljoenennota van 1989 erbij en lezen: ,,Enerzijds wordt het tarief van de vennootschapsbelasting teruggebracht tot 35 procent en tot 40 procent voor het gedeelte van de winst onder 250 000 gulden; hierdoor komt het tarief van de Vpb meer in lijn met dat in het buitenland.”

Het hoge tarief lag op dat moment 38,75 procent en in de jaren ervoor was dat nog wel hoger geweest: wel 48 procent vanaf 1980, staat in het CPB-rapport Fiscale prikkels en vennootschapsvorming uit 2012. Sindsdien is het vpb-tarief in de hoogste schijf in vijf stappen erlaagd tot de huidige 25 procent. De stelling van Klaver beoordelen we als waar.

Wij beoordelen deze stelling als Waar
Gecheckt door
Philip de Witt Wijnen

Live Check

Jesse Klaver (GroenLinks): Al 10 jaar geen nieuwe kerncentrale in Europa

Klaas Dijkhoff (VVD) dringt bij GroenLinks-leider Jesse Klaver aan op steun voor kernenergie. Daar voelt Klaver weinig voor: hij stelt dat kerncentrales simpelweg niet rendabel zijn te maken. ,,De afgelopen tien jaar is in heel Europa geen kerncentrale opgeleverd. Kerncentrales die worden gebouwd (…) daar rijzen de kosten de pan uit.’’

Sinds 2010 is in Europa inderdaad geen nieuwe kerncentrale in gebruik genomen. In Finland en Frankrijk zijn centrales in aanbouw, maar die zijn nog niet in gebruik genomen. In meerdere landen, zoals Duitsland en België, wordt kernenergie juist uitgefaseerd. Het Verenigd Koninkrijk is een uitzondering. De Britse overheid bouwt sinds 2018 in westelijk Engeland aan de Hinkley Point-centrale. Die moet vanaf 2025 kernenergie genereren, maar wordt geplaagd door hoge kosten.

VVD-fractievoorzitter Dijkhoff kondigde eerder op de dag aan dat zijn partij (niet voor het eerst) actiever gaat pleiten voor kernenergie. Volgende week komt de VVD met een voorstel dat moet laten zien dat zulke centrales wél rendabel zijn, zei Dijkhoff in reactie op Klavers antwoord. We beoordelen Klavers uitspraak als waar.

Wij beoordelen deze stelling als Waar
Gecheckt door
Rik Rutten

Live Check

Heerma: Beroep op de voedselbank verdubbelde

De hardste klappen van de economische coronacrisis, zegt Pieter Heerma (CDA), „worden opgevangen door de flexwerkers en de schijn-zzp’ers”. Hij stelde daarna: „Het is niet voor niets dat in een stad als Amsterdam de afgelopen maanden het beroep op de voedselbank verdubbeld is.”

Klopt dat? Voedselbanken in vrijwel heel Nederland zagen het aantal klanten de afgelopen maanden groeien. Voedselbanken Nederland maakte in augustus bekend dat het aantal huishoudens dat gebruik maakte van de voedselbank op 30 juni van dit jaar 8,5 procent hoger lag dan een jaar eerder.

In Amsterdam was de toename nog groter: 26 procent, een stijging die volgens de branchevereniging te wijten is aan het grote aantal mensen dat in sectoren werkt die kwetsbaar bleken tijdens de crisis, zoals cultuur en horeca. Dat is de grootste stijging in Nederland – maar nog geen 100 procent, zoals Heerma suggereerde. Zijn uitspraak beoordelen we daarom als onwaar.

Wij beoordelen deze stelling als Onwaar
Gecheckt door
Rik Rutten

Live Check

Lilian Marijnissen (SP): zorgverleners zijn 40 procent tijd kwijt aan bureaucratie

SP-leider Marijnissen ageerde tegen een grote ergernis in de zorg: de hoge regeldruk. Het is toch “absurd” dat zorgmedewerkers 40 procent van hun tijd kwijt zijn aan bureaucratie, zei Marijnissen. De SP-leider baseert dat op een onderzoek uit 2017 van VvAA, een organisatie die maandenlang onderzoek deed naar de ervaren regeldruk onder zorgverleners.

Dit cijfer is een paar jaar oud. Voor de voortgangsrapportage van het actieprogramma Ontregel de Zorg liet het ministerie van Volksgezondheid KPMG een nieuwe meting uitvoeren. Daaruit kwam vorig jaar dat dat ingeschatte tijdsbesteding aan administratie varieert van 27 procent in de wijkverpleging tot 42 procent in de medisch-specialistische zorg. Het Centraal Bureau voor de Statistiek kwam in 2019 ook met een onderzoek waaruit bleek dat de ervaren regeldruk in de zorg de laatste jaren eerder verder is toegenomen dan afgenomen. We beoordelen de uitspraak van Marijnissen daarom als waar.

Wij beoordelen deze stelling als Waar
Gecheckt door
Pim van den Dool

Live Check

Jetten: In Denemarken kan iedereen zich laten testen, ook zonder klachten

Is het kabinet bereid om te leren van de aanpak van het coronavirus in andere landen? Rob Jetten (D66) hoopt van wel, want hij ziet dat de aanpak in andere landen soms effectiever is dan in Nederland. Hij geeft Denemarken als voorbeeld: „Daar kan iedereen zich laten testen wanneer ze dat willen, ook zonder klachten.” Klopt dat?

Denemarken heeft inderdaad een ruim testbeleid. Het ministerie van Volksgezondheid ging al eens in Denemarken kijken, zo schreef minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) begin deze maand in een brief aan de Kamer. Iedereen kan daar een test laten afnemen, ook zonder klachten. 18 van de 48 vaste teststations zijn speciaal bestemd voor mensen zonder klachten. De testcapaciteit is in Denemarken fors hoger dan in Nederland: in augustus werden daar 1,2 miljoen tests afgenomen op een bevolking van nog geen 6 miljoen inwoners. In Nederland werd in dezelfde periode nog niet de helft van de tests afgenomen – op een bevolking van ruim 17 miljoen.

Toch loopt het in Denemarken niet helemaal gesmeerd: afgelopen weken duurde het ook in Denemarken soms een paar dagen voordat er een afspraak voor een testafname kon worden gemaakt. Maar uiteindelijk kan iedereen er een test laten afnemen, ook zonder klachten. We beoordelen de uitspraak daarom als waar.

Wij beoordelen deze stelling als Waar
Gecheckt door
Wouter van Loon

Live Check

Kees van der Staaij (SGP): Eenverdieners betalen soms tot wel 7 keer meer belasting dan tweeverdieners

In een interruptie bij het betoog van CDA’er Pieter Heerma bereed SGP-leider Kees van de Staaij een bekend stokpaardje van partijen die het gezin zogezegd als ‘hoeksteen van de samenleving’ zien. Waarom, vroeg Van der Staaij aan de fractieleider van de christendemocratische regeringspartij, is de belastingdruk voor eenverdieners toch weer verder opgelopen, terwijl het regeerakkoord juist streefde naar kleinere fiscale verschillen tussen huishoudens van een- en tweeverdieners. Ook door enkele belastingaanpassingen in de Miljoenennota zouden die verschillen volgens Van der Staaij opnieuw groter worden. ,,Eenverdieners betalen soms tot wel 7 keer meer belasting als tweeverdieners.”

We checkten de portee van deze stelling vier jaar geleden al eens. Toen kwam de bewering uit de mond van ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers en ging het om een net iets minder groot verschil: 6 keer zoveel. Die stelling werd door NRC als waar beoordeeld, met de bijsluiter dat het rekenvoorbeeld waar Segers zich toen op baseerde dermate hypothetisch is dat ,,voor veel gezinnen het verschil in belastingdruk veel minder groot is’’.

Het voorbeeld waar de SGP nu mee rekent is al even hypothetisch: men zet een eenverdiener die 40.000 euro verdient tegenover een stel waarvan beide partners 20.000 euro verdienen, en dus gezamenlijk ook 40.000. Door allerlei bepaalde kortingen in het loonstrookje loopt de belastingdruk in zo’n geval inderdaad ver op. Dat komt vooral door de zogeheten ‘inkomensafhankelijke combinatiekorting’: daarvan profiteren alleen tweeverdieners. Het CPB schrijft in de doorrekening van de Miljoenennota dat de aanpassing van een ander fiscale regeling, de beperking van de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting, ,,ongunstig is voor alleenverdieners”.

In het SGP-rekenvoorbeeld dat een medewerker van de fractie desgevraagd toestuurt, betaalt het stel dat bruto 40.000 euro verdient komend jaar 1.268 euro aan belastingen, en de eenverdiener met hetzelfde bruto salaris 8.816 euro. Dat is 6,95 maal zoveel. Zo bezien beoordelen we, met dezelfde disclaimer als in 2016 bij Segers, de stelling van Van der Staaij als waar.

Wij beoordelen deze stelling als Waar
Gecheckt door
Philip de Witt Wijnen

Live Check

Lodewijk Asscher: De onderwijsbegroting is een miljard lager

Even een felle fittie kort voor de dinerpauze van het debat, tussen PvdA en D66. PvdA-leider Lodewijk Asscher probeerde fractievoorzitter Rob Jetten van de zelfbenoemde ‘onderwijspartij’ D66 aan te vallen op de dalende getallen in de onderwijsbegroting. Waarom, wilde Asscher van Jetten weten, is het budget voor het onderwijs komend jaar met een miljard verlaagd?

Jetten reageerde geagiteerd en zei dat Asscher niet zo flauw moest doen. Hij weet zelf ook wel dat de begroting voor het departement Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) dit jaar extra geld heeft gekregen in het kader van de bestrijding van de coronacrisis. Dat waren eenmalige bijdragen. Het gewone budget voor onderwijs wordt niet aangetast.

Een blik op de Miljoenennota leert dat Asscher boekhoudkundig wel gelijk heeft. De totale uitgaven voor ‘Begrotingshoofdstuk VIII’ zijn voor 2021 geraamd op 43.683,6 miljoen euro, ofwel 43,7 miljard. In de kolom ervoor, uitgaven voor dit jaar staat: 44,6 miljard. Inderdaad, een miljardje minder. Maar dat is inclusief enkele niet-structurele aanpassingen die in de loop van het jaar zijn toegevoegd.

Die zijn uit de verschillende deelposten te destilleren. Zoals de post ‘Covid-19 onderwijs ondersteuningsmaatregelen’ 242,4 miljoen euro, bedoeld om ,,onderwijsachterstanden en studievertraging als gevolg van COVID-19 voor leerlingen en mbo-studenten zoveel mogelijk voorkomen”. En ook de eerste ondersteuning voor de culturele sector van 300 miljoen staat daar tussen. Deze uitgaven keren in 2021 niet terug.

Dan zijn er nog wat begrotingstechnische posten die eveneens eenmalig zijn. Zoals de ‘eindejaarsmarge 2019’ van 117,8 miljoen. Dat was het geld dat in 2019 was begroot voor bepaalde investeringen maar niet was gebruikt. De ministers Slob en Van Engelshoven mochten dat meenemen naar dit jaar – voor volgend jaar is dat potje op.

Dus als het Asschers bedoeling was om Jetten te confronteren met een lager budget voor onderwijs dan klopt dat optisch wel, maar strikt genomen niet. Uit de rijksbegroting van vorig jaar blijkt dat er dit jaar, in 2020, voor ‘OCW’ 42,7 miljard euro aan uitgaven was geraamd. Zo bezien zal dat budget voor 2021 dus niet een miljard dalen, maar stijgen. We beoordelen de stelling als onwaar.

Wij beoordelen deze stelling als Onwaar
Gecheckt door
Philip de Witt Wijnen

Live Check

Thierry Baudet (FVD): collectieve lasten onder Rutte almaar gestegen

Thierry Baudet stelde dat in de afgelopen tien jaar, onder de drie kabinetten die geleid zijn door premier Mark Rutte (VVD) het leven aanzienlijk duurder is geworden. Op een van de grote blauwe grafieken die hij toonde liet hij de oploop zien van de collectieve lasten. Hij zei daarbij: ,,Die zijn in tien jaar Rutte alsmaar hoger geworden.”

Die stelling valt te verifiëren bij het Centraal Planbureau, die in 2018 zogeheten langetijdreeksen van de overheidsfinanciën publiceerde – aangevuld met ramingen voor de jaren daarna. Het klopt op zich zelf dat de collectieve lasten, de combinatie van belastingen en sociale premies sinds 2010 zijn opgelopen van 36,1 procent van het bruto binnenlands product naar 38 procent dit jaar. ,,Bijna 40 procent”, noemt Baudet dat.

In dat opzicht heeft hij een punt, maar letterlijk zei de leider van Forum voor Democratie dat de lasten onder Rutte ,,alsmaar” hoger zijn geworden. De definitie van ‘alsmaar’ in de Dikke van Dale (editie 1984) luidt: al maar, al maar door, steeds, of: altijd. Dat betekent dat de collectieve in die zin elk jaar omhoog zouden moeten zijn gegaan. En daar gaat Baudet de mist in.

Hij heeft de statistiek van het CPB niet goed bestudeerd, want in twee van de afgelopen tien jaren zijn de collectieve lasten omlaag gegaan: in 2011 en 2015. Hetzelfde geldt, naar verwachting, voor het lopende jaar 2020.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek komt tot iets andere waardes voor de collectieve lasten in het verleden, maar geeft voor de jaren 2011 en 2015 hetzelfde beeld: toen daalden die. We beoordelen de stelling van Baudet als onwaar.

Wij beoordelen deze stelling als Onwaar
Gecheckt door
Philip de Witt Wijnen