Opinie

Wie zijn toekomst niet zelf in de hand heeft, moet op alles voorbereid zijn

Rijksbegroting

Commentaar

De groei: 3,5 procent. De werkloosheid: 5,9 procent. De schuld: 62 procent. Het tekort: 5,1 procent. De economische cijfers voor 2021 liggen op tafel, het beleid voor komend jaar is geformuleerd, het debat kan beginnen.

Meer dan in andere jaren zijn de Rijksbegroting en de Macro Economische Verkenning (MEV) van het CPB met onzekerheden omgeven. De ruimte voor overheidssteun was er en die is goed benut, waardoor de werkloosheid beperkt blijft en de koopkracht op peil. Bezuinigen is op korte termijn nog niet nodig. Maar al die steunmiljarden kunnen niet verhullen dat de ontwikkeling van de pandemie, de gevolgen van de Brexit of een herverkiezing van Trump in de VS meer impact zullen hebben op de Nederlandse economie dan welke begroting dan ook.

Dat zet het zoeklicht op de onderliggende structuren van de Nederlandse economie. Want wie zijn toekomst niet zelf in de hand heeft, doet er goed aan op alles voorbereid te zijn. Het CPB zet in een apart hoofdstuk in de MEV glashelder op een rij waar de pijn in Nederland zit: bij de ongelijkheid.

De coronacrisis vergroot de sociaal-economische ongelijkheid op vele manieren. Zo kent Nederland een sterke samenhang tussen gezondheid en sociaal-economische positie: hogeropgeleiden leven gemiddeld zes jaar langer dan lageropgeleiden. Een gezondheidscrisis als corona vergroot die kloof.

Ook in het onderwijs groeit de kloof, omdat leerlingen uit gezinnen met een lagere sociaal-economische positie waarschijnlijk meer last hebben gehad van de sluiting van de scholen. Daar komt bij dat deels onvrijwillige flexwerkers (uitzendkrachten, oproepkrachten en zzp’ers) het grootste deel van de economische schok opvangen. Zij verliezen als eersten hun werk. Ook hier treft dat vooral de sociaal-economisch minder-gefortuneerden. Ook Klaas Knot van De Nederlandsche Bank vroeg in zijn recente HJ Schoolezing al aandacht voor de te ver doorgeschoten flexibilisering van de arbeidsmarkt. De lasten zijn de afgelopen jaren onevenredig bij de burgers gelegd en de lusten bij de bedrijven, constateerde hij.

Daarmee legt het CPB (en DNB) in feite een blauwdruk klaar voor een nieuw kabinet. Primair is het zaak de onzekere periode door te komen zonder al te veel schade. En dat zal al lastig genoeg worden: de overheid kan niet eeuwig faillissementen en oplopende werkloosheid voorkomen; de economie zal zich moeten aanpassen aan de veranderende post-coronavraag. De jaren daarna worden bepalend voor hoe Nederland de verdere toekomst in kan gaan. Nieuwe hervormingen zijn daarbij onontbeerlijk.