Opinie

We zitten in een K-vormige recessie

Maarten Schinkel

Vergroot de coronacrisis de ongelijkheid? In de door de uitzonderlijke omstandigheden toch al zeer lezenswaardige Macro Economische Verkenning besteedt het Centraal Planbureau aandacht aan deze vraag. Ongelijkheid staat hoog op de agenda: intellectuele kwartiermakers als Branko Milanovic en Thomas Piketty zijn er beroemd mee geworden. En terecht. Piketty’s werk is intussen verfilmd en komt eind deze maand uit.

Globalisering heeft grote economische voordelen, mits herverdeling plaatsvindt van de nadelen. Dat is te weinig gebeurd. De onderkant van de arbeidsmarkt, waar de klappen van de globalisering het hardst aankwamen, is juist aan zijn lot overgelaten, met te lage lonen, te weinig steun en steeds onzekerder banen. Deze groep, het ‘precariaat’, is al tien jaar geleden uitgeroepen tot het moderne proletariaat. En die zijn het zat, zo weten we inmiddels.

Het coronavirus treft de ene groep mensen wat gelijker dan de andere

Dat zien we terug bij politici die nu over elkaar heen buitelen om het ‘neoliberalisme’, als kwade macht achter de globalisering, tot nieuwe staatsvijand te verklaren. Zondag was dat, in de Abel Herzberglezing, nog CDA-minister en lijsttrekker Hugo de Jonge. Het comfortabele van het containerbegrip ‘neoliberalisme’ is dat ieder ervan kan maken wat hij wil. Het wachten is op de eerste peuter die spartelend op de grond van de Albert Heijn het neoliberalisme overal de schuld van geeft.

Maar goed: de groeiende ongelijkheid is er, mild of nijpend. En de geschiedenis geeft hier, op het eerste gezicht en op lugubere wijze, enige hoop. Het CPB haalt de pestepidemieën van de veertiende eeuw aan, die de arbeidsbevolking dermate decimeerden dat arbeid zelf schaarser werd, de lonen stegen en de machtsverhouding tussen feodaal en keuterboer er duurzaam door veranderde. Ook de grieppandemie van 1918 wordt zo’n effect toegedicht.

Daar houdt de vergelijking echter op. Covid-19 treft vooral ouderen, en maakt dus voor de omvang van de beroepsbevolking relatief weinig uit. „Op de arbeidsmarkt verdiept de coronacrisis de al bestaande breuklijnen”, stelt het CPB. De schok van de crisis, met name veroorzaakt door maatregelen om het virus in te dammen, treft de flexwerkers aan de onderkant van de economie boven proportie. De werknemer in vaste dienst krijgt met overheidshulp z’n loon juist doorbetaald. De flexers belanden in de WW, met kortlopende rechten. De eersten, constateert het Planbureau, belanden nu al in de bijstand. Deze pandemie, kortom, vergroot waarschijnlijk de ongelijkheid.

Dat voert naar de ontdekking van een nieuwe recessievorm. We kennen de V: diepe krimp, gevolgd door snel herstel. Er is de U, waar het dal langer duurt. En de W met zijn dubbele dip. Recente, wat meer apocalyptische toevoegingen zijn de L (de schade wordt nooit meer ingehaald) en de I (de afgrond). Recent dook bij de Amerikaanse zender CNBC een nieuwe letter op: de K. Dat is een recessie waarna het herstel voor sommigen in de samenleving wel plaatsvindt, maar voor anderen niet.

Nu is ongelijkheid in de VS een nog veel pregnantere kwestie dan hier – 52 procent van alle aandelen op Wall Street, die het sinds de coronacrisis weer prima doen, is in handen van 1 procent van de bevolking. Maar dat betekent niet dat de ontwikkeling ook hier geen aandacht behoeft. De verliezers van de coronacrisis hebben hulp nodig. Al was het maar uit welbegrepen eigenbelang van de slinkende groep die zich nog voluit ‘kapitalist’ durft te noemen – laat staan neoliberaal.

Dat Madonna eind maart vanuit haar bad verzuchtte dat dit virus „de grote gelijkmaker is”, blijkt nóg onzinniger dan destijds al werd gedacht.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.