Recensie

Recensie Beeldende kunst

Wat kan kunst voor de wereld betekenen?

Tentoonstelling Het kan prima: goede, actuele kunst die ook de veelkantigheid van de dingen laat zien. Dat bewijst de expositie ‘In the Presence of Absence’, met voorstellen voor de collectie van het Stedelijk.

Ahmet Ögüt, Bakunin’s Barricade, 2015–2020.
Ahmet Ögüt, Bakunin’s Barricade, 2015–2020. Foto Peter Tijhuis

Kijk, daar staat Marlene Dumas, op de barricade. Samen met Kazimir Malevitsj en Nan Goldin en Käthe Kollwitz en andere kunstenaars, én, niet onbelangrijk, een gekantelde auto, wat losgerukte verkeersborden en rondslingerend hekwerk. Samen vormen ze de installatie Bakunin’s Barricade van Ahmet Ögüt, die het onbetwiste hoogtepunt is van In the Presence of Absence, de tweejaarlijkse expositie van aankoopvoorstelllen van het Amsterdamse Stedelijk Museum. Het werk vat de ambitie van de tentoonstelling dan ook goed samen: Ögüt modelleerde zijn ‘beeld’ naar een idee van anarchist Michail Bakoenin, die tijdens de socialistische opstanden van 1849 in Dresden voorstelde om schilderijen uit het Nationaal Museum op de barricades te zetten, in de hoop dat de Pruisische soldaten die niet zouden durven vernietigen.

Ögüt doet hetzelfde, maar dan met, onder andere Dumas’ Martha – Sigmund’s Wife en Nan Goldins klassieker Nan one month after being battered uit de Stedelijk-collectie. Dat lijkt vrij ongevaarlijk, zo in een museumzaal, maar de venijnige adder is dat Ögüt alvast een contract heeft voorbereid, dat het Stedelijk bij aankoop moet ondertekenen, waarmee het toekomstige demonstranten het recht geeft de installatie daadwerkelijk te gebruiken. Waarmee Ögüt alle actuele discussies waarvan In the Presence diep doordesemd is perfect op de spits drijft: wat kan kunst eigenlijk betekenen in de maatschappij?

Dominante stroming

Die scherpte heeft de tentoonstelling ook nodig. De afgelopen jaren is vaak beweerd dat er in de kunst geen dominante stromingen meer bestaan, maar loop even rond op In the Presence en je beseft dat alle werken gaan over dezelfde onderwerpen die het artistieke debat sinds enkele jaren domineren: het herinterpreteren van de geschiedenis, emancipatie van mensen die te weinig worden gehoord, (gewenste) maatschappelijke veranderingen. En die thema’s worden ook nog eens gepresenteerd met eenzelfde dwingende vanzelfsprekendheid als de oude avant-gardes dat altijd deden. Natuurlijk, die thema’s worden voor een belangrijk deel ingegeven door de oprecht zorgwekkende situatie in de wereld, alleen: op een tentoonstelling als deze, met voorstellen voor de lange termijn, mag je óók verwachten dat het Stedelijk zich fundamentele vragen stelt, zoals Ögüt in zijn installatie zo geweldig doet. Op welke manier kan kunst iets voor de wereld betekenen? In hoeverre kan ze ingrijpen? Moet ze onrecht tonen? Actief streven naar verandering?

Ghita Skali haalde een berg verveinethee naar het Stedelijk Museum

Directeur Rein Wolfs laat zich, sinds zijn aanstelling, in het openbaar regelmatig zeer geëngageerd uit; In the Presence of Absence is het moment om echt zijn nieren te proeven.

Het goede aan de tentoonstelling is dat die vragen, voorbij die dominante actualiteit, wel degelijk aan de orde komen. Neem de eerste zaal: daar hangen, recht tegenover elkaar, twee grote schilder-installaties, een van de Belg Kasper Bosmans, de ander van Natasja Kensmil. Het verschil lijkt nauwelijks groter te kunnen zijn: Bosmans schildert strak, veelkleurig en adembenemend mooi, terwijl Kensmils doeken juist ruig zijn, bijtend, rauw en confronterend. Toch gaan ze allebei over het herinterpreteren van de geschiedenis: Kensmils grote werk toont, staand, de zeventiende-eeuwse regent Johan de Witt en zijn echtgenote Wendela Bicker – symbolen van macht, omgeven door ouderwetse wapenschilden.

Ook Bosmans legt verbanden tussen verschillende fases in de geschiedenis, door die te overbruggen met symbolen die in zijn werk telkens subtiele nieuwe betekenissen krijgen – soms lijken ze middeleeuws, dan weer verrassend hedendaags, waardoor hij je aan het denken zet over ‘eeuwige’ thema’s die telkens in verschillende gedaantes terugkeren.

Zo zoekt In the Presence voortdurend naar verschillende invalshoeken. Soms subtiel, zoals in de installatie van Evelyn Taocheng Wang, die op zoek gaat naar de betekenis van ‘elegantie’ door haar kledingstukken van Agnès B. met verschillende vrouwen te ruilen voor een handgeschreven brief over dit begrip.

Ghita Skali, Ali Baba Express: Episode 2, 2020. Foto Peter Tijhuis

Of neem de enorme berg verveinetheebladeren die Ghita Skali naar het Stedelijk heeft gehaald om zo de complexe en vaak ondoorzichtige economische processen te analyseren waarmee handel wordt gedreven – als toeschouwer mag je het proces verder voeren door een zelfgegraaide zak blaadjes mee naar huis te nemen.

Opvallend is dat op deze aflevering van de ‘Gemeenteaankopen’ de filminstallaties in kracht nogal achterblijven, wat ongetwijfeld mede komt doordat juist de filmkunstenaars nogal trouw aan de werkelijkheid blijven. Grote uitzondering is Anna Dasovic, die een indringende installatie over Srebrenica toont. Before the Fall there was no Fall (2019) is een collage van videobeelden die Dasovic heeft verkregen na een WOB-verzoek bij het ministerie van Defensie, waarin te zien is hoe Nederlandse militairen met rollenspellen worden voorbereid op hun uitzending, mede door voormalige Srebrenica-gangers. Het ongemakkelijke amateurtoneel tegen de achtergrond van de dramatische geschiedenis, maakt deze video ijzersterk, wat Dasovic nog eens aanzet door daarnaast fragmenten uit het ‘Handboek voormalig Joegoslavië’ te publiceren dat tips bevat als: „Gebruik alleen je rechterhand om handen te schudden, te eten of eten aan te bieden. De linkerhand wordt namelijk traditioneel op het toilet gebruikt.”

Als je Dasovic ziet, net als bijvoorbeeld Skali, Bosmans of Kensmil, zie je dat het prima kan: goede, actuele kunst die ook de veelkantigheid, complexiteit, ongrijpbaar van de dingen laat zien. Laat Rein Wolfs daarom maar snel dat contract van Ögüt tekenen en Bakunin’s Barricade vervolgens pontificaal in de voormalige erezaal zetten – of liever nog: in de hal, inclusief Dumas en Goldin en Malevitsj. En dan Dasovic’ Srebrenica-film ernaast. Ik ben oprecht benieuwd wat dat losmaakt.