Voorlopig geen staatssteun voor het openbaar vervoer

Openbaar vervoer Beloofde staatssteun aan openbaar vervoersbedrijven blijft uit omdat Nederland het steunplan nog niet heeft aangemeld in Brussel.

NS en andere OV-bedrijven vervoeren veel minder passagiers sinds corona. De staatssteun om hen daarvoor te compenseren laat nog op zich wachten.
NS en andere OV-bedrijven vervoeren veel minder passagiers sinds corona. De staatssteun om hen daarvoor te compenseren laat nog op zich wachten. Foto Vincent Jannink / ANP

Openbaar vervoersbedrijven moeten voor honderden miljoenen euro’s geld lenen op de kapitaalmarkt omdat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat 1,5 miljard euro aan toegezegde steun niet kan overmaken. Het ministerie heeft nog steeds geen toestemming aan de Europese Commissie gevraagd om de ov-bedrijven te mogen compenseren voor coronaschade.

In juni bereikte staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat, D66) een akkoord met de vervoersbedrijven over de zogeheten beschikbaarheidsvergoeding. De staatssecretaris verzocht de Tweede en Eerste Kamer om er zo snel mogelijk, nog voor het zomerreces, mee in te stemmen, „zodat uitvoering zo snel mogelijk kan plaatsvinden”, zo schreef Van Veldhoven op 5 juni.

Vervolgens bleef de benodigde procedure om toestemming te krijgen van de Europese Commissie echter uit. Volgens een woordvoerder van de Europese Commissie zijn hier juist spoedprocedures voor afgesproken. Andere landen hebben daar wel gebruik van gemaakt. Duitsland vroeg op 15 juni toestemming voor staatssteun en kreeg op 7 augustus groen licht uit Brussel.

Nederland heeft het steunplan voor de vervoersbedrijven nog niet gemeld bij de Europese Commissie, bevestigt een woordvoerder van Van Veldhoven. Er is wel informeel overleg met de Commissie geweest en vooral veel overleg met de vervoersbedrijven, gemeenten en provincies. Maar tot een formele aanvraag in Brussel is het nog niet gekomen.

Lees ook: 1,5 miljard voor ov-bedrijven

In opdracht van het kabinet bleven bussen en treinen rijden

De beschikbaarheidsvergoeding is een compensatie voor de sterk teruggelopen inkomsten van de vervoersbedrijven. Als ‘vitale bedrijfssector’ hielden zij hun dienstverlening de laatste maanden in opdracht van het kabinet zoveel mogelijk intact. Het aantal passagiers, en dus de inkomsten, daalden echter sterk. Het ministerie zou tot eind 2020 zo’n 93 procent van de verliezen afdekken.

Het parlement ging hier in juni mee akkoord, maar de vervoersbedrijven hebben nog geen cent van de beloofde staatssteun ontvangen. Ze moeten daarom op grote schaal lenen, deels op de kapitaalmarkt en deels bij hun eigenaren, veelal de grote steden, provincies of buitenlandse moederbedrijven. Dit bezorgt de bedrijven extra werk en kosten.

NS moest tot nu toe al 600 à 700 miljoen euro extern lenen om de bedrijfsvoering intact te houden, zei scheidend topman Roger van Boxtel eerder deze maand in een interview in NRC. Bij de stadsvervoersbedrijven gaat het om minder geld, maar de Rotterdamse RET heeft al 80 miljoen euro moeten lenen bij gemeenten in de regio en de bank.