Drigent Valery Gergiev.

Foto Andreas Terlaak

Interview

Valery Gergiev: ‘Het Gergiev Festival overleeft, als het publiek dat wil’

Valery Gergiev | Sterdirigent Het jubileum van zijn festival is uitgesteld, de subsidie stopgezet. Valery Gergiev dirigeerde deze week toch in Rotterdam. „De som geld waarom het gaat is klein, zo klein.”

‘Dit virus zou wel eens onze laatste waarschuwing kunnen zijn”, zegt dirigent Valery Gergiev (67) in de lobby van het Marriott Hotel in Rotterdam. In niet mis te verstane bewoordingen kapittelt hij zelfzuchtige multinationals en slappe politici, die de alarmbellen al decennia negeren, terwijl de wereldproblemen zich opstapelen. „We leven in een zeer gevaarlijke tijd.”

De Russische sterdirigent, vaak wat gereserveerd, betoont zich deze dinsdagmorgen spraakzaam en geëngageerd. Hij voert relatief weinig telefoongesprekken tijdens het interview, hoewel verschillende internationale tournees dreigen te worden afgeblazen. Zijn dochter belt, evenals Dominique Meyer, de nieuwe directeur van La Scala („Dominique! Is dit jouw nummer? Ik bel je over een half uurtje terug.”) Gergiev leeft in hotels, vliegtuigen en aan de telefoon.

Hij bracht de lockdown door in zijn datsja niet ver van Sint-Petersburg. Voor iemand die al vijfendertig jaar non-stop de wereld rondvliegt en ruim driehonderd concerten per jaar dirigeert – een absurd aantal – was thuisquarantaine in gezinsverband nogal een verandering: „Maar ik kan niet zeggen dat mijn leven saai was.” Op 20 juni, „relatief vroeg”, ging zijn Mariinsky Theater weer open, kort daarna hervatte hij zijn toerende leven.

„Het is een moeilijke kwestie. Zonder kaartverkoop kunnen onze instituties niet overleven. Maar door kaarten te verkopen, creëer je risico. Ik vind het verschrikkelijk dat mensen die naar een mooi programma komen luisteren risico lopen. Dat is een heel verdrietige gedachte. We hebben ijzeren regels nodig.”

Gergiev is in Rotterdam voor concerten met het Rotterdams Philharmonisch, waarvan hij tussen 1995 en 2008 chef was. Licht, vrolijk repertoire: „Ik geloof dat mensen dat nu nodig hebben.” In een andere wereld had hij deze week Sjostakovitsj’ machtige Leningrad-symfonie geleid, in de 25ste editie van ‘zijn’ Gergiev Festival. Vanwege de coronamaatregelen werd het jubileum verplaatst naar 2021. „Iedereen met fatsoenlijke hersenen begrijpt dat het de logische consequentie was. Legendarische instituten als de Metropolitan Opera in New York gaan dit jaar helemaal niet meer open. Alles is onzeker.”

Recensie van de flitsprogramma's die het Gergiev Festival vervingen

Maar het uitstel was niet de grootste klap. In juni gaf de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur het Gergiev Festival een negatief subsidieadvies. De artistieke beoordeling is positief, maar het Gergiev Festival bereikt te weinig nieuw en divers publiek. Over twee weken blijkt of de wethouder het advies overneemt. Zonder de gevraagde 350.000 euro gemeentelijke subsidie is het volgens de festivalorganisatie na 2021 niet langer mogelijk het Gergiev Festival te organiseren. In de vorige periode kreeg het festival nog 287.000 euro.

In 2013 overwoog de gemeente al eens de subsidie terug te schroeven, toen Gergiev in opspraak kwam: hij werd ervan beschuldigd zich niet te hebben gedistantieerd van Russische antihomowetgeving. Gergievs vriendschap met president Poetin zorgt vaker voor een zweem van controverse. De vooraanstaande componist Michel van der Aa riep onlangs op Twitter op wel het festival te redden, maar niet Gergiev, tot die zijn banden met Poetin verbreekt. The New York Times noemde Gergievs positie ooit „een lastige geopolitieke spagaat”, met één been in Rusland, één been in het Westen. Zelf ontwijkt de maestro het onderwerp.

Maar dit wil hij wel kwijt: het festival gaat niet om hem. „Het was niet mijn grillige natuur die leidde tot de oprichting. Er was vraag naar. We hebben talloze opera’s naar Rotterdam gehaald – traditioneel géén operastad. Maar ook nieuwe muziek van componisten als Goebaidoelina, en talenten die wereldsterren zijn geworden, zoals Anna Netrebko of recenter Daniil Trifonov, die hier zijn Nederlandse debuut maakte. Als dit festival overleeft, is het niet vanwege mij, maar omdat het publiek het wil.”

Toch lijkt de situatie hem te raken. „Ik kom nu drieëndertig jaar in Rotterdam. In al die jaren ben ik nooit langer dan zes maanden weg geweest – nóóit. Ieder seizoen kom ik minimaal twee of drie keer. Dat is net zoveel als in heel Noord-Amerika.” Na het Orkest van het Mariinsky Theater is er geen orkest dat hij zo vaak dirigeerde als het Rotterdams Philharmonisch. Bovendien: „De som waar het om gaat is zo klein, zo klein. Ik denk dat er wel iets op gevonden wordt.”

Dan vertelt Gergiev een opmerkelijke anekdote over het inmiddels florerende Festspielhaus in Baden-Baden, dat kort na de opening, meer dan twintig jaar geleden, failliet dreigde te gaan. Hij trommelde een aantal Amerikaanse en Russische vrienden op en zette zich in voor het behoud: „Er was 5 miljoen nodig – dat hadden we in één uur bij elkaar.”

Suggereert hij dat hij zoiets ook in Rotterdam wil proberen? Gergiev wuift het weg: „Dat weet ik niet, de wereld is veranderd. Ik hoop dat we ons inspannen om het beste van onze culturele tradities levend te houden.”