Reportage

Primoz Roglic bouwt zijn voorsprong uit in loodzware etappe

Etappe 17 Miguel Ángel López wint loodzware etappe in de Alpen, geletruidrager Primoz Roglic loopt uit op zijn directe concurrent.

Miguel Ángel López op weg naar de zege op de Col de la Loze.
Miguel Ángel López op weg naar de zege op de Col de la Loze. Foto Stephane Mahe/Reuters

Het geluid van roterende helikopterwieken komt vanuit het lager gelegen gedeelte van wintersportstad Méribel steeds dichterbij, ten teken dat de renners niet ver verwijderd zijn van de Rotonde des Pistes, waar de slotklim deze zeventiende etappe van een normale autoweg in een hallucinant steil fietspad verandert, meanderend tegen een Alpenweide op, te gek voor woorden eigenlijk, maar spektakel gegarandeerd. Het asfalt is er twee meter breed, dus de toeschouwers die er hebben postgevat, kunnen de hoofdrolspelers van deze Tour bijna naar adem horen snakken.

Eerst komt de Franse president Emmanuel Macron voorbij in een rode Skoda van de organisatie, die terug moet naar de eerste versnelling om een muur van 20 procent te kunnen slechten. Macron zit rechts achterin, het raampje staat open, hij zwaait, draagt een mondkapje, en zijn blauwe ogen glinsteren in het septemberlicht. Er volgt een zwerm motoren, die bij hoge uitzondering de verkeersvrije Col de la Loze op mogen rijden. De rest van het jaar is dat de bedoeling niet.

Egan Bernal

Boven zijn stuur verschijnt dan het gepijnigde gelaat van de Ecuadoriaan Richard Carapaz, die nog energie over heeft gehouden om dit geitenpad te bedwingen, en de Tour voor Team Ineos van enige glans te voorzien. ’s Ochtends stapte zijn Colombiaanse kopman Egan Bernal niet meer op, omdat hij pijn had aan zijn rug en zijn knie.

Carapaz daarentegen danst door een dennenbos, naar hoogten die hem vertrouwd zijn. Hij werd 600 meter hoger geboren dan de top van de Loze. Binnen een paar honderd meter is zijn voorsprong op een uitgedund peloton naar veertig seconden opgelopen. Hij snuit met volle kracht het snot uit zijn neus.

Daar komt het pelotonnetje met eliterenners het surrealistische fietspad op. Tom Dumoulin kijkt strak voor zich uit naar het nieuwe asfalt voor hem, de wenkbrauwen gefronst. Hij concentreert zich zodat hij de pijn in zijn spieren een plek geven kan. Hij had uitgekeken naar deze klim, ging hier vaak op wintersport. „Ik houd hier wel van”, zou hij later zeggen. „Een eerlijke klim.”

Een paar kilometer later moet hij capituleren, en hij niet alleen. Ook de Spanjaard Mikel Landa en de Colombiaan Rigoberto Urán kraken, renners in de toptien van het algemeen klassement.

Als de Sloveen Tadej Pogacar alleen op kop komt, lijkt een aanval op het geel aanstonds. Bij Hotel Alba, vlak naast de Rotonde des Pistes, gruwelen vier mannen hardop als ze op een televisiescherm zien over welk terrein de renners worden gestuurd. Alleen geletruidrager Primoz Roglic heeft dan nog de luxe van een knecht aan zijn zijde, het Amerikaanse klimtalent Sepp Kuss, die Richard Carapaz de illusie van de dagzege ontneemt.

Momenten later rijdt Kuss in zijn eentje weg. Roglic heeft hem dat gevraagd, zodat hij kan zien wie kan reageren en wie op het tandvlees naar boven rijdt. Een tactische meesterzet.

Man tegen man

Pogacar blijft zitten. Hij fietst op zijn laatste adem. Alleen de Spanjaard Miguel Ángel López kan versnellen. Op 2.300 meter van de finish, nog een eind op dit terrein, gaat de gele trui in de aanval, met de handen onderin het stuur. Eindelijk. Na al dat rekenwerk van de voorbije weken actie in de tent. Voor het eerst deze Tour is het man tegen man. Spektakel als gehoopt, op de Col de la Loze. Pogacar is dit te gortig.

Drie mannen rijden hun eigen race, met het snot voor de ogen. De Loze vergt het uiterste van ze; zo hoog, zo steil, zo laat in de Tour. López gaat de etappe winnen, klimt naar de derde plek in het klassement, en is genaderd tot op anderhalve minuut. Roglic’ mond staat wagenwijd open, zo zie je hem maar zelden. En Pogacar kan elk moment in snikken uitbarsten.

De finishboog is al zichtbaar, maar voor hem lijkt het alsof er een ophaalbrug is open blijven staan; 24 procent, en brullende mensen achter een touwtje. Pogacar vecht wel, maar zijn jonge lijf wil niet harder. Hij gaat vijftien seconden verliezen, maar zegt aan de streep dat de strijd nog niet gestreden is.

Roglic is opgelucht, blij dat de „wrede” klim achter de rug is, en tevreden met zijn voorsprong, die nu bijna een minuut bedraagt. Droogjes: „Want dat is beter dan een achterstand.” Nog drie dagen.