Opinie

Een leven lang leren is niet wat bij- of omscholen

Aylin Bilic

Op Prinsjesdag maakte het kabinet nog eens duidelijk dat Nederland met investeringen de crisis uit wil komen. Zo wil minister Koolmees (Werkgelegenheid, D66) met 1,4 miljard euro onder meer de werkgelegenheid stimuleren. Een deel van dat geld is bedoeld voor bij- en omscholing.

Of dat laatste veel uithaalt, valt te bezien. Het is gebaseerd op de veronderstelling dat werken (produceren) en leren (investeren in jezelf) twee verschillende zaken zijn. Geld vrijmaken voor om- en bijscholing, betekent geld vrijmaken voor cursussen en opleidingen. Die volgen mensen in de tijd dat ze niet aan het werk, niet productief zijn.

Die fundamentele kloof tussen leren en werken zit diep in onze maatschappij. Zodra je vier jaar oud bent, ga je naar school tot je een jaar of achttien bent. Daarna volg je een beroepsopleiding of ga je naar de universiteit. Los van een verdwaalde stage ben je soms zelfs tot je dertigste aan het leren. Daarna volgt een radicale omslag. Je gaat werken, zo ongeveer tot je 67ste. Je investeert niet meer in jezelf maar je produceert. Natuurlijk, voor nieuwe kennis of vaardigheden stuurt je werkgever je af en toe naar een cursus. Dan leer je weer heel eventjes, en produceer je dus niks. De scheiding blijft zo keurig in stand.

Die scheiding heeft ongezonde consequenties. Om te beginnen de slechte aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Een aanzienlijk deel van de Nederlanders doet ander werk dan waarvoor hij is opgeleid. Maar ook het andere deel heeft het gevoel nog niks te kunnen wanneer ze aan hun eerste baan beginnen.

Dat geldt natuurlijk ook voor die dure cursussen die werknemers volgen op kosten van hun baas. Vaak zitten ze dan een aantal dagen in een conferentiecentrum in een groepje gele post-its te plakken op een flipover. Hun manager kan vervolgens tevreden een vinkje zetten in hun ontwikkelplan. Maar die opgedane inzichten vervolgens integreren in het werk, blijkt in de drukke praktijk vaak lastig.

Grondprobleem is dat de scheiding van leren en werken natuurlijk kunstmatig is. Want leren doe je vooral door te doen. Dat weet iedereen die na jaren middelbare school Frans staat te hakkelen als hij in de Dordogne aan de ober uitlegt dat de addition niet klopt. Maar emigreer je naar Zuid-Korea, dan spreken je kinderen binnen anderhalf jaar vloeiend de taal. Gewoon door met andere kinderen te spelen op het schoolplein.

In de Middeleeuwen snapten ze hoe leren werkt. Een vak leren deed je binnen een meester-gezelrelatie. Vanaf dag één gingen leren en produceren hand in hand. En laten we eerlijk zijn: zo gaat het in ons werk natuurlijk ook. Werknemers leren primair van nieuwe uitdagingen die ze moeten oplossen.

Helaas lijken veel werkgevers dat laatste vooral te willen voorkomen. Die nemen het liefst sollicitanten aan die een benodigd kunstje volledig in de vingers hebben. En dat ene kunstje moeten ze vervolgens vooral blijven doen, het liefst hun hele verdere loopbaan. Dat is er met de flexibilisering van de arbeidsmarkt bepaald niet beter op geworden. Een flexwerker wordt aangenomen om wat hij kan, niet om wat hij nog kan leren.

Dat deze cultuur funest is bij ontslag van werknemers, behoeft geen betoog. Maar het leidt tot meer problemen. Opgebrande, uitgebluste en ongemotiveerde werknemers: ik heb té vaak gezien dat dat komt door managers die taken jaar in, jaar uit op de vooraf geïnstrueerde manier uitgevoerd willen zien.

Gelukkig is er voorzichtig verandering op komst. Agile werken, hoe lacherig mensen er ook over doen, is een grote stap in de goede richting. Hierbij worden mensen meer geprikkeld gezamenlijk oplossingen te bedenken voor problemen die opdoemen, los van hun specifieke functieprofiel. Dat leidt aanvankelijk tot enige inefficiëntie, en er worden meer fouten gemaakt. Maar op de lange termijn is het gezonder voor iedereen, ook voor het bedrijf. Hier is wel een forse cultuurverandering voor nodig binnen organisaties en bedrijven. Dat begint bij minder rigide selectie aan de poort. We moeten naar een cultuur waarin domme vragen stellen, fouten maken, en improviseren de norm is in plaats van een taboe.

Voor die cultuurverandering is leiderschap nodig, van de bestuursvoorzitter tot aan de teamleider. Maar ook van werknemers zelf. Nieuwe dingen leren moet het doel van werk worden.

Op die cultuurverandering moet het kabinet nu inzetten, want geld voor bij- en omscholing biedt geen garantie dat straks honderdduizenden mensen die werkloos raken van de ene sector naar de sectoren met tekorten kunnen overstappen.

Aylin Bilic is ondernemer en publicist.