Duitse braadpan bezorgt ons smerig imago

Woordhoek

Nederlanders hebben in de Engelse taal geen beste reputatie. Lafheid wordt wel Dutch courage genoemd. Het opsplitsen van een rekening heet going Dutch – geen voorbeeld van warme gastvrijheid. En onbegrijpelijke taal kun je double Dutch noemen.

Deze woordcombinaties zijn algemeen bekend. Nederlandse jongeren die ze niet op school hebben geleerd komen er op reis al snel mee in aanraking, want ze worden je graag ingewreven. Nog eentje, die sinds de jaren tachtig geregeld in het Amerikaans opduikt: Dutch oven. Dit betekent: naast je bedgenoot een scheet laten en vervolgens de dekens over zijn of haar hoofd trekken.

Hoe komen we aan die slechte reputatie, hoe uniek is die en hoeveel van deze woordcombinaties bestaan er in het Engels? Gaston Dorren zet dit uiteen in zijn vorige week verschenen boek De Dutchionary. Woordenboek van al wat Dutch is (208 blz., Uitgeverij Pluim, €19,99). Het is de opvolger van Total Dutch van Ton Spruijt uit 1999.

Ter vertroosting: de Ieren en Fransen komen er in het Engels nog slechter vanaf; Nederlanders staan op de derde plaats. Dorren presenteert zo’n vijfhonderd woordcombinaties waarin Dutch overdrachtelijk wordt gebruikt. In een leuke, heldere inleiding legt hij uit hoe een en ander zo is gekomen.

In de eerste plaats hebben de Engels-Nederlandse oorlogen uit de zeventiende en achttiende eeuw ons geen goed gedaan. De Britten deden voorkomen alsof Nederlanders alleen met een flinke slok op durfden te vechten: zie daar de herkomst van Dutch courage.

Dat Dutch zo vaak combinaties is aangegaan in het Amerikaans-Engels komt doordat de Amerikanen lang geen onderscheid wisten te maken tussen Nederlanders en Duitsers, aldus Dorren. Sterker: Dutch betekende in het Amerikaans aanvankelijk ‘Duits’ en vervolgens zo’n beetje alles dat Duits klonk, zoals Nederlands. Er emigreerden veel meer Duitsers dan Nederlanders naar de VS. Zij brachten onder meer gietijzeren braadpannen mee die populair werden onder de huifkarpioniers. Zo’n pan, die goed afsluitbaar is, heette een Dutch oven. Dat onsmakelijke gedrag in bed gaat dus, althans naar alle waarschijnlijkheid, uiteindelijk terug op Dutch in de betekenis ‘Duits’ – dat u het maar weet.

Zo staat Dorrens boek vol met leuke weetjes en interessante taalgeschiedenissen. En met woordcombinaties die fijn zijn om te kennen. Zoals Dutch husband voor „een sekspop bestemd voor heterovrouwen of homomannen”; Dutch luck voor „onverdiende, domme mazzel” en (bij wijze van landschapsironie) Dutch Alps voor „kleine borsten”.

Er verscheen vorige week nog een taalboek dat ik kan aanraden: het heet Liesbeths Onaffe. Waargebeurde taalverhalen en is gratis te downloaden. Het gaat om een onvoltooid boek van de onlangs overleden Liesbeth Koenen, een van de beste taaljournalisten die Nederland heeft gekend. Haar vroege dood is tragisch en dit boek ook een beetje, want ze begon eraan in 2013 of 2014, stak er naar eigen zeggen idioot veel tijd en research in, maar slaagde er ondanks een beurs en steun van twee uitgevers niet in om het af te maken.

Wat je nu kunt lezen is een opzet van de vijf te schrijven hoofdstukken, delen van het eerste hoofdstuk plus een kort, geestig nawoord. Het zijn mooie, interessante artikelen, aantrekkelijk opgemaakt en zeker de moeite waard. Koenen raakt ons vermogen te verlangen naar meer, desnoods onaf, maar hier moeten we het helaas mee doen.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.