Opinie

De gemeenteraad als gevaarlijke afdaling

Floor Rusman

Stel, je gaat met een groep bergwandelen. Zeven van de acht willen graag een mooie maar zware wandeling maken met een steile afdaling. Maar de achtste, iemand met hoogtevrees en zwakke knieën, vindt dit te gevaarlijk. Besluit je dan met de hele groep een minder boeiende wandeling te maken? Of zeg je, als meerderheid, tegen die ene persoon: zoek het maar uit met je zwakke knieën?

Zo’n dilemma speelt nu in gemeenteraden die moeten beslissen of ze weer fysiek bijeenkomen. 30 procent van de raadsleden is boven de zestig en voor sommigen is het bezoeken van een raadsvergadering in coronatijd net zo spannend als een spectaculaire bergwandeling. Niet elke raadszaal is goed geventileerd en afstand houden is vaak een uitdaging. ‘Hybride vergaderen’, oftewel half-fysiek en half-digitaal, staat de wet niet toe.

Wat te doen? In een democratie beslist meestal de meerderheid, maar tegelijk vinden we dat er oog moet zijn voor minderheden. Als de meerderheid aardig is, kan ze zich aanpassen aan een inflexibele kleine minderheid: denk aan die vegetariër voor wie het hele diner vlees- en visloos wordt.

Youssef el Messaoudi, GroenLinks-fractievoorzitter in Amersfoort, vindt dat overdreven. „De minderheid wil de meerderheid gijzelen”, twitterde hij maandag in reactie op drie collega’s die weer digitaal willen vergaderen. Zij vinden de oude Prodentfabriek waar de raad nu bijeenkomt niet veilig genoeg. „Ik wil niet met veertig man in een ongeventileerde ruimte zitten”, licht Ben Stoelinga (70) van Amersfoort2014 toe. Onzin, zegt El Messaoudi: de drie kunnen achter glas zitten, „in een soort aquarium”, waar ze door middel van microfoons verbonden zijn met de rest. Maar Ben Stoelinga wil niet in het aquarium: de ventilatie daar vertrouwt hij ook niet.

In Hollands Kroon is het juist GroenLinks dat digitaal wil blijven vergaderen. „De helft van de raad zit in de risicogroep of verleent mantelzorg”, zegt raadslid Jan Eichhorn (72). Vanwege „het gebrek aan politieke ambitie bij jongeren” ligt de gemiddelde leeftijd nogal hoog. „We noemen onze raad wel gekscherend de gerusia, dat is Grieks voor ouderenraad.”

In verschillende gemeenten, waaronder Amersfoort en Hollands Kroon, stemt de raad binnenkort over de vergaderwijze. Dat de minderheid niet per definitie haar zin krijgt, zien we in Amsterdam. Daar verkoos men het gemak van fysiek vergaderen boven de aanwezigheid van raadslid Wil van Soest (83) van de Partij voor de Ouderen. Verschillende collega’s hebben haar toevertrouwd het vergaderen ook eng te vinden, zegt ze. „Maar het presidium bestaat uit jonge raadsleden. Jongelui hebben minder last van corona.’’ Voor hen is vergaderen geen steile afdaling: „De een moet z’n leven wagen, en de ander dartelt vrolijk rond.”

Floor Rusman (f.rusman@nrc.nl) schrijft elke woensdag op deze plek een column.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.