Reportage

Tóch nog een bescheiden hoedjesparade en een zwaai van de koning

Leeg Den Haag De Troonrede werd in verband met corona voorgelezen in de Grote Kerk, met minder genodigden dan normaal. Het gaf een steriele aanblik. De meeste oranjefans bleven weg.

Belangstellenden proberen een glimp op te vangen bij de afgeschermde omgeving van de Grote Kerk op Prinsjesdag. Foto Bart Maat/ANP
Belangstellenden proberen een glimp op te vangen bij de afgeschermde omgeving van de Grote Kerk op Prinsjesdag. Foto Bart Maat/ANP

Prinsjesdag 2020 beperkt zich tot het grondwettelijk noodzakelijke: een verenigde vergadering van Eerste en Tweede Kamer op de derde dinsdag van september, waar een uiteenzetting van het door de regering te voeren beleid gegeven wordt.

Koetsen ontbreken, koning Willem-Alexander legt per auto de paar honderd meter tussen paleis en Grote Kerk af. „Leve de koning, hoera!” wordt dit jaar alleen uitgeroepen door Eerste Kamer-voorzitter Jan Anthonie Bruijn, die de vergadering voorzit. Op straat zijn amper dagjesmensen te zien. Er is geen borrelcircuit van clubjes, lobbyisten en organisaties. Geen zware wegblokkades. Geen stoet van ambassadeurs die voor de Tweede Kamer worden afgezet. Geen tradities, geen opsmuk.

Wat wel?

Lees ook: Op Prinsjesdag in coronatijd is alles afstandelijker

Oranjefan Johan Vlemmix, die al vroeg op de ochtend in oranje pak voor Paleis Noordeinde staat. Hij heeft een ‘coronabumper’ om zich heen, een goud gespoten zwemband met daarop de Gouden Koets. „Mooi dat iedereen zich aan de afspraak heeft gehouden om niet te komen”, zegt hij. „Maar ik vond toch dat er wel een beetje oranje mocht zijn.”

Behalve Vlemmix zijn het slechts kleine details waardoor je in de Haagse binnenstad merkt dat het een bijzondere dag is: vlaggetjes op de bussen en trams, agenten te paard, Kamerlid Lilianne Ploumen (PvdA) die richting Binnenhof loopt met een hoedendoos in de hand, Martijn van Helvert (CDA) in jacquet. Het oranje ontbreekt in de stad.

Als het tegen de middag iets drukker wordt bij Paleis Noordeinde lopen promotieteams van de Ondernemersvereniging Binnenstad rond om nog iets van sfeer te kweken. Ze delen lolly’s uit. De wachtenden worden beloond: de koning en zijn gevolg komen naar buiten. Willem-Alexander zwaait.

Het Binnenhof is afgesloten – zoals altijd op Prinsjesdag, maar nu ontbreken de tribunes. IJscoman Moes heeft een plekje naast de haringkar bij de poort gevonden. Demonstranten, onder meer van Extinction Rebellion, Viruswaarheid en Verzet Westland, staan op het Malieveld en langs de Hofvijver. Ook dat is niet ongebruikelijk.

400 meter met de pendelbus

In de Tweede Kamer is ’s ochtends alleen de overvliegende politiehelikopter hoorbaar. De gebruikelijke oploopjes met koffie en taartjes bij de Kamerfracties zijn er niet. Her en der frummelt een Kamerlid nog wat aan een outfit, een visagist maakt Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren) op. In jacquet zit VVD-Kamerlid Erik Ziengs aan zijn bureau. Het is zijn laatste Prinsjesdag: volgend jaar is hij niet herkiesbaar. De eerste keer in 2010 was bijzonder, zegt hij, „maar na twee à drie jaar wordt het iets gewoner”. Dit jaar is, niet alleen vanwege corona, wél speciaal: Ziengs werd door Kamervoorzitter Khadija Arib (PvdA) gevraagd voor de commissie die aankomst en vertrek van Willem-Alexander begeleidt – „heel eervol en attent”.

In groepjes gaan de Kamerleden rond twaalven naar de Grote Kerk. Officieel moeten ze, met mondkapje op, in pendelbusjes de vierhonderd meter van Binnenhof naar kerk afleggen, om een hoedjesparade en opstoppingen te voorkomen. Maar ondanks het dringende verzoek van burgemeester Jan van Zanen van Den Haag gaan sommige Eerste- en Tweede Kamerleden te voet: Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib, de ChristenUnie-fractieleden, PVV’ers, een handjevol D66’ers en drie SP-vertegenwoordigers. Langs de dranghekken en op het terras van herberg ’t Goude Hooft krijgen toeschouwers zo toch een bescheiden hoedenparade.

Aan de tuinkant van het paleis staan Trees Joosten en Heinie Friebel uit Wijchen: „We hadden alles al geboekt voor corona, we wilden Prinsjesdag eens meepikken.” De koning en koningin hebben ze al gezien, in een flits, toen ze aankwamen bij Noordeinde. „‘U moet even wachten voor een auto’, zei de bewaker. Toen ik vroeg of de koning ook langs zou komen, wees hij naar de auto.” Het is alleen niet de rijtoer waarop ze hadden gehoopt.

Als koning Willem-Alexander om kwart over één op zijn troon zetelt, staart hij een verenigde vergadering aan waar tientallen leden ontbreken. Veel fracties hebben hun Kamerleden zelf laten beslissen of ze gaan. Wie er wél is, zit op anderhalve meter afstand van andere Kamerleden. Het is een steriele, van elke opsmuk ontdane samenkomst.

Lees ook: Prinsjesdag zonder rijtoer en balkonscène

Leeg, stil en uitgestorven

In de Tweede Kamer galmt via televisies de stem van de koning door de gangen. In sommige fractiekamers kijken medewerkers samen naar de tv, op andere is het uitgestorven – veel Kamerleden die niet in de Grote Kerk zijn, bleven thuis.

Voor SP’er Sadet Karabulut is het een Prinsjesdag als alle andere: de republikein slaat de troonrede elk jaar uit principe over. „Het is niet mijn ding”, zegt Karabulut, die volgend jaar niet herkiesbaar is. Of ze Prinsjesdag gaat missen? „Nee, maar wel de Algemene Politieke Beschouwingen van deze week: het politieke debat.”

Een verdieping lager beantwoordt partijgenoot Peter Kwint e-mails, terwijl op een beeldscherm naast zijn computer koning Willem-Alexander te zien is. Door zijn raam ziet hij het lege Binnenhof en de ongebruikte Ridderzaal. Kwint gaat normaal gesproken wél naar de troonrede: niet uit monarchistische overtuiging, maar uit plicht. „Het is een vergadering van de Tweede Kamer, dus moet ik daar zijn.”

Dat de socialisten dit jaar besloten alleen fractievoorzitter Lilian Marijnissen, financieel woordvoerder Mahir Alkaya en woordvoerder volkshuisvesting Sandra Beckerman (die met haar hoedje waarop huisjes en 0% prijken, demonstreerde tegen huurverhogingen) te sturen, komt Kwint dus wel goed uit. „Het voelt nu niet als een offer dat ik er niet ben.”

De koning rondt zijn troonrede af als een schoonmaakster nog maar eens een doekje over de reling van de roltrappen van de Kamer haalt. De hal van de Kamer is vrijwel leeg, de gangen stil. Wachtend op een drukte die normaal elk moment kan losbarsten, maar dit jaar ontbreekt. Voor Paleis Noordeinde, waar normaal de bordesscène van de koninklijke familie begint, is het uitgestorven.

Later op de middag spreekt premier Rutte met schrijvende journalisten. Niet in het krappe Torentje, zoals normaal, maar in een ambtelijke zaal. „Leg jullie telefoons bij mij neer!”, roept hij uit, zodat de opnames ondanks de afstanden beter te horen zijn. Na een uur moet hij weg, naar een bijeenkomst van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Dat is jaarlijks de drukst bezochte borrel van Prinsjesdag: de plek ook waar je merkt dat het Binnenhof vaak een samenkomst is van mensen die nogal op elkaar lijken, in grote lijnen hetzelfde vinden en het uitstekend met elkaar kunnen vinden. Niet dit jaar: het evenement is digitaal.